Repertorium Hulthem

De maghet van ghend ·C·

Hulthem-Nr: 
100  (f. 81rb,27-82vb,3)
Opschrift: 
De maghet van ghend ·C·
Incipit: 
Inder coninghe tide van babilone Plaghen drome ende visioene
Explicit: 
Dat dat wout van onghenadecheden Heten moet tprieel van vreden
Afrondingsformule: 
Amen ·Item·ijc·xlij· verse
Weergave inhoud: 
In een droom liep ik eens in een bos en zag het volgende tafereel. In een prieel troonde een schone jonge vrouw, in het zwart gekleed met op haar mouw in paarlen letters: GHEND. Vanuit de overzijde van de rivier werd ze bedreigd door een leger onder leiding van haar vader. Ze smeekte neergeknield om vrede. Met tegenzin trok de ridderschaar zich toen terug. Ik vroeg de maagd of ze niet bang was, zo alleen in het bos. Maar zij toonde mij hoe zij omringd werd door een groep Gentse heiligen die haar tegen alle gevaar beschermden. Toen bad ze tot God dat haar vader tot het inzicht mocht komen, dat hij haar onrecht aandeed. Ik ontwaakte en besefte dat die jonge vrouw de Gentse stedemaagd was, die door graaf Lodewijk van Vlaanderen werd bedreigd. Moge God, zo bidt bauwijn, die edele maagd en haar vrienden bewaren en verzoenen met haar vader. Dan zal het woud zonder genade weer het prieel van vrede worden.
Namen: 
Amandus (St.) Amelberga (St.) Augustinus (St.) Augustijn (Augustinus, St.) Babylon Bavo (St.) Bertulfus (St.) Boudewijn Catharina (St.) Christoforus van Brandijs (St.) Clara (St.) Daniël (St.) Danijs (Dionysius, St.) Dionysius (St.) Domijn (Dominicus, St.) Dominicus (St.) Franciscus (St.) Gent Jacobus (St.) Johannes de Evangelist (St.) Johannes de Doper/Baptista (St.) Joris (St.) Kateline (Catharina, St.) Keerst (Salvator, St.) Leie Livinus (St.) Lodewijk Macharius (St.) Martinus (St.) Michaël (St.) Nazareth Nicolaas (St.) Obrecht (St.) Petrus (St.) Quintinus (St.) Salvator (St.) Schelde
Auteurs: 
Boudewijn van der Luere
Boudewijn van der Luere
Ook bekend als: van der Lore BoudenBoudin van der LuereBauwijnBoydin
Datering: 2e helft 14e eeuw
Auteur van nrs. 23, 100 en 195. Verbleef waarschijnlijk in 1381/1382 te Gent. Verder geen gegevens bekend.
Secundaire literatuur
Ph. Blommaert (ed.), Oudvlaemsche gedichten der XIIe, XIIIe en XIVe eeuwen. Gent (Hebbelynck) 1838-1851. 3 dln.: dl. 2 p. 101
Ph. Blommaert, De Nederduitsche schrijvers van Gent. Gent (Van Doosselaere) 1861.: p. 22-23
E. Isaaks, Het werk van Boudewijn van der Loren. (Ongepubl. doctoraalscriptie Amsterdam 1968, te raadplegen bij de Universiteit van Amsterdam, Documentatiecentrum Nederlandse Letterkunde, nr. 1508).: (scriptie)
W.J.A. Jonckbloet, Geschiedenis der Middennederlandsche dichtkunst. Amsterdam (Van Kampen) 1851-1855. 3 dln.: dl. 3 p. 312-313
J. van Mierlo, Geschiedenis van de Oud- en Middelnederlandsche letterkunde. Antwerpen etc. (Standaardboekhandel) 1928.: p. 203
J. van Mierlo, De letterkunde van de Middeleeuwen. 2e, herz. en verm. dr. 's-Hertogenbosch etc. (Malmberg etc.) 1949. Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Onder redactie van F. Baur, W.J.M.A. Asselbergs, J. van Mierlo e.a. Dl. 1 en 2.: dl. 1 p. 388-389
P.H. van Moerkerken, De satire in de Nederlandsche kunst der Middeleeuwen. Amsterdam (Van Looy) 1904. Diss. Utrecht.: p. 84
N. de Pauw, 'Twee Middelnederlandsche dichters [Boudin van der Luere en Jan van Hulst]'. In: Versl. & meded. van de Kon. Vl. Acad. voor taal- en letterkunde 1888, p. 377-378.
C.P. Serrure, Letterkundige geschiedenis van Vlaanderen. Eerste deel: Nederlandsche en Fransche letterkunde tijdens XII, XIII en XIVde eeuwen. Gent (De Busscher) 1872.: p. 384-389
J. Reynaert, 'Boudewijn van der Luere en zijn Maghet van Ghend'. In: Jaarboek "De Fonteine" 31 (1980-1981), p. 109-130.: p. 109-121
L. Willems, 'Over de historische beteekenis van Boudewijn van der Looren's gedicht De Maghet van Ghend'. In: Versl. & meded. van de Kon. Vl. Acad. voor taal- en letterkunde 1923, p. 853-867.: p. 867 n. 1
J.F. Willems, 'Berichten wegens oude Nederduitsche dichters'. In: Belgisch museum 1 (1837), p. 326-380.: p. 351-353
Tekstsoort: 
Allegorische tekst, waarin een geïnterpoleerd lied (Strijbosch 1996), politieke sproke (Hogenelst 1997).
Vorm: 
rijm: aabb/abab/ababbaba/ababba
Lengte: 
242 vss.
Aanvullende informatie: 
Initiaal-I 2 regels hoog, lombarden (1 regel hoog) op onregelmatige plaatsen, Amen met horizontale streep gerubriceerd. ─ Tekstdatering 1382 (Reynaert 1980-1981, p. 117). Auteur maakt zich bekend in vs. 237 (als Bauwijn). ─ Lombarden vss. 7, 55, 67, 83, 91 en 145. Rijmschema overwegend aabb, echter vss. 13-16: abab en vss. 85-90 ababba. Interpolatie van lied (vss. 59-66 ababbaba). Onzuiver rijm: vss. 1/2, 7/8, 29/30; gelijk rijm vss. 137/138.
Petit-Nommer(s): 
484d; 599a
Edities: 
Blommaert 1836 , p. 95-107
Blommaert 1836 Ph. Blommaert (ed.), Theophilus. Gedicht der 14e eeuw gevolgd door drie andere gedichten van hetzelfde tydvak. Gent (Duvivier) 1836.
Blommaert 1838-1851 , dl. 2 p. 105-108
Blommaert 1838-1851 Ph. Blommaert (ed.), Oudvlaemsche gedichten der XIIe, XIIIe en XIVe eeuwen. Gent (Hebbelynck) 1838-1851. 3 dln.
Brinkman/Schenkel 1999 , band 1 p. 471-477
Brinkman/Schenkel 1999 H. Brinkman & J. Schenkel (ed.), Het handschrift-Van Hulthem. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. Diplomatische editie bezorgd door -. Hilversum (Verloren) 1999. 2 banden. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 7/1-2.
Heremans 1858-1864 , dl. 2 p. 10-13
Heremans 1858-1864 J.F.J. Heremans, Nederduitsche dichterhalle. Bloemlezing uit Nederlandsche dichters van de vroegste tijden onzer letterkunde tot op deze dagen, volgens dichtvakken en ouderdom gerangschikt. 2 dln. Gent (Hebbelynck) 1858-1864. Willemsfonds 32.
Kervyn de Lettenhove 1847-1875 , dl. 3 p. 468 (Franse vertaling)
Kervyn de Lettenhove 1847-1875 J.B.M.C. Kervyn de Lettenhove, Histoire de Flandre. Bruxelles etc. (s.n.) 1847-1875. 6 dln.
Mathys 1944 , p. 101 e.v. (licentiaatsverhandeling)
Mathys 1944 F. Mathys, Boudewijn vander Luere, een Gentsch "sprookspreker" der XIVe eeuw. Licentiaatsverhandeling Gent 1944.
Reynaert 1980-1981 , p. 123-130
Reynaert 1980-1981 J. Reynaert, 'Boudewijn van der Luere en zijn Maghet van Ghend'. In: Jaarboek "De Fonteine" 31 (1980-1981), p. 109-130.
Secundaire literatuur: 
Van Anrooij 1991 , p. 187, 191
Van Anrooij 1991 W. van Anrooij & A.M.J. van Buuren, ''sLevens felheid in één band: het handschrift-Van Hulthem'. In: H. Pleij e.a., Op belofte van profijt. Stadsliteratuur en burgermoraal in de Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen. Amsterdam (Prometheus) 1991, p. 184-199 en 385-391. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 4.
Appel 1965 , (scriptie)
Appel 1965 R. Appel, De maghet van Ghend van Boudewijn vander Loren. (Ongepubl. doctoraalscriptie Amsterdam 1965, te raadplegen bij de Universiteit van Amsterdam, Documentatiecentrum Nederlandse Letterkunde, nr. 876).
Blommaert 1838-1851 , dl. 2 p. 101-102
Blommaert 1838-1851 Ph. Blommaert (ed.), Oudvlaemsche gedichten der XIIe, XIIIe en XIVe eeuwen. Gent (Hebbelynck) 1838-1851. 3 dln.
Blommaert 1861 , p. 22
Blommaert 1861 Ph. Blommaert, De Nederduitsche schrijvers van Gent. Gent (Van Doosselaere) 1861.
Brouwer 1968 , (scriptie)
Brouwer 1968 C.G. Brouwer, De maghet van Ghend. (Ongepubl. doctoraalscriptie Amsterdam 1968, te raadplegen bij de Universiteit van Amsterdam, Documentatiecentrum Nederlandse Letterkunde, nr. 1511).
Van Buuren 1987 , p. 41-42
Van Buuren 1987 A.M.J. van Buuren, 'Nu woent die paus tot Avenyoen?' In: Leidschrift special. Gescheurd geloven 3 (1987), p. 29-56.
Faes 1973-1974B
Faes 1973-1974B L.E.O. Faes, 'De Maghet van Ghend en Daniël'. In: Spektator 3 (1973-1974), p. 180-186.
Hamelius 1921 , p. 93-94
Hamelius 1921 P. Hamelius, Introduction à la littérature française et flamande de Belgique. Bruxelles (Lebege) 1921.
Hogenelst 1997 , dl. 2 p. 69 (83)
Hogenelst 1997 D. Hogenelst, Sprekers en sproken. Inleiding op en repertorium van de Middelnederlandse sproke. Amsterdam (Prometheus) 1997. 2 dln. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 15. Diss. Leiden.
Jonckbloet 1851-1855 , dl. 3 p. 312
Jonckbloet 1851-1855 W.J.A. Jonckbloet, Geschiedenis der Middennederlandsche dichtkunst. Amsterdam (Van Kampen) 1851-1855. 3 dln.
Jonckbloet 1888-1892 , dl. 2 p. 210
Jonckbloet 1888-1892 W.J.A. Jonckbloet, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. 4e dr., herz. en tot den tegenwoordigen tijd bijgewerkt door C. Honigh. Groningen (Wolters) 1888-1892. 6 dln.
Kalff 1906-1912 , dl. 1 p. 497
Kalff 1906-1912 G. Kalff, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Groningen (Wolters) 1906-1912. 7 dln.
