Repertorium Hulthem

Van vele edelen parabelen

Hulthem-Nr: 
148  (f. 136va,41-146ra,31)
Afbeelding: 
Foto van f. 136v
Foto van f. 136v
Afbeelding: 
Foto van f. 146r
Foto van f. 146r
Opschrift: 
Van vele edelen parabelen ende wiser leeren
Opschrift: 
·C·xlviij·
Incipit: 
Heinelijcheit [sic] die v ghesciet Die en seldi versegghen niet
Explicit: 
De vrouwen selen om ·v· dringhen Der heren hebdi in ·v· net
Afrondingsformule: 
Nota Tota
Weergave inhoud: 
Verzameling rijmspreuken en spreekwoorden op allerlei gebied. De meeste zijn anonieme volkswijsheden. Een aantal ervan komt ook voor in de werken van Jan van Boendale, Freidank etc. De laatste 65 rijmspreuken worden blijkens hun opschriften toegeschreven aan allerlei 'wijzen' zoals Salomon, Dionysius, Theophilus, Gregorius, Augustinus, Plato, Aristoteles, Cato, Socrates, David, Alexander, Boethius, Ovidius en vele anderen. Hieronder ook Trecht en Joete van Amsterdam (wellicht sprooksprekers) [zie ook nr. 108].
Namen: 
Alexander Aristoteles Augustinus (St.) Boëthius Cato David Dionysius (St.) Gregorius (St.) Joete van Amsterdam Ovidius Plato Salomon Socrates Theophilus Trecht
Auteurs: 
Anoniem
Anoniem
Datering: onbekend
Over de auteurs van 119 teksteenheden en delen van nr. 108 en 148 is geen enkel gegeven bekend.
Freidank
Freidank
Ook bekend als: VrîdankWalther Von der Vogelweide?
pseudoniem van Walther Von der Vogelweide? Zie Grimm 1841
Datering: 1e helft 13e eeuw
Auteur van spreuken 5 en 103 van nr. 108 en van ca. 85 spreuken van nr. 148. Zuidduitser (Schwaben), werkzaam tussen 1215-1233; ca. 1227/1229 bij kruistocht met Frederik II te Akkon, later waarschijnlijk in klooster getreden. Ca. 1233 overleden en vermoedelijk begraven bij de cisterciënzers van Kaisheim.
Secundaire literatuur
W. Grimm, 'Freidanks Grabmal'. In: Zeitschrift für deutsches Altertum 1 (1841), p. 30-33.
F. Neumann, 'Meister Freidank'. In: H. Moser (Hrsg.), Mittelhochdeutsche Spruchdichtung [Auswahl der Sekundaerliteratur]. Darmstadt (Wissenschaftl. Buchgesellschaft) 1972, p. 306-324. Wege der Forschung 154.
F. Neumann, 'Freidank'. In: W. Stammler e.a., Die deutsche Literatur des Mittelalters: Verfasserlexikon. 2e, völlig neu bearb. Aufl. [...] Berlin etc. (De Gruyter) 1977-... . ... dln. Dl. 2, kol. 897-903.
Godekijn van Tricht?
Godekijn van Tricht?
Ook bekend als: Gadeken
Datering: 2e helft 14e eeuw
In spreuk 222 van nr. 148 wordt `Trecht' genoemd als auctoritas. Wellicht wordt hier Godekijn van Tricht mee aangeduid. Heraut en spreker, tussen 1364 en 1392 in dienst van het Brabantse hof.
Secundaire literatuur
R. Sleiderink, 'Dichters aan het Brabantse hof (1356-1406)'. In: De nieuwe taalgids 86 (1993), p. 1-16.: p. 8
Hein van Aken?
Hein van Aken?
Ook bekend als: Heyne van Aken van BruesseleHenric van Brussel
Datering: 13e/14e eeuw (1250- ca. 1320)
Nr. 162 en spreuk 6 van nr. 148 toegeschreven door Van Eeghem aan Hein van Aken. Niet weerlegd. Waarschijnlijk geboren te Brussel, prochiaen te Corbeke bij Leuven, vóór 1330 overleden. Jan van Boendale bewondert hem in Der leken spiegel.
Secundaire literatuur
W. van Eeghem, Brusselse dichters. Brussel (Simon Stevin) 1958-1963. 5 dln.: dl. 1 p. 47-102
W.E. Hegman, 'Is Hein van Aken de dichter van het tweede gedeelte van de Rinclus?'. In: De nieuwe taalgids 48 (1955), p. 77-81.
W.E. Hegman, 'Hein van Aken. Nieuwe gegevens voor 's dichters biografie'. In: Handelingen van de Zuidnederlandse 11 (1957), p. 53-67.
W.E. Hegman, Hein van Aken. Een Brussels dichter uit de Middeleeuwen. Licentiaatsverhandeling Gent 1958.
R. Lievens, 'De dichter Hein van Aken'. In: Spiegel der letteren 4 (1960), p. 57-74.
F.A. Snellaert (ed.), Nederlandsche gedichten uit de veertiende eeuw van Jan van Boendale, Hein van Aken en anderen naar het Oxfordsch handschrift. Brussel (s.n.) 1869.: LXXVIII-XCI
J.F. Willems, 'Hein van Aken'. In: Belgisch museum 4 (1840), p. 102-112.
J. te Winkel, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Haarlem (Bohn) 1887.: p. 223-224
Jacob van Maerlant
Jacob van Maerlant
Ook bekend als: Jacob de coster van merlantJacop van meerlantjacoppe de costere
Datering: 13e eeuw (ca. 1225/1235-1291/ca. 1300)
Auteur van nrs. 90, 91, 146, 147, 175, spreuk 39 van nr. 108 en van spreuk 27 van nr. 148. Tussen 1225-1235 geboren in (de omgeving van) Brugge, 1257-1266 werkzaam als schrijver-koster-onderwijzer te Maerlant (Voorne); 1266-1280 als schepenklerk, waarschijnlijk te Damme. Tussen 1291 en 1300 gestorven en vermoedelijk te Damme begraven.
Secundaire literatuur
A. Berteloot, 'Was Jacob van Maerlant schepenklerk te Damme?' In: Jacob van Maerlant: romantiek en werkelijkheid. Speciaal Maerlant-nummer van het tijdschrift Vlaanderen 42 (1992), p. 241-244.
F. van Oostrom, Aanvaard dit werk. Over Middelnederlandse auteurs en hun publiek. Amsterdam (Prometheus) 1992. Nederlandse literatuur en cultuur in de middeleeuwen 6.: p. 171-233 en 299-309
F. van Oostrom, Maerlants wereld. Amsterdam (Prometheus) 1996.
Jan van Boendale
Jan van Boendale
Ook bekend als: Jan de Clerc van AntwerpenBoendale
Datering: 13e/14e eeuw (1282-ca. 1350)
Auteur van nrs. 14, 47A, 92, 101, 176, 183 en spreuk 1 van nr. 148. Vermoedelijk geboren in Tervueren, 1e vermelding als (hulp)clerc in 1312, later schepenklerk te Antwerpen.
Secundaire literatuur
M. van de Belt, Jan van Boendale. Een studie naar de omvang van zijn oeuvre. (Ongepubl. doctoraalscriptie Utrecht 1990, te raadplegen in de Universiteitsbibiliotheek Utrecht, LB NED SCR-L-714).: (scriptie)
H. Brinkman, 'Een wereldbeeld in verzen'. In: M.A. Schenkeveld-Van der Dussen (hoofdred.), Nederlandse literatuur, een geschiedenis. Groningen (Martinus Nijhoff) 1993, p. 53-58.
A. van Doorn, Jan van Boendale. Een stadsklerk over vorsten en stadraden. (Ongepubl. doctoraalscriptie Utrecht 1988, te raadplegen in de Universiteitsbibliotheek Utrecht, LB NED SCR-L-581).: (scriptie)
P. Génard, 'Jan van Boendale'. In: Het taelverbond (1853), p. 152-210.
P. Génard, Jan van Boendale gezegd Jan de Clerc van Antwerpen. Antwerpen (Peeters) 1853.
J.A. Goris, 'Nieuwe elementen voor de biographie van Jan van Boendale'. In: Versl. & meded. van de Kon. Vl. Acad. voor taal- en letterkunde 1924, p. 153-162.
H. Haerynck, Jan van Boendale ook geheeten Jan de clerc: zijn leven, zijne werken en zijn tijd. Gent (Leliaert & Siffer) 1888.
D. Kinable, Facetten van Boendale. Literair-historische aspecten van Jans teesteye en de Lekenspiegel. Dissertatie (in bewerking).
H.S. Lucas, 'Edward III and the poet chronicler John Boendale'. In: Speculum 12 (1937), p. 367-369.
F.A. Snellaert (ed.), Nederlandsche gedichten uit de veertiende eeuw van Jan van Boendale, Hein van Aken en anderen naar het Oxfordsch handschrift. Brussel (s.n.) 1869.: p. XXXIV-XLVIII en LVIII-LV
M. de Vries (ed.), Der leken spieghel, leerdicht van den jare 1330, door Jan Boendale, gezegd Jan de Clerc, schepenklerk te Antwerpen. Leiden (Du Mortier) 1844-1848. 4 dln. Werken uitgegeven door de Vereeniging ter Bevordering der Oude Nederlandsche Letterkunde.: dl. 1 p. CIII-CXXII
J.F. Willems & J.H. Bormans, De Brabantsche yeesten of rymkronyk van Braband door Jan de Klerk, van Antwerpen. Uitgegeven door ─. Brussel (Hayez) 1839-1869. 3 dln. in 2 bdn. Publications de la Commission Royale d'Histoire de l'Académie Royale de Belgique.: dl. 1 p. X-XXI
Jan van Boendale?
Jan van Boendale?
Datering: onbekend
Als mogelijk auteur van nr. 189/spreuk 24 van nr. 148 werd door o.a. Van Anrooij Jan van Boendale genoemd.
Secundaire literatuur
W. van Anrooij, 'Hoemen ene stat regeren sal. Een vroege stadstekst uit de Zuidelijke Nederlanden'. In: Spiegel der letteren 34 (1992), p. 139-157.: p. 148
Tekstsoort: 
Parabelen (volgens opschrift); spreukenverzameling, waaronder spreuk 1, 5 en 24 artesteksten (Jansen-Sieben 1989).
Vorm: 
rijm: aa/aaaa/aabb/abab/aabbcc/ababcdcdd
Lengte: 
1382 vss.
Aanvullende informatie: 
Initiaal-H 2 regels hoog, (marginaal) paragraafteken voor elke spreuk (behalve bij de eerste 3 spreuken van f. 141v. die ook afwijkende kapitalen vertonen) en de eventueel bijbehorende naam, regels wit tussen de spreuken; f. 139rb,24 doorgehaald, f. 141v linksboven ter reparatie een strookje opgeplakt en tekst met andere hand aangevuld, gerepareerde scheur onderaan in f. 143ra/143vb, Nota Tota met horizontale streep gerubriceerd. ─ Spreuk 13 is parallel aan spreuk 137 vs. 3-6; spreuk 29 vss. 1-4 parallel aan spreuk 155; spreuk 9 vss. 5-8 parallel aan nr. 108 spreuk 28; spreuk 148 variant van nr. 108 spreuk 58; spreuk 24 komt ook voor als nr. 189; spreuk 127 als stokregel van nr. 127; spreuk 145 als titel / stokregel van nr. 184; spreuk 160 vss. 1-2 als slotregels van nr. 53; spreuk 27 uit Maerlants Spiegel historiael (I, 8 kap. 34 vss. 15-34). ─ Vanaf f. 142ra,28 wordt elke spreuk voorafgegaan door een paragraafteken en de naam van degene aan wie de spreuk wordt toegeschreven. Spreuken in willekeurige volgorde genoteerd; omvang: 27x2, 67x4, 40x6, 39x8, 13x9, 13x10, 12x12, 3x14, 2x18, 1x20 vss.
Petit-Nommer(s): 
583h; 583q
Edities: 
Brinkman/Schenkel 1999 , band 2 p. 734-778
Brinkman/Schenkel 1999 H. Brinkman & J. Schenkel (ed.), Het handschrift-Van Hulthem. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. Diplomatische editie bezorgd door -. Hilversum (Verloren) 1999. 2 banden. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 7/1-2.
Serrure 1858A , p. 176-195 (aanvulling op Willems 1842A)
Serrure 1858A C.P. Serrure (ed.), 'Kleine gedichten en prozastukken uit de dertiende en veertiende eeuw'. In: Vaderlandsch museum 2 (1858), p. 146-221 en 374-451.
Suringar 1886 , (alleen de Freidankspreuken)
Suringar 1886 W.H.D. Suringar (ed.), Middelnederlandsche rijmspreuken uit een oud Brusselsch handschrift van de Koninklijke Bibliotheek als vertaalde verzen van Freidanks Bescheidenheit. Aangewezen en toegelicht door ─. Leiden (Brill) 1886.
Willems 1842A , p. 184-212 (de eerste 846 vss.)
Willems 1842A J.F. Willems (ed.), 'Oude rijmspreuken en priamelen'. In: Belgisch museum 6 (1842), p. 184-213.
Secundaire literatuur: 
Van Anrooij 1992B
Van Anrooij 1992B W. van Anrooij & Th. Mertens, 'Een cort jolijt. Middelnederlandse spreukstrofen met het rijmschema aabccb'. In: F. Willaert e.a., Een zoet akkoord. Middeleeuwse lyriek in de Lage Landen. Amsterdam (Prometheus) 1992, p. 219-233 en 392-399. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 7.
Bäumker 1887
Bäumker 1887 W. Bäumker, 'Mittelniederländische Spruchdichtungen'. In: Jahrbuch des Vereins für niederdeutsche Sprachforschung 13 (1887), p. 104-110.
Van den Bergh 1846-1847 , p. 135
Van den Bergh 1846-1847 L.Ph.C. van den Bergh, Roman van Heinric en Margriete van Limborch door Heinric. Uitgegeven door ─. Leiden (Luchtmans) 1846-1947.
Bezzenberger 1872
Bezzenberger 1872 H.E. Bezzenberger, Fridankes Bescheidenheit. Halle (s.n.) 1872.
Bogaert 1953 , (licentiaatsverhandeling)
Bogaert 1953 R. Bogaert, Bijdrage tot een onderzoek naar oorsprong, taal en stijl van de Middelnederlandse rijmspreuken. Licentiaatsverhandeling Gent 1953.
Brinkman 1994
Brinkman 1994 H. Brinkman, 'Alder wysheit fondament. Profane ethiek in enige verzamelingen Middelnederlandse rijmspreuken'. In: J. Reynaert e.a., Wat is wijsheid? Lekenethiek in de Middelnederlandse letterkunde. Amsterdam (Prometheus) 1995, p. 230-245 en 423-425. Nederlandse cultuur en literatuur in de Middeleeuwen 9.
Brinkman 1997A , p. 159-161
Brinkman 1997A H. Brinkman, Dichten uit liefde. Literatuur in Leiden aan het einde van de Middeleeuwen. Hilversum (Verloren) 1997. Diss. Amsterdam (UvA).
Buridant 1984
Buridant 1984 Cl. Buridant, 'Les proverbes et la prédication au moyen âge. De l'utilisation des proverbes vulgaires dans les sermons'. In: F. Suard & Cl. Buridant, Richesse du proverbe. Études réunies par ─. Lille (Univ. de Lille III) 1984. 2 dln. Deel 1: Le proverbe au moyen âge, p. 23-54.
Van Gijsen 1992 , p. 87
Van Gijsen 1992 A. van Gijsen, S. Klerk, D. van der Poel, 'Ene dispitacie tusschen den sone ende den vader'. In: H. van Dijk e.a. (red.), Klein kapitaal uit het handschrift-Van Hulthem. Zeventien teksten uit Hs. Brussel, K.B. 15.589-623 uitgegeven en ingeleid door neerlandici, verbonden aan tien universiteiten in Nederland en België. Hilversum (Verloren) 1992, p. 86-94. Middeleeuwse studies en bronnen 33.
De Haan 1994
De Haan 1994 C. de Haan, 'De "Roman van Heinric en Margriete van Limborch". Middelhoogduitse receptie van Middelnederlandse literatuur'. In: Queeste 1 (1994), p. 139-155.
Jansen-Sieben 1989 , p. 256
Jansen-Sieben 1989 R. Jansen-Sieben, Repertorium van de Middelnederlandse artes-literatuur. Utrecht (HES) 1989.
Jonckers 1993
Jonckers 1993 B. Jonckers, Spreukstrofen met rijmschema aabccb tot het jaar 1600. Een studie van de meervoudige vormen. Licentiaatsverhandeling U.I. Antwerpen 1993.
Kalff 1906-1912 , dl. 1 p. 495
Kalff 1906-1912 G. Kalff, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Groningen (Wolters) 1906-1912. 7 dln.
Van Mierlo 1949 , dl. 1 p. 354
Van Mierlo 1949 J. van Mierlo, De letterkunde van de Middeleeuwen. 2e, herz. en verm. dr. 's-Hertogenbosch etc. (Malmberg etc.) 1949. Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Onder redactie van F. Baur, W.J.M.A. Asselbergs, J. van Mierlo e.a. Dl. 1 en 2.
Van Moerkerken 1904 , p. 78
Van Moerkerken 1904 P.H. van Moerkerken, De satire in de Nederlandsche kunst der Middeleeuwen. Amsterdam (Van Looy) 1904. Diss. Utrecht.
Neumann 1977-...
Neumann 1977-... F. Neumann, 'Freidank'. In: W. Stammler e.a., Die deutsche Literatur des Mittelalters: Verfasserlexikon. 2e, völlig neu bearb. Aufl. [...] Berlin etc. (De Gruyter) 1977-... . ... dln. Dl. 2, kol. 897-903.
Peters 1974
Peters 1974 R. Peters, 'Die mnd. Gedichte der Paderborner Hs. Sa8 aus Böddeken. Zugleich ein Beitrag zur Geschichte der Brüder Conradt und Engelbert van der Wijch aus Münster'. In: Niederdeutsches Wort 14 (1974), p. 59-75.
Van der Poel 1977-...
Van der Poel 1977-... D.E. van der Poel, 'Sprichwort, Sprichwortsammlung: V. Mittelniederländische Literatur'. In: R. Auty e.a. (Hrsg.), Lexikon des Mittelalters. München etc. (Artemis) 1977-... . ... dln. Dl. 7, kol. 2140.
Schenkel 1997A , p. 45
Schenkel 1997A J. Schenkel, 'Het handschrift-Van Hulthem, het Comburgse handschrift en de scriptoriumhypothese'. In: Queeste 4 (1997), p. 42-59.
Serrure 1858A , p. 146-150
Serrure 1858A C.P. Serrure (ed.), 'Kleine gedichten en prozastukken uit de dertiende en veertiende eeuw'. In: Vaderlandsch museum 2 (1858), p. 146-221 en 374-451.
Stecher 1887 , p. 154-155
Stecher 1887 J. Stecher, Histoire de la littérature Néerlandaise en Belgique. Bruxelles (Lebègue) s.a. [1887].
Verdam 1883B
Verdam 1883B J. Verdam, 'Over twee spreukenverzamelingen uit het Hulthemsche handschrift'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 3 (1883), p. 177-188.
Verdam 1892A , p. 296-299
Verdam 1892A J. Verdam (ed.), 'Kleine Middelnederlandsche overblijfselen'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 11 (1892), p. 285-305.
Verdam 1893B
Verdam 1893B J. Verdam (ed.), 'Eene onuitgegeven spreukenverzameling'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 12 (1893), p. 97-111.
Willems 1837B , p. 358-359
Willems 1837B J.F. Willems, 'Berichten wegens oude Nederduitsche dichters'. In: Belgisch museum 1 (1837), p. 326-380.
Te Winkel 1885
Te Winkel 1885 J. te Winkel, 'Vrîdanc's Bescheidenheit in het Dietsch'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 5 (1885), p. 310-330.
Te Winkel 1922-1927 , dl. 2 p. 43-44
Te Winkel 1922-1927 J. te Winkel, De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. 2e dr. Haarlem (Bohn) 1922-1927. 7 dln. [Ongew. herdr. Utrecht etc., 1973].
Parallellen en varianten: 
(a) vss. 169-186 (= spr. 24)  Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.658  [1325 - 1375] , (voor verdere parallellen, zie nr. 189)
Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.658
Post quem: 1325
Ante quem: 1375
Datering: ca. 1350
Overeenkomst met Hulthem-nr(s): 47A,  92,  148,  spr. 1 176,  183,  189
(b) vss. 1-14 (spr. 1)  's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 75 E 63  [1325 - 1375] , f. 92ra (Der leken spiegel III, cap. 3 vss. 115-128
's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 75 E 63
(olim O 130, olim K 129a)
Post quem: 1325
Ante quem: 1375
Datering: midden 14e eeuw (BNM: ongedateerd)
De Vries 1844-1848 , dl. 1 p. CXXII-CXXXIX
De Vries 1844-1848 M. de Vries (ed.), Der leken spieghel, leerdicht van den jare 1330, door Jan Boendale, gezegd Jan de Clerc, schepenklerk te Antwerpen. Leiden (Du Mortier) 1844-1848. 4 dln. Werken uitgegeven door de Vereeniging ter Bevordering der Oude Nederlandsche Letterkunde.
Overeenkomst met Hulthem-nr(s): 47A,  108,  spr. 25 148
(c) vss. 41-58 (= spr. 6)  Leiden, Universiteitsbibliotheek, LTK 195  [1325 - 1375] , f. ? (Limborchroman cap. 10 vss. 1-18)
Leiden, Universiteitsbibliotheek, LTK 195
Post quem: 1325
Ante quem: 1375
Datering: 1350
Overeenkomst met Hulthem-nr(s): 148
(d) vss. 191-200 (= spr. 27)  's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, KNAW XX  [1325 - 1375] , f. 84d
's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, KNAW XX
Post quem: 1325
Ante quem: 1375
Datering: ca. 1350 (BNM; ca. 1320-1330)
Biemans 1997 , p. 332-341 (1)
Biemans 1997 J.A.A.M. Biemans, Onsen Speghele Ystoriale in Vlaemsche. Codicologisch onderzoek naar de overlevering van de Spieghel historiael van Jacob van Maerlant, Philip Utenbroeke en Lodewijk van Velthem met een beschrijving van de handschriften en fragmenten. 2 dln. Leuven (Peeters) 1997. Schrift en schriftdragers in de Nederlanden in de Middeleeuwen II. Diss. Utrecht 1995.
Deschamps 1972 , p. 93-95 (27)
Deschamps 1972 J. Deschamps, Middelnederlandse handschriften uit Europese en Amerikaanse bibliotheken. Catalogus [van de] tentoonstelling ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Koninklijke Zuidnederlandse Maatschappij voor taal- en letterkunde en geschiedenis [in de] Koninklijke Bibliotheek Albert I [te] Brussel, 24 okt.-24 dec. 1970. 2e herz. dr. Leiden (Brill) 1972.
Overeenkomst met Hulthem-nr(s): 90,  91,  148,  spr. 27 175,  201,  202
(e) vss. 35-40 (= spr. 5)  Stuttgart, Württembergische Landesbibliothek, Poët. et philol. fol. 22  [1375 - 1425] , f. 104vb,27-32
Stuttgart, Württembergische Landesbibliothek, Poët. et philol. fol. 22
Post quem: 1375
Ante quem: 1425
Datering: 1380-1425
Overeenkomst met Hulthem-nr(s): 2,  18,  24,  44,  71,  (2x) 92,  111,  122,  (2x) 124,  148,  spr. 5 183
Zie: 
Biemans 1997 , p. 307, 448 (d)
Biemans 1997 J.A.A.M. Biemans, Onsen Speghele Ystoriale in Vlaemsche. Codicologisch onderzoek naar de overlevering van de Spieghel historiael van Jacob van Maerlant, Philip Utenbroeke en Lodewijk van Velthem met een beschrijving van de handschriften en fragmenten. 2 dln. Leuven (Peeters) 1997. Schrift en schriftdragers in de Nederlanden in de Middeleeuwen II. Diss. Utrecht 1995.
Brinkman 1997B , p. 523 (e)
Brinkman 1997B H. Brinkman & J. Schenkel (ed.), Het Comburgse handschrift. Hs. Stuttgart, Württembergische Landesbibliothek, Cod. poet. et phil. 2º 22. Hilversum (Verloren) 1997. 2 dln. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 4/1-2.
Deschamps 1975 , p. 25 (b)
Deschamps 1975 J. Deschamps, Vijf jaar aanwinsten 1969-1973. Tentoonstelling georganiseerd in de Koninklijke Bibliotheek Albert I van 18 januari tot 1 maart 1975. Brussel (KB. Albert I) 1975.
Jansen-Sieben 1989 , p. 256, 260 (b, d)
Jansen-Sieben 1989 R. Jansen-Sieben, Repertorium van de Middelnederlandse artes-literatuur. Utrecht (HES) 1989.
Kienhorst 1988 , p. 102-112 (c)
Kienhorst 1988 H. Kienhorst, De handschriften van de Middelnederlandse ridderepiek: een codicologische beschrijving. Deventer (Sub Rosa) 1988. 2 dln. Deventer studien 9.
Suringar 1891 , p. 11 (e)
Suringar 1891 W.H.D. Suringar, Die Bouc van Seden. Een Middelnederlandsch zedekundig leerdicht na E. [von] Kausler volgens het Comburger handschrift, opnieuw uitgegeven en toegelicht door ─. Leiden (Van der Hoek) 1891.
De Vries 1844-1848 , dl. 3 p. 36-37, 193 (b)
De Vries 1844-1848 M. de Vries (ed.), Der leken spieghel, leerdicht van den jare 1330, door Jan Boendale, gezegd Jan de Clerc, schepenklerk te Antwerpen. Leiden (Du Mortier) 1844-1848. 4 dln. Werken uitgegeven door de Vereeniging ter Bevordering der Oude Nederlandsche Letterkunde.
De Vries 1863 , dl. 1 p. 412 (d)
De Vries 1863 M. de Vries en E. Verwijs (ed.), Jacob van Maerlant's Spiegel historiael: met de fragmenten der later toegevoegde gedeelten, bewerkt door Philip Utenbroeke en Lodewijc van Velthem. Van wege de Mij. der Ned. letterkunde te Leiden. Leiden (Brill, etc.) 1863. 3 dln. [Ongew. herdruk Utrecht (HES) 1982]. [Deel 4 zie Von Hellwald 1879].
Aanvullende informatie bij parallellen en Variant: 
Aanvulling bij (b): ook in 
Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, II 116 , [1400 - 1450] , f. 24v, zie 
Braekman 1969
, p. 110; in 
Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.658 , [1325 - 1375]
, f. ?, en 
's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, KNAW XXIII , [1450 - 1475]
, f. 118ra, zie 
De Vries 1844-1848
. In verband met het grote aantal spreuken en parallellen ervan is volledige vermelding hiervan in dit kader niet mogelijk. Zie ook 
BNM
, trefwoord: Seneca, laden: Dicta en Rijmspreuken. 
Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, II 116
Post quem: 1400
Ante quem: 1450
Datering: 1e helft 15e eeuw
Overeenkomst met Hulthem-nr(s): 6,  47A,  71,  148,  spr. 1 195
Braekman 1969 W.L. Braekman, 'Middelnederlandse didactische gedichten en rijmspreuken'. In: Versl. & meded. van de Kon. Vl. Acad. voor taal- en letterkunde 1969, p. 79-111.
Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.658
Post quem: 1325
Ante quem: 1375
Datering: ca. 1350
Overeenkomst met Hulthem-nr(s): 47A,  92,  148,  spr. 1 176,  183,  189
's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, KNAW XXIII
Post quem: 1450
Ante quem: 1475
Datering: 3e kwart 15e eeuw
Overeenkomst met Hulthem-nr(s): 47A,  92,  148,  spr. 1 176,  183
De Vries 1844-1848 M. de Vries (ed.), Der leken spieghel, leerdicht van den jare 1330, door Jan Boendale, gezegd Jan de Clerc, schepenklerk te Antwerpen. Leiden (Du Mortier) 1844-1848. 4 dln. Werken uitgegeven door de Vereeniging ter Bevordering der Oude Nederlandsche Letterkunde.
BNM Bibliotheca Manuscripta Neerlandica: (gedeeltelijk electronisch) kaartsysteem, te raadplegen in Leiden, Universiteitsbibliotheek (DOUSA) via de Leidse On-line Publiekscatalogus (OPC). Electronisch toegankelijk via Gopher, Telnet en World Wide Web (http://lbs.leidenuniv.nl). In het Repertorium ook wel aangeduid als BNM-on-line.