Repertorium Hulthem
Vanden minnere ·xCv·
Hulthem-Nr:
95
(f. 78ra,1-78ra,38)
Opschrift:
Vanden minnere ·xCv·
Incipit:
Die loen was alte menech fulde
Die men doer goede wiuen hulde
Explicit:
Maeghden ende goede wiuen
Want ic ·v· allen dit ane scriue
Afrondingsformule:
Item ·xxxvj· verse
Weergave inhoud:
Ik zal u zeggen, edele vrouwen, op welke grond een minnaar zijn liefdesloon zou kunnen verdienen. Vroeger stond de scamelheit in aanzien en men vermeed alle ondeugden, waar men die vermijden kon. Tegenwoordig mag je God danken als je een eerbare minnaar vindt. Maar pas op voor degenen die het op je eer voorzien hebben. Datgene is gauw gebeurd waar men lang spijt van heeft. Vroeger plachten minnaars wel zes of zeven jaar alleen in hoop te leven, zonder beloning. Wie nu zo lang geduld zou oefenen, meent dat men zal zeggen, dat hij niet weet hoe hij naar de gunst van vrouwen moet dingen. Spijtig dat oprechte liefde op deze manier verdwijnt. Bescherm vooral je goede naam. Het zou verdrietig zijn als je je eer zou verliezen. Meisjes en edele vrouwen, luister naar deze les die voor u allen bestemd is. Publieksaanspreking: vs. 16 ghi goede wiuen en vs. 35 maeghden ende goede wiuen.
Auteurs:
Anoniem?
Anoniem?
Datering: onbekend
Toeschrijving van auteurschap onzeker of wordt betwijfeld. Dit is met name het geval voor de 49 teksteenheden die door Van Eeghem zijn toegeschreven aan Jan Dille (zie Jan Dille?).
Jan Dille?
Jan Dille?
Datering: onbekend
49 teksteenheden toegeschreven door Van Eeghem aan Jan Dille. Betwijfeld (en voor de abele spelen weerlegd) door Van Mierlo. - Nr. 68 toegeschreven door Jonckbloet aan Jan van Hollant en door Van Eeghem aan Jan Dille.
Secundaire literatuur
W. van Eeghem, Brusselse dichters. Brussel (Simon Stevin) 1958-1963. 5 dln.: dl. 3 passim, en p. 184 voor nr. 68.
J. van Mierlo, 'Is Jan Dille de dichter van onze abele spelen?'. In: Versl. & meded. van de Kon. Vl. Acad. voor taal- en letterkunde 1957, p. 65-83.
W.J.A. Jonckbloet, Geschiedenis der Middennederlandsche dichtkunst. Amsterdam (Van Kampen) 1851-1855. 3 dln.: dl. 3 p. 305
Tekstsoort:
Minnerede (Brandis 1968 en Hogenelst 1997), (minne-)leerdicht.
Aanvullende informatie:
Initiaal-D 2 regels hoog, lombarden (1 regel hoog) op onregelmatige plaatsen. ─ Lombarden vss. 7 en 19. Herhaling van rijmwoordcombinatie vss. 3/4 en 25/26.
Edities:
Brinkman/Schenkel 1999
, band 1 p. 455-456
Brinkman/Schenkel 1999
H. Brinkman & J. Schenkel (ed.), Het handschrift-Van Hulthem. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. Diplomatische editie bezorgd door -. Hilversum (Verloren) 1999. 2 banden. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 7/1-2.
Van Eeghem 1958-1963
, dl. 3 p. 175 (fragment)
Van Eeghem 1958-1963
W. van Eeghem, Brusselse dichters. Brussel (Simon Stevin) 1958-1963. 5 dln.
Serrure 1855
, p. 370-371
Serrure 1855
C.P. Serrure (ed.), 'Kleine gedichten uit de dertiende en veertiende eeuwen'. In: Vaderlandsch museum 1 (1855), p. 41-99 en 296-401.
Secundaire literatuur:
Brandis 1968
, p. 121 (320)
Brandis 1968
T. Brandis, Mittelhochdeutsche, mittelniederdeutsche und mittelniederländische Minnereden. München (Beck) 1968. Münchener Texte und Untersuchungen zur deutschen Literatur des Mittelalters 25.
Van Eeghem 1958-1963
, dl. 3 p. 175, 179
Van Eeghem 1958-1963
W. van Eeghem, Brusselse dichters. Brussel (Simon Stevin) 1958-1963. 5 dln.
Hogenelst 1997
, dl. 2 p. 66 (78)
Hogenelst 1997
D. Hogenelst, Sprekers en sproken. Inleiding op en repertorium van de Middelnederlandse sproke. Amsterdam (Prometheus) 1997. 2 dln. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 15. Diss. Leiden.
Schnell 1985
Schnell 1985
R. Schnell, Causa amoris: Liebeskonzeption und Liebesdarstellung in den mittelalterlichen Literatur. Bern (Francke) 1985. Bibliotheca Germanica.
Parallellen en varianten:
─