Repertorium Hulthem
Van dinghen die selden
Hulthem-Nr:
70
(f. 64va,4-65ra,2)
Opschrift:
Van dinghen die selden
gheschien ·lxx·
Incipit:
Ic beghinne mijn ghedichte al dus
De raro contigentibus
Explicit:
[Z]iet si en moghen wel ghesc[ien]
Maer selden soe sijn si ghesien
Afrondingsformule:
Nota Item ·lxxix· verse
Weergave inhoud:
Ik begin mijn gedicht met de raro contigentibus. Dat betekent: dingen, die zelden voorkomen. Zoals papen die vrijgevig zijn, zorgeloze rijken, een arme die men geld wil lenen, een malende molen zonder dief, een schoon begijntje zonder minnaar, een bakkerij zonder vuur, een drinkebroer zonder wellust, een gokker met veel geld, een leegloper zonder schulden, een boer die de heilige dagen viert, een rechter die geliefd is bij iedereen, een overspelige man die zijn vrouw vertrouwt, een slechte vrouw die verbetert door slaag, een stad zonder lichtekooien, goede wijn voor niets, een boevenhemd zonder bobbel, een koopman zonder bedrog, mooie vrouwen zonder minne, maart zonder vorst, een kok zonder dorst, Fransen zonder hovaardij, Duitsers zonder zwaard, Lombarden die niet vechten [enzovoort]. Dit zijn allemaal dingen die wel bestaan, maar men ziet ze zelden. [Met behulp van een paralleltekst is deze tekst ontcijferd en samengevat.]
Namen:
Almanne
Duitsers
Engelsen
Fransen
Inghelsche
Lombard
Lombarden
Auteurs:
Anoniem
Anoniem
Datering: onbekend
Over de auteurs van 119 teksteenheden en delen van nr. 108 en 148 is geen enkel gegeven bekend.
Tekstsoort:
Hekeldicht (Lodder 1995); hekelende sproke (Hogenelst 1997).
Aanvullende informatie:
Gedeelte van de tekst onleesbaar. ─ Een soortgelijke tekst komt (korter) ook voor onder nr. 47C. Vss. 2 en 77 (= vs. 88 van paralleltekst volgens ed. Willems 1846B, p. 118-120) in het Latijn. De kopiist lijkt het Latijn niet voldoende te beheersen. Hij schrijft resp. contigentibus / contigencia in plaats van contingentibus / contingentia. ─ Weesrijm: vs. 61 (telling volgens hs.).
Petit-Nommer(s):
689; 1615
Edities:
Brinkman/Schenkel 1999
, band 1 p. 395-397
Brinkman/Schenkel 1999
H. Brinkman & J. Schenkel (ed.), Het handschrift-Van Hulthem. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. Diplomatische editie bezorgd door -. Hilversum (Verloren) 1999. 2 banden. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 7/1-2.
Leendertz 1907B
, dl. 2 p. 446-447 (tekstvarianten in hs.-Van Hulthem)
Leendertz 1907B
P. Leendertz Jr. (ed.), Middelnederlandsche dramatische poëzie. Met inleiding, aantekeningen, bijlagen en woordenlijst uitgegeven door ─. Leiden (Sijthoff) 1907. 3 dln. in 1 bd. Bibliotheek van de Middelnederlandsche letterkunde 13-14.
Willems 1846B
, p. 118-120 (paralleltekst)
Willems 1846B
J.F. Willems (ed.), 'Van dinghen die selden gheschien'. In: Belgisch museum 10 (1846), p. 118-120.
Secundaire literatuur:
Van Anrooij 1997A
Van Anrooij 1997A
W. van Anrooij, 'Middeleeuwse opschriften. Een rijmspreuk van papieren letters in Deventer'. In: Literatuur 14 (1997), p. 100-101.
Baris 1992
, (scriptie)
Baris 1992
W. Baris, Van dinghen die selden ghesciën. Kritische uitgave van de tekst, onderzoek naar de literaire traditie en cultuurhistorisch commentaar. (Ongepubl. doctoraalscriptie Utrecht 1992, te raadplegen in de Universiteitsbibliotheek Utrecht, LB NED SCR-L-797).
Coenradie 1981
, (scriptie)
Coenradie 1981
K. Coenradie & H. van der Kooij, Sone saeghdi boerde nie soe goet! Een onderzoek naar wezen en functie van de boerde. (Ongepubl. doctoraalscriptie Leiden 1981, te raadplegen bij de Vakgroep Nederlands R.U. Leiden, GA 1032).
Hogenelst 1997
, dl. 2 p. 34-35 (29)
Hogenelst 1997
D. Hogenelst, Sprekers en sproken. Inleiding op en repertorium van de Middelnederlandse sproke. Amsterdam (Prometheus) 1997. 2 dln. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 15. Diss. Leiden.
Lodder 1995
, p. 55
Lodder 1995
F.J. Lodder, 'Een genre der boerden?' In: Queeste 2 (1995), p. 54-71.
Lodder 1997
, p. 12
Lodder 1997
F.J. Lodder, Lachen om list en lust. Studies over de Middelnederlandse komische versvertellingen. Leiden (Ridderhof) 1997. Diss. Leiden.
Van Moerkerken 1904
, p. 79-80
Van Moerkerken 1904
P.H. van Moerkerken, De satire in de Nederlandsche kunst der Middeleeuwen. Amsterdam (Van Looy) 1904. Diss. Utrecht.
Verdam 1892A
, p. 297-299
Verdam 1892A
J. Verdam (ed.), 'Kleine Middelnederlandsche overblijfselen'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 11 (1892), p. 285-305.
Verdam 1893A
Verdam 1893A
J. Verdam, 'Van dinghen die selden ghescien'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 12 (1893), p. 175.
Willemsen 1996
Willemsen 1996
A. Willemsen, 'Van allen spele: Dobbelen oft eenigh ander spul spelen'. In: Madoc 10 (1996), p. 2-10.
Te Winkel 1922-1927
, dl. 2 p. 85
Te Winkel 1922-1927
J. te Winkel, De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. 2e dr. Haarlem (Bohn) 1922-1927. 7 dln. [Ongew. herdr. Utrecht etc., 1973].
Parallellen en varianten:
(a) vss. 39 + 55
Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, II 144
[1400 - 1700]
, f. 2v (fragm. variant)
Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, II 144
Post quem: 1400
Ante quem: 1700
Datering: 15e eeuw, deels 16e/17e eeuw
Overeenkomst met Hulthem-nr(s):
47C,
53,
70,
78,
113,
115,
127
(b) vss. 1-79
Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 837-45
[1450 - 1475]
, f. 107v-109r (langere tekst)
Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 837-45
(olim 319)
Post quem: 1450
Ante quem: 1475
Datering: ca. 1465
Overeenkomst met Hulthem-nr(s):
47A,
(2x)
47C,
70,
108,
spr. 19
111,
148 spr. 4,
188,
189
(c) vss. 1-79
Gent, privé-bezit: Ladislas van Hoornebeke, z.s.
[1500 - 1600]
, f. 93a (korte variant)
Gent, privé-bezit: Ladislas van Hoornebeke, z.s.
Post quem: 1500
Ante quem: 1600
Datering: 16e eeuw
Aanvullende informatie: in BNM te vinden onder: z.s., V
Overeenkomst met Hulthem-nr(s):
70,
(fragment)
94
(d) vss. 1-79
Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, II 1.171
[1300 - 1400]
, f. 331va-332ra (variant)
Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, II 1.171
Post quem: 1300
Ante quem: 1400
Datering: 14e eeuw
Overeenkomst met Hulthem-nr(s):
70
Zie:
Govers 1994
, p. 49-51 (b)
Govers 1994
M. Govers e.a. (ed.), Het Geraardsbergse handschrift. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek Albert I, 837-845. Hilversum (Verloren) 1994. Middeleeuwse verzamelhandschriften uit de Nederlanden 1.
De Pauw 1893-1914
, dl. 1 p. 646 (b)
De Pauw 1893-1914
N. de Pauw (ed.), Middelnederlandsche gedichten en fragmenten. Gent (Siffer) 1893-1914. 2 dln.
De Pauw 1893-1914
, dl. 2 p. 313-375 (c)
De Pauw 1893-1914
N. de Pauw (ed.), Middelnederlandsche gedichten en fragmenten. Gent (Siffer) 1893-1914. 2 dln.
Priebsch 1906-1907
, p. 305 (a)
Priebsch 1906-1907
R. Priebsch, 'Aus deutschen Handschriften der königlichen Bibliothek zu Brüssel'. In: Zeitschrift für deutsche Philologie 38 (1906), p. 301-333 en p. 436-467; 39 (1907), p. 156-179.
Verdam 1893A
, (b, d)
Verdam 1893A
J. Verdam, 'Van dinghen die selden ghescien'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 12 (1893), p. 175.
Willems 1846B
, p. 118-120 (b)
Willems 1846B
J.F. Willems (ed.), 'Van dinghen die selden gheschien'. In: Belgisch museum 10 (1846), p. 118-120.