Repertorium Hulthem

Hoe miede valscheit ende nijt

Hulthem-Nr: 
181  (f. 183vb,1-184ra,44)
Opschrift: 
Hoe miede valscheit ende nijt die werelt verkeren
Opschrift: 
·C·lxxxj·
Incipit: 
Wat hulpen vele nuwer woert Die wi den heren bringhen voert
Explicit: 
Dat die nijt soe sere nv stijft Dat hi bouen nature beclijft
Afrondingsformule: 
Nota ·lxxx· verse
Weergave inhoud: 
Wat helpen nieuwe woorden als men niet wil luisteren. In het Latijn staat geschreven dat minne, wijsheit ende nature alle daden beheersen. Het zal wel waar zijn, maar ik merk dat de wereld tegenwoordig op zijn kop wordt gezet door miede, valscheit ende nijt. Niemand heet wijs of hij zit vol list en bedrog, de deugdzamen noemt men onwijs en dom. Men ziet, dat zelfs bij mensen die van nature goed zijn valse afgunst gaat overheersen. De naastenliefde moet haar plaats afstaan aan de omkoperij. Door geldzucht haten geliefden elkaar en verlaten kinderen hun vader. Omkoperij is de heerseres van de liefde. Die drie misstanden hebben de wereld in het ongeluk gestort. Als men deze drie valse profeten uit de wereld verdreef, dan zou de deugd weer heersen. Maar nu heeft de afgunst nog steeds de overhand.
Auteurs: 
Anoniem?
Anoniem?
Datering: onbekend
Toeschrijving van auteurschap onzeker of wordt betwijfeld. Dit is met name het geval voor de 49 teksteenheden die door Van Eeghem zijn toegeschreven aan Jan Dille (zie Jan Dille?).
Jan Dille?
Jan Dille?
Datering: onbekend
49 teksteenheden toegeschreven door Van Eeghem aan Jan Dille. Betwijfeld (en voor de abele spelen weerlegd) door Van Mierlo. - Nr. 68 toegeschreven door Jonckbloet aan Jan van Hollant en door Van Eeghem aan Jan Dille.
Secundaire literatuur
W. van Eeghem, Brusselse dichters. Brussel (Simon Stevin) 1958-1963. 5 dln.: dl. 3 passim, en p. 184 voor nr. 68.
J. van Mierlo, 'Is Jan Dille de dichter van onze abele spelen?'. In: Versl. & meded. van de Kon. Vl. Acad. voor taal- en letterkunde 1957, p. 65-83.
W.J.A. Jonckbloet, Geschiedenis der Middennederlandsche dichtkunst. Amsterdam (Van Kampen) 1851-1855. 3 dln.: dl. 3 p. 305
Tekstsoort: 
Profaan-ethische sproke (Hogenelst 1997), leerdicht.
Vorm: 
rijm: aabb
Lengte: 
80 vss.
Aanvullende informatie: 
Initiaal-W 2 regels hoog, lombarden (1 regel hoog) op onregelmatige plaatsen. ─ Lombarden: vs. 7, 29 en 53. Onzuiver rijm: vss. 21/22 en 31/32.
Petit-Nommer(s): 
758
Edities: 
Brinkman/Schenkel 1999 , band 2 p. 952-954
Brinkman/Schenkel 1999 H. Brinkman & J. Schenkel (ed.), Het handschrift-Van Hulthem. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. Diplomatische editie bezorgd door -. Hilversum (Verloren) 1999. 2 banden. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 7/1-2.
Van Eeghem 1958-1963 , dl. 3 p. 170-171 (fragment)
Van Eeghem 1958-1963 W. van Eeghem, Brusselse dichters. Brussel (Simon Stevin) 1958-1963. 5 dln.
Serrure 1855 , p. 90-92
Serrure 1855 C.P. Serrure (ed.), 'Kleine gedichten uit de dertiende en veertiende eeuwen'. In: Vaderlandsch museum 1 (1855), p. 41-99 en 296-401.
Secundaire literatuur: 
Van Eeghem 1958-1963 , dl. 3 p. 170-171, 179
Van Eeghem 1958-1963 W. van Eeghem, Brusselse dichters. Brussel (Simon Stevin) 1958-1963. 5 dln.
Hogenelst 1997 , dl. 2 p. 96 (127)
Hogenelst 1997 D. Hogenelst, Sprekers en sproken. Inleiding op en repertorium van de Middelnederlandse sproke. Amsterdam (Prometheus) 1997. 2 dln. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 15. Diss. Leiden.
Pleij 1991C , p. 43
Pleij 1991C H. Pleij, 'Inleiding: op belofte van profijt'. In: H. Pleij e.a., Op belofte van profijt. Stadsliteratuur en burgermoraal in de Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen. Amsterdam (Prometheus) 1991, p. 8-51 en 347-353. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 4.
Parallellen en varianten: