Repertorium Hulthem

Twee conincghen deen leuende

Hulthem-Nr: 
89  (f. 74vb,5-75rb,21)
Opschrift: 
Twee conincghen deen leuende Ende dander was doot
Opschrift: 
·lxxxix·
Incipit: 
Ic ben een coninc mechtich ende rike Ende oec soe hebbic sekerlike
Explicit: 
Laet op mi drupen van uwen dauwe Want ic ·v· alder doghet betrouwe
Afrondingsformule: 
Amen Item ·xcvj· verse
Weergave inhoud: 
[Levende koning 1:] Ik ben een koning, machtig en rijk. Velen heb ik overwonnen en ik geniet aanzien en eer. [Dode koning 1:] U die daar zo hoog te paard zit, kom tot inkeer. Ik was net als u een koning en genoot van het leven. Maar kijk naar mij, hoe de dood slechts wormenvoedsel van mij overlaat. [Levende koning 1:] Is dat waar, dan wordt het tijd om berouw te hebben. Helaas helpt mijn rijkdom mij niet als de dood nadert. [Hierna volgt een soortgelijke samenspraak tussen een tweede en een derde levende en dode koning. De levenden worden door de doden gewaarschuwd dat hun stervensuur heeft geslagen. Nu hebben ze spijt hun godvergeten leven niet eerder te hebben gebeterd. Ze bidden tot God om genade en vergiffenis van hun zonden en tot Maria om voorspraak bij haar Zoon.]
Namen: 
Maria, moeder van Jezus
Auteurs: 
Anoniem
Anoniem
Datering: onbekend
Over de auteurs van 119 teksteenheden en delen van nr. 108 en 148 is geen enkel gegeven bekend.
Tekstsoort: 
Legende (Van Anrooij 1991), samenspraak, memento mori.
Vorm: 
rijm: aabb/aabaababaabb/aabbccbbcbcb
Lengte: 
96 vss.
Aanvullende informatie: 
Initiaal-I 2 regels hoog, lombarden (1 regel hoog) op regelmatige plaatsen. ─ Bewerking van Franse bron; datering: laatste decennia 14e eeuw (Van Anrooij 1991, p. 188-189). ─ Lombarden vss. 9, 21, 41, 53, 65, 73 en 85: structurering per claus. De tekst bestaat uit 3x8+12+12 vss. Rijmschema aabaababaabb: vss. 21-32, en aabbccbbcbcb: vss. 41-52. Herhaling van rijmwoordcombinatie: vss. 15/16 en 19/20. Onzuiver rijm: vss. 33/34, 81/82 en 91/92; vierrijm: vss. 91/92/93/94.
Petit-Nommer(s): 
871
Edities: 
Brinkman/Schenkel 1999 , band 1 p. 441-443
Brinkman/Schenkel 1999 H. Brinkman & J. Schenkel (ed.), Het handschrift-Van Hulthem. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. Diplomatische editie bezorgd door -. Hilversum (Verloren) 1999. 2 banden. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 7/1-2.
Willems 1838A
Willems 1838A J.F. Willems (ed.), 'De levende en de doode koning, tweespraek'. In: Belgisch museum 2 (1838), p. 237-240.
Secundaire literatuur: 
Van Anrooij 1991 , p. 188-189
Van Anrooij 1991 W. van Anrooij & A.M.J. van Buuren, ''sLevens felheid in één band: het handschrift-Van Hulthem'. In: H. Pleij e.a., Op belofte van profijt. Stadsliteratuur en burgermoraal in de Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen. Amsterdam (Prometheus) 1991, p. 184-199 en 385-391. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 4.
Axters 1943
Axters 1943 S. Axters, 'Over "quaestio disputata" en "quaestio de quodlibet" in de Middelnederlandsche literatuur'. In: Ons geestelijk erf 17 (1943), p. 31-70.
Enklaar 1950 , p. 53
Enklaar 1950 D.Th. Enklaar, De dodendans. Een cultuur-historische studie. Amsterdam (Veen) 1950.
Glixelli 1914 , p. 5, 10 en 92-110
Glixelli 1914 S. Glixelli (éd.), Les cinq poèmes des trois morts et des trois vifs. Paris (Champion) 1914.
Heyse 1977-...
Heyse 1977-... E. Heyse, D. Briesemeister & H. Sauer, 'Drie Lebende und drei Tote'. In: R. Auty e.a. (Hrsg.), Lexikon des Mittelalters. München etc. (Artemis) 1977-... . ... dln. Dl. 3, kol. 1390-1392.
Hogenelst 1997 , dl. 2 p. 24-25 (12)
Hogenelst 1997 D. Hogenelst, Sprekers en sproken. Inleiding op en repertorium van de Middelnederlandse sproke. Amsterdam (Prometheus) 1997. 2 dln. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 15. Diss. Leiden.
Kästner 1978
Kästner 1978 H. Kästner, Mittelalterliche Lehrgespräche. Textlinguistische Analysen, Studien zur poetischen Funktion und pädagogischen Intention. Berlin (Schmidt) 1978. Philologische Studien und Quellen; Heft 94.
Künstle 1908 , p. 37-40
Künstle 1908 K. Künstle, Die Legende der drei Lebenden und der drei Toten und der Totentanz: im Zusammenhang mit neueren Gemäldefunden aus dem badischen Oberland. Freiburg im Breisgau (Herder) 1908.
Ligtenberg 1934 , p. 15
Ligtenberg 1934 R. Ligtenberg, Over de legende der drie levenden en der drie dooden. 's-Hertogenbosch (Teulings) 1934. Collectanea Franciscana Neerlandica III-4.
Van Rooyen 1988 , (scriptie)
Van Rooyen 1988 M.T.J. van Rooyen, Twee conincghen deen levende ende dander was doot. (Ongepubl. doctoraalscriptie Utrecht 1988, te raadplegen in de Universiteitsbibliotheek Utrecht, LB NED SCR-L-576).
Rotzler 1961
Rotzler 1961 W. Rotzler, Die Begegnung der drei Lebenden und der drei Toten. Winterthur (Keller) 1961.
Storck 1910
Storck 1910 W.F. Storck, Die legende von den drei Lebenden und von den drei Toten. Tübingen (Laupp) 1910. Diss. Heidelberg.
Vanderheijden 1930
Vanderheijden 1930 J. Vanderheijden, Het thema en de uitbeelding van den dood in de poëzie der late Middeleeuwen en der vroege renaissance in de Nederlanden. Gent (Erasmus) z.j. [1930].
Viaene 1961
Viaene 1961 A. Viaene, 'Maskers in het Prinsenhof te Brugge, 1394'. In: Biekorf 62 (1961), p. 11-14.
Walch 1931-1932 , p. 664
Walch 1931-1932 J.L. Walch, 'Les "abele spelen"'. In: Revue des Cours et Conférences 33-I (1931-1932), p. 654-669.
Wimmer 1977-...
Wimmer 1977-... E. Wimmer, 'Die drei Lebenden und die drei Toten'. In: W. Stammler e.a., Die deutsche Literatur des Mittelalters: Verfasserlexikon. 2e völlig neu bearb. Aufl. [...] Berlin etc. (De Gruyter) 1977-... . ... dln. Dl. 2, kol. 226-228.
Te Winkel 1922-1927 , dl. 2 p. 150
Te Winkel 1922-1927 J. te Winkel, De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. 2e dr. Haarlem (Bohn) 1922-1927. 7 dln. [Ongew. herdr. Utrecht etc., 1973].
Parallellen en varianten: 
(a) vss. 1-96  Nijmegen, Gemeentearchief, 953  [1425 - 1450] , f. 279vb-283va (variant)
Nijmegen, Gemeentearchief, 953
(olim Nijmegen Weeshuis 61)
Post quem: 1425
Ante quem: 1450
Datering: 1445
Overeenkomst met Hulthem-nr(s): 59,  89
(b) vss. 1-96  Hamburg, Staats- und Universitätsbibliothek, Scrin. 102c  [1400 - 1425] , f. 76r-80v (Middelnederduitse variant: 296 vss.)
Hamburg, Staats- und Universitätsbibliothek, Scrin. 102c
Post quem: 1400
Ante quem: 1425
Datering: 1404 (BNM: ongedateerd)
Brandis 1972 , p. 175-176
Brandis 1972 T. Brandis, Die Codices in scrinio der Staats- und Universitätsbibliothek Hamburg 1-110. Hamburg (Hauswedell) 1972. Katalog der Handschriften der Staats- und Universitätsbibliothek Hamburg 7, p. 175-176.