Mathys 1944 , (licentiaatsverhandeling)
Mathys 1944 F. Mathys, Boudewijn vander Luere, een Gentsch "sprookspreker" der XIVe eeuw. Licentiaatsverhandeling Gent 1944.
Meder 1991C , p. 152
Meder 1991C T. Meder, 'Willem van Hildegaersberch: spreker tussen hof en stad'. In: H. Pleij e.a., Op belofte van profijt. Stadsliteratuur en burgermoraal in de Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen. Amsterdam (Prometheus) 1991, p. 151-165 en 375-379. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 4.
Van Mierlo 1928 , p. 203
Van Mierlo 1928 J. van Mierlo, Geschiedenis van de Oud- en Middelnederlandsche letterkunde. Antwerpen etc. (Standaardboekhandel) 1928.
Van Mierlo 1949 , dl. 1 p. 388-389
Van Mierlo 1949 J. van Mierlo, De letterkunde van de Middeleeuwen. 2e, herz. en verm. dr. 's-Hertogenbosch etc. (Malmberg etc.) 1949. Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Onder redactie van F. Baur, W.J.M.A. Asselbergs, J. van Mierlo e.a. Dl. 1 en 2.
Pleij 1991C , p. 25
Pleij 1991C H. Pleij, 'Inleiding: op belofte van profijt'. In: H. Pleij e.a., Op belofte van profijt. Stadsliteratuur en burgermoraal in de Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen. Amsterdam (Prometheus) 1991, p. 8-51 en 347-353. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 4.
Reynaert 1980-1981 , p. 109-122
Reynaert 1980-1981 J. Reynaert, 'Boudewijn van der Luere en zijn Maghet van Ghend'. In: Jaarboek "De Fonteine" 31 (1980-1981), p. 109-130.
Reynaert 1989 , p. 94
Reynaert 1989 J. Reynaert, 'Literatuur in de stad? Op zoek naar een voorgeschiedenis van het Gruuthuse-liedboek'. In: F.P. van Oostrom & F. Willaert (red.), De studie van de Middelnederlandse letterkunde: stand en toekomst. Symposium Antwerpen 22-24 september 1988. Hilversum (Verloren) 1989, p. 93-106.
Serrure 1872 , p. 385-389 en 419
Serrure 1872 C.P. Serrure, Letterkundige geschiedenis van Vlaanderen. Eerste deel: Nederlandsche en Fransche letterkunde tijdens XII, XIII en XIVde eeuwen. Gent (De Busscher) 1872.
Stecher 1887 , p. 134
Stecher 1887 J. Stecher, Histoire de la littérature Néerlandaise en Belgique. Bruxelles (Lebègue) s.a. [1887].
Strijbosch 1996 , p. 6-7 en 24
Strijbosch 1996 C. Strijbosch, Repertorium van Middelnederlandse liederen in bronnen tot 1500. Deel 1: Bronnenrepertorium. Antwerpen (UFSIA) 1996.
Van Werveke 1900-1901 , p. 1-2
Van Werveke 1900-1901 A. van Werveke, 'De ontucht in het oude Gent'. In: Volkskunde 13 (1900-1901), p. 1-7.
Willems 1837B , p. 351
Willems 1837B J.F. Willems, 'Berichten wegens oude Nederduitsche dichters'. In: Belgisch museum 1 (1837), p. 326-380.
Willems 1923
Willems 1923 L. Willems, 'Over de historische beteekenis van Boudewijn van der Looren's gedicht De Maghet van Ghend'. In: Versl. & meded. van de Kon. Vl. Acad. voor taal- en letterkunde 1923, p. 853-867.
Te Winkel 1887 , p. 473
Te Winkel 1887 J. te Winkel, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Haarlem (Bohn) 1887.
Te Winkel 1922-1927 , dl. 2 p. 96
Te Winkel 1922-1927 J. te Winkel, De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. 2e dr. Haarlem (Bohn) 1922-1927. 7 dln. [Ongew. herdr. Utrecht etc., 1973].
Parallellen en varianten: