Repertorium Hulthem
Van mauwene dat es
Hulthem-Nr:
127
(f. 107va,1-107vb,18)
Opschrift:
Van mauwene dat es
Een euel poent
Incipit:
Prijs van vrouwen bouen al
Dunct mi wesen sere goet
Explicit:
Hier met indic nv mijn liet
Muset wel maer en mauwet niet
Afrondingsformule:
Nota ·liiij· verse
Weergave inhoud:
Vrouwen behoren boven alles geprezen te worden, maar wie bij haar in de gunst wil komen moet wèl kunnen zwijgen. Katten die op muizenjacht zijn, mauwen niet. Praat je mond niet voorbij. Er is niets zo slecht als kwaadspreken, dat is de oorzaak van haat en laster. Houd je liefde geheim want trouw en standvastigheid zijn gebaseerd op zwijgen. Maar nu heeft ontrouw haar valstrikken gespannen en dat gaat met geroddel gepaard. De trouw en de waarheid zijn dood en dat bezorgt mij hartzeer. Horen, zien en zwijgen, want van alle slechtheid is roddel het venijnigste gif, de oorzaak van moord en twist. Er is niets op de wereld dat reiner is dan een mond die nooit kwaad spreekt. Er staat in de bijbel: houd uw mond gesloten opdat hij geen kwaad zal spreken. Weet dus tijdig te zwijgen: als katten muizen, mauwen ze niet.
Auteurs:
Anoniem?
Anoniem?
Datering: onbekend
Toeschrijving van auteurschap onzeker of wordt betwijfeld. Dit is met name het geval voor de 49 teksteenheden die door Van Eeghem zijn toegeschreven aan Jan Dille (zie Jan Dille?).
Jan Dille?
Jan Dille?
Datering: onbekend
49 teksteenheden toegeschreven door Van Eeghem aan Jan Dille. Betwijfeld (en voor de abele spelen weerlegd) door Van Mierlo. - Nr. 68 toegeschreven door Jonckbloet aan Jan van Hollant en door Van Eeghem aan Jan Dille.
Secundaire literatuur
W. van Eeghem, Brusselse dichters. Brussel (Simon Stevin) 1958-1963. 5 dln.: dl. 3 passim, en p. 184 voor nr. 68.
J. van Mierlo, 'Is Jan Dille de dichter van onze abele spelen?'. In: Versl. & meded. van de Kon. Vl. Acad. voor taal- en letterkunde 1957, p. 65-83.
W.J.A. Jonckbloet, Geschiedenis der Middennederlandsche dichtkunst. Amsterdam (Van Kampen) 1851-1855. 3 dln.: dl. 3 p. 305
Tekstsoort:
Liet (volgens vs. 43 en 53); pseudo-ballade (Willaert 1992B), hekeldicht (Lodder 1995), lied (Strijbosch 1996), hekelende profaan-ethische sproke (Hogenelst 1997).
Lengte:
54 vss., 5 strofen van 11 en 1 strofe van 10 regels
Aanvullende informatie:
Initiaal-P 4 regels hoog, lombarden (1 regel hoog) om de 8 regels. ─ Stokregel: Muset wel maer en mauwet niet; komt ook voor als nr. 148 spreuk 127. ─ Strofenindeling gebaseerd op rijmschema en lombarden. Gelet op het rijmschema mankeert na vs. 48 een vers. Onzuiver rijm: vss. 41/42.
Edities:
Brinkman/Schenkel 1999
, band 1 p. 593-594
Brinkman/Schenkel 1999
H. Brinkman & J. Schenkel (ed.), Het handschrift-Van Hulthem. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. Diplomatische editie bezorgd door -. Hilversum (Verloren) 1999. 2 banden. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 7/1-2.
Serrure 1855
, p. 97-99
Serrure 1855
C.P. Serrure (ed.), 'Kleine gedichten uit de dertiende en veertiende eeuwen'. In: Vaderlandsch museum 1 (1855), p. 41-99 en 296-401.
Van Vloten 1885
, p. 150
Van Vloten 1885
J. van Vloten, Beknopte geschiedenis der Nederlandsche letteren van de vroegste tijden tot op heden, een leer- en handboek voor hoogere burger- en andere scholen. 3e herz. dr. Tiel (Campagne) 1885.
Secundaire literatuur:
Bogaers 1872
Bogaers 1872
A. Bogaers, 'Een nieuwe tekstverbetering van prof. J. van Vloten'. In: W.G. Brill, Taalkundige opstellen van mr. A. Bogaers. Uitgegeven door ─. Rotterdam (Dunk) 1872, p. 211-214.
Van Eeghem 1958-1963
, dl. 3 p. 184
Van Eeghem 1958-1963
W. van Eeghem, Brusselse dichters. Brussel (Simon Stevin) 1958-1963. 5 dln.
Hogenelst 1991
, p. 179
Hogenelst 1991
D. Hogenelst, 'Sproken in de stad: horen, zien en zwijgen'. In: H. Pleij e.a., Op belofte van profijt. Stadsliteratuur en burgermoraal in de Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen. Amsterdam (Prometheus) 1991, p. 166-183 en 379-385. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 4.
Hogenelst 1997
, dl. 2 p. 77-78 (97)
Hogenelst 1997
D. Hogenelst, Sprekers en sproken. Inleiding op en repertorium van de Middelnederlandse sproke. Amsterdam (Prometheus) 1997. 2 dln. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 15. Diss. Leiden.
Lodder 1995
, p. 55
Lodder 1995
F.J. Lodder, 'Een genre der boerden?' In: Queeste 2 (1995), p. 54-71.
Lodder 1997
, p. 12
Lodder 1997
F.J. Lodder, Lachen om list en lust. Studies over de Middelnederlandse komische versvertellingen. Leiden (Ridderhof) 1997. Diss. Leiden.
Oosterman 1995A
, p. 393 n. 180
Oosterman 1995A
J.B. Oosterman, De gratie van het gebed. Overlevering en functie van Middelnederlandse berijmde gebeden. Amsterdam (Prometheus) 1995. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 12. Diss. Leiden.
Schnell 1985
Schnell 1985
R. Schnell, Causa amoris: Liebeskonzeption und Liebesdarstellung in den mittelalterlichen Literatur. Bern (Francke) 1985. Bibliotheca Germanica.
Serrure 1855
, p. 44-45
Serrure 1855
C.P. Serrure (ed.), 'Kleine gedichten uit de dertiende en veertiende eeuwen'. In: Vaderlandsch museum 1 (1855), p. 41-99 en 296-401.
Strijbosch 1996
, p. 6-7 en 24
Strijbosch 1996
C. Strijbosch, Repertorium van Middelnederlandse liederen in bronnen tot 1500. Deel 1: Bronnenrepertorium. Antwerpen (UFSIA) 1996.
Verdeyen 1948
, p. 333-335
Verdeyen 1948
R. Verdeyen, 'Literaire reminiscenties bij de rederijkers'. In: Album prof. dr. Frank Baur. Antwerpen (Standaardboekhandel) 1948. Dl. 2, p. 333-339.
Van Vloten 1885
, p. 149
Van Vloten 1885
J. van Vloten, Beknopte geschiedenis der Nederlandsche letteren van de vroegste tijden tot op heden, een leer- en handboek voor hoogere burger- en andere scholen. 3e herz. dr. Tiel (Campagne) 1885.
Willaert 1992B
, p. 354 n. 65
Willaert 1992B
F. Willaert, 'Het zingende hof. Ontstaan, vertolking en onthaal van hoofse minnelyriek omstreeks 1400'. In: F. Willaert e.a., Een zoet akkoord. Middeleeuwse lyriek in de Lage Landen. Amsterdam (Prometheus) 1992, p. 109-122 en 348-359. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 7.
Te Winkel 1887
, p. 448
Te Winkel 1887
J. te Winkel, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Haarlem (Bohn) 1887.
Te Winkel 1922-1927
, dl. 2 p. 74
Te Winkel 1922-1927
J. te Winkel, De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. 2e dr. Haarlem (Bohn) 1922-1927. 7 dln. [Ongew. herdr. Utrecht etc., 1973].
Parallellen en varianten:
Vss. 1-54
Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, II 144
[1400 - 1700]
, f. 81r
Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, II 144
Post quem: 1400
Ante quem: 1700
Datering: 15e eeuw, deels 16e/17e eeuw
Overeenkomst met Hulthem-nr(s):
47C,
53,
70,
78,
113,
115,
127
Zie:
Priebsch 1906-1907
, p. 462-463
Priebsch 1906-1907
R. Priebsch, 'Aus deutschen Handschriften der königlichen Bibliothek zu Brüssel'. In: Zeitschrift für deutsche Philologie 38 (1906), p. 301-333 en p. 436-467; 39 (1907), p. 156-179.