Anoniem
Anoniem
Datering: onbekend
Over de auteurs van 119 teksteenheden en delen van nr. 108 en 148 is geen enkel gegeven bekend.
Freidank
Freidank
Ook bekend als: VrîdankWalther Von der Vogelweide?
pseudoniem van Walther Von der Vogelweide? Zie Grimm 1841
Datering: 1e helft 13e eeuw
Auteur van spreuken 5 en 103 van nr. 108 en van ca. 85 spreuken van nr. 148. Zuidduitser (Schwaben), werkzaam tussen 1215-1233; ca. 1227/1229 bij kruistocht met Frederik II te Akkon, later waarschijnlijk in klooster getreden. Ca. 1233 overleden en vermoedelijk begraven bij de cisterciënzers van Kaisheim.
Secundaire literatuur
W. Grimm, 'Freidanks Grabmal'. In: Zeitschrift für deutsches Altertum 1 (1841), p. 30-33.
F. Neumann, 'Meister Freidank'. In: H. Moser (Hrsg.), Mittelhochdeutsche Spruchdichtung [Auswahl der Sekundaerliteratur]. Darmstadt (Wissenschaftl. Buchgesellschaft) 1972, p. 306-324. Wege der Forschung 154.
F. Neumann, 'Freidank'. In: W. Stammler e.a., Die deutsche Literatur des Mittelalters: Verfasserlexikon. 2e, völlig neu bearb. Aufl. [...] Berlin etc. (De Gruyter) 1977-... . ... dln. Dl. 2, kol. 897-903.
Godekijn van Tricht?
Godekijn van Tricht?
Ook bekend als: Gadeken
Datering: 2e helft 14e eeuw
In spreuk 222 van nr. 148 wordt `Trecht' genoemd als auctoritas. Wellicht wordt hier Godekijn van Tricht mee aangeduid. Heraut en spreker, tussen 1364 en 1392 in dienst van het Brabantse hof.
Secundaire literatuur
R. Sleiderink, 'Dichters aan het Brabantse hof (1356-1406)'. In: De nieuwe taalgids 86 (1993), p. 1-16.: p. 8
Hein van Aken?
Hein van Aken?
Ook bekend als: Heyne van Aken van BruesseleHenric van Brussel
Datering: 13e/14e eeuw (1250- ca. 1320)
Nr. 162 en spreuk 6 van nr. 148 toegeschreven door Van Eeghem aan Hein van Aken. Niet weerlegd. Waarschijnlijk geboren te Brussel, prochiaen te Corbeke bij Leuven, vóór 1330 overleden. Jan van Boendale bewondert hem in Der leken spiegel.
Secundaire literatuur
W. van Eeghem, Brusselse dichters. Brussel (Simon Stevin) 1958-1963. 5 dln.: dl. 1 p. 47-102
W.E. Hegman, 'Is Hein van Aken de dichter van het tweede gedeelte van de Rinclus?'. In: De nieuwe taalgids 48 (1955), p. 77-81.
W.E. Hegman, 'Hein van Aken. Nieuwe gegevens voor 's dichters biografie'. In: Handelingen van de Zuidnederlandse 11 (1957), p. 53-67.
W.E. Hegman, Hein van Aken. Een Brussels dichter uit de Middeleeuwen. Licentiaatsverhandeling Gent 1958.
R. Lievens, 'De dichter Hein van Aken'. In: Spiegel der letteren 4 (1960), p. 57-74.
F.A. Snellaert (ed.), Nederlandsche gedichten uit de veertiende eeuw van Jan van Boendale, Hein van Aken en anderen naar het Oxfordsch handschrift. Brussel (s.n.) 1869.: LXXVIII-XCI
J.F. Willems, 'Hein van Aken'. In: Belgisch museum 4 (1840), p. 102-112.
J. te Winkel, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Haarlem (Bohn) 1887.: p. 223-224
Jacob van Maerlant
Jacob van Maerlant
Ook bekend als: Jacob de coster van merlantJacop van meerlantjacoppe de costere
Datering: 13e eeuw (ca. 1225/1235-1291/ca. 1300)
Auteur van nrs. 90, 91, 146, 147, 175, spreuk 39 van nr. 108 en van spreuk 27 van nr. 148. Tussen 1225-1235 geboren in (de omgeving van) Brugge, 1257-1266 werkzaam als schrijver-koster-onderwijzer te Maerlant (Voorne); 1266-1280 als schepenklerk, waarschijnlijk te Damme. Tussen 1291 en 1300 gestorven en vermoedelijk te Damme begraven.
Secundaire literatuur
A. Berteloot, 'Was Jacob van Maerlant schepenklerk te Damme?' In: Jacob van Maerlant: romantiek en werkelijkheid. Speciaal Maerlant-nummer van het tijdschrift Vlaanderen 42 (1992), p. 241-244.
F. van Oostrom, Aanvaard dit werk. Over Middelnederlandse auteurs en hun publiek. Amsterdam (Prometheus) 1992. Nederlandse literatuur en cultuur in de middeleeuwen 6.: p. 171-233 en 299-309
F. van Oostrom, Maerlants wereld. Amsterdam (Prometheus) 1996.
Jan van Boendale
Jan van Boendale
Ook bekend als: Jan de Clerc van AntwerpenBoendale
Datering: 13e/14e eeuw (1282-ca. 1350)
Auteur van nrs. 14, 47A, 92, 101, 176, 183 en spreuk 1 van nr. 148. Vermoedelijk geboren in Tervueren, 1e vermelding als (hulp)clerc in 1312, later schepenklerk te Antwerpen.
Secundaire literatuur
M. van de Belt, Jan van Boendale. Een studie naar de omvang van zijn oeuvre. (Ongepubl. doctoraalscriptie Utrecht 1990, te raadplegen in de Universiteitsbibiliotheek Utrecht, LB NED SCR-L-714).: (scriptie)
H. Brinkman, 'Een wereldbeeld in verzen'. In: M.A. Schenkeveld-Van der Dussen (hoofdred.), Nederlandse literatuur, een geschiedenis. Groningen (Martinus Nijhoff) 1993, p. 53-58.
A. van Doorn, Jan van Boendale. Een stadsklerk over vorsten en stadraden. (Ongepubl. doctoraalscriptie Utrecht 1988, te raadplegen in de Universiteitsbibliotheek Utrecht, LB NED SCR-L-581).: (scriptie)
P. Génard, 'Jan van Boendale'. In: Het taelverbond (1853), p. 152-210.
P. Génard, Jan van Boendale gezegd Jan de Clerc van Antwerpen. Antwerpen (Peeters) 1853.
J.A. Goris, 'Nieuwe elementen voor de biographie van Jan van Boendale'. In: Versl. & meded. van de Kon. Vl. Acad. voor taal- en letterkunde 1924, p. 153-162.
H. Haerynck, Jan van Boendale ook geheeten Jan de clerc: zijn leven, zijne werken en zijn tijd. Gent (Leliaert & Siffer) 1888.
D. Kinable, Facetten van Boendale. Literair-historische aspecten van Jans teesteye en de Lekenspiegel. Dissertatie (in bewerking).
H.S. Lucas, 'Edward III and the poet chronicler John Boendale'. In: Speculum 12 (1937), p. 367-369.
F.A. Snellaert (ed.), Nederlandsche gedichten uit de veertiende eeuw van Jan van Boendale, Hein van Aken en anderen naar het Oxfordsch handