Repertorium Hulthem

Een edel wijf ende een

Hulthem-Nr: 
75  (f. 67va,18-68rb,2)
Opschrift: 
Een edel wijf ende een hoghe gheboren ·lxxv·
Incipit: 
EEn edel wijf ende een hoghe gheboren Hordic claghen een claeghelijc leit
Explicit: 
In velde in wouden in bosch in haghen Daer men vrouwen siet verbliden
Afrondingsformule: 
Nota Item ·C·xij· verse
Weergave inhoud: 
Een hooggeboren edelvrouw hoorde ik er eens over klagen, dat men tegenwoordig niet meer vrolijk en opgewekt mag zijn en van gezelschap houden, omdat de niders dit uitleggen als lichtzinnigheid. Zij doen hun best om deugdzame vrouwen door laster en leugen van hun eer te beroven. Ze verdraaien alles wat onschuldig en eervol plezier is, die leugenaars en kwaadsprekers! Een verstandig man zal zich wel tweemaal bedenken eer hij kwaadspreekt van een deugdzame vrouw. Men moet reine maagden en eerzame vrouwen juist eren: zij brengen vreugde in een mannenleven. Ze zijn als bloemen, hun geur is heerlijker dan die van balsem. Ridders, knechten: te wapen tegen de niders die zich erop verheugen vrouwen in het ongeluk te storten, hen in grote angst doen leven en hun vrolijke dagen vergallen. Ze liggen overal op de loer waar vrouwen plezier maken. Publieksaanspreking: vs. 13 O ridderen cnechten edel diet.
Auteurs: 
Anoniem?
Anoniem?
Datering: onbekend
Toeschrijving van auteurschap onzeker of wordt betwijfeld. Dit is met name het geval voor de 49 teksteenheden die door Van Eeghem zijn toegeschreven aan Jan Dille (zie Jan Dille?).
Jan Dille?
Jan Dille?
Datering: onbekend
49 teksteenheden toegeschreven door Van Eeghem aan Jan Dille. Betwijfeld (en voor de abele spelen weerlegd) door Van Mierlo. - Nr. 68 toegeschreven door Jonckbloet aan Jan van Hollant en door Van Eeghem aan Jan Dille.
Secundaire literatuur
W. van Eeghem, Brusselse dichters. Brussel (Simon Stevin) 1958-1963. 5 dln.: dl. 3 passim, en p. 184 voor nr. 68.
J. van Mierlo, 'Is Jan Dille de dichter van onze abele spelen?'. In: Versl. & meded. van de Kon. Vl. Acad. voor taal- en letterkunde 1957, p. 65-83.
W.J.A. Jonckbloet, Geschiedenis der Middennederlandsche dichtkunst. Amsterdam (Van Kampen) 1851-1855. 3 dln.: dl. 3 p. 305
Tekstsoort: 
Minnerede (Brandis 1968 en Hogenelst 1997).
Vorm: 
rijm: ababbaba
Lengte: 
112 vss., 14 strofen van 8 regels
Aanvullende informatie: 
Initiaal-E 2 regels hoog, lombarden (1 regel hoog) om de 8 regels. ─ Strofenindeling gebaseerd op rijmschema en lombarden. Strofe 8: wel representant aanwezig, lombarde niet ingevuld. Onzuiver rijm: strofe 6 (vss. 41/43/46/48) en 77/79; gelijk rijm: vss. 92/93.
Petit-Nommer(s): 
651
Edities: 
Brinkman/Schenkel 1999 , band 1 p. 409-412
Brinkman/Schenkel 1999 H. Brinkman & J. Schenkel (ed.), Het handschrift-Van Hulthem. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. Diplomatische editie bezorgd door -. Hilversum (Verloren) 1999. 2 banden. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 7/1-2.
Van Eeghem 1958-1963 , dl. 3 p. 170 (fragment)
Van Eeghem 1958-1963 W. van Eeghem, Brusselse dichters. Brussel (Simon Stevin) 1958-1963. 5 dln.
Serrure 1855 , p. 78-81
Serrure 1855 C.P. Serrure (ed.), 'Kleine gedichten uit de dertiende en veertiende eeuwen'. In: Vaderlandsch museum 1 (1855), p. 41-99 en 296-401.
Secundaire literatuur: 
Brandis 1968 , p. 112 (293)
Brandis 1968 T. Brandis, Mittelhochdeutsche, mittelniederdeutsche und mittelniederländische Minnereden. München (Beck) 1968. Münchener Texte und Untersuchungen zur deutschen Literatur des Mittelalters 25.
Van Eeghem 1958-1963 , dl. 3 p. 170
Van Eeghem 1958-1963 W. van Eeghem, Brusselse dichters. Brussel (Simon Stevin) 1958-1963. 5 dln.
Hogenelst 1997 , dl. 2 p. 59 (66)
Hogenelst 1997 D. Hogenelst, Sprekers en sproken. Inleiding op en repertorium van de Middelnederlandse sproke. Amsterdam (Prometheus) 1997. 2 dln. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 15. Diss. Leiden.
Krijnen 1988 , (scriptie)
Krijnen 1988 A. Krijnen, Een edel wijf ende een hoghe gheboren. (Ongepubl. doctoraalscriptie Utrecht 1988, te raadplegen in de Universiteitsbibliotheek Utrecht, LB NED SCR-L-561).
Van Moerkerken 1904 , p. 76
Van Moerkerken 1904 P.H. van Moerkerken, De satire in de Nederlandsche kunst der Middeleeuwen. Amsterdam (Van Looy) 1904. Diss. Utrecht.
Schnell 1985
Schnell 1985 R. Schnell, Causa amoris: Liebeskonzeption und Liebesdarstellung in den mittelalterlichen Literatur. Bern (Francke) 1985. Bibliotheca Germanica.
Verdam 1883A , p. 195-197
Verdam 1883A J. Verdam, 'Dietsche verscheidenheden'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 3 (1883), p. 189-220.
Parallellen en varianten: 
Vss. 1-112  Berlijn, Staatsbibliothek Preussischer Kulturbesitz, Germ. fol. 922  [1400 - 1450] , f. 17rb-17vb
Berlijn, Staatsbibliothek Preussischer Kulturbesitz, Germ. fol. 922
Post quem: 1400
Ante quem: 1450
Datering: ca. 1410-1430 (BNM: ca. 1412-1415)
Martin 1867
Martin 1867 E. Martin, 'Mittelrheinische und niederländische Gedichte in einer Berliner Handschrift'. In: Zeitschrift für deutsches Altertum 13 (1867), p. 348-377.
Strijbosch 1996 , p. 17 (5)
Strijbosch 1996 C. Strijbosch, Repertorium van Middelnederlandse liederen in bronnen tot 1500. Deel 1: Bronnenrepertorium. Antwerpen (UFSIA) 1996.
Van den Wijer 1983 , dl. 1 p. 68-84
Van den Wijer 1983 I. van den Wijer, Segheliin. Codicologische, bibliografische en tekstkritische studie en editie. Leuven (KU) 1983. 2 dln. Diss. Leuven.
Overeenkomst met Hulthem-nr(s): 64A,  75,  159
Zie: 
De Vries 1867 , p. 33-35
De Vries 1867 M. de Vries, 'Mededeeling'. In: Handelingen der jaarlijksche algemeene vergadering van de Mij. van Ned. letterkunde te Leiden 1866-1867 (1867), p. 32-35.