Overeenkomst met Hulthem-nr(s): 5,  89,  180
(c) vss. 1-96  Berlijn, Staatsbibliothek Preussischer Kulturbesitz, Germ. fol. 1027  [1400 - 1500] , f. 154vb-156rb (Rijnlandse variant)
Berlijn, Staatsbibliothek Preussischer Kulturbesitz, Germ. fol. 1027
Post quem: 1400
Ante quem: 1500
Datering: 15e eeuw
Overeenkomst met Hulthem-nr(s): 59,  89
(d) vss. 1-96  Stuttgart, Württembergische Landesbibliothek, Poët. et philol. qu. 83  [1375 - 1425] , f. 129r-134v (Rijnlandse variant)
Stuttgart, Württembergische Landesbibliothek, Poët. et philol. qu. 83
Post quem: 1375
Ante quem: 1425
Datering: ca. 1400
Irtenkauf 1964-... , p. 140-142
Irtenkauf 1964-... W. Irtenkauf & I. Krekler, Die Handschriften der Württembergischen Landesbibliothek Stuttgart. Wiesbaden (Harrassowitz) 1964-... . ... dln. 1e reeks, deel 2: Codices poetici et philologici, beschrieben von ─ mit vorarbeiten von I. Dumke.
Aanvullende informatie: niet gevonden in BNM: Middelfrankische tekst
Overeenkomst met Hulthem-nr(s): 89
(e) vss. 1-96  Wolfenbüttel, Herzog August Bibliothek, Cod. Guelph. Aug. 16.17. qu.  [1100 - 1600] , f. 85v-87r (variant in clausen)
Wolfenbüttel, Herzog August Bibliothek, Cod. Guelph. Aug. 16.17. qu.
Post quem: 1100
Ante quem: 1600
Datering: datering onbekend
Heinemann 1890-1903 , dl. 4 p. 202-203
Heinemann 1890-1903 O. Heinemann, Die Handschriften der herzoglichen Bibliothek. 2e Abt.: Die Augusteischen Handschriften. Wolffenbüttel (Zwissler) 1890-1903.
Aanvullende informatie: niet gevonden in BNM
Overeenkomst met Hulthem-nr(s): 89
Zie: 
Brandis 1972 , p. 175-176 (b)
Brandis 1972 T. Brandis, Die Codices in scrinio der Staats- und Universitätsbibliothek Hamburg 1-110. Hamburg (Hauswedell) 1972. Katalog der Handschriften der Staats- und Universitätsbibliothek Hamburg 7, p. 175-176.
Deschamps 1963 , p. 131 (a) en 123 (c)
Deschamps 1963 J. Deschamps, 'De Middelnederlandse handschriften van de grote en de kleine Der sielen troest'. In: Handelingen van de Zuidnederlandse 17 (1963), p. 111-167.
Enklaar 1950 , p. 50-52 (b, d en e)
Enklaar 1950 D.Th. Enklaar, De dodendans. Een cultuur-historische studie. Amsterdam (Veen) 1950.
Künstle 1908 , p. 37-40 (b, d en e)
Künstle 1908 K. Künstle, Die Legende der drei Lebenden und der drei Toten und der Totentanz: im Zusammenhang mit neueren Gemäldefunden aus dem badischen Oberland. Freiburg im Breisgau (Herder) 1908.
Rotzler 1961 , p. 18-72 (b-e)
Rotzler 1961 W. Rotzler, Die Begegnung der drei Lebenden und der drei Toten. Winterthur (Keller) 1961.
Wimmer 1977-... , (b-e)
Wimmer 1977-... E. Wimmer, 'Die drei Lebenden und die drei Toten'. In: W. Stammler e.a., Die deutsche Literatur des Mittelalters: Verfasserlexikon. 2e völlig neu bearb. Aufl. [...] Berlin etc. (De Gruyter) 1977-... . ... dln. Dl. 2, kol. 226-228.
Aanvullende informatie bij parallellen en Variant: 
Voorts vermeldt 
Rotzler 1961 nog vele anderstalige versies. 
Rotzler 1961 W. Rotzler, Die Begegnung der drei Lebenden und der drei Toten. Winterthur (Keller) 1961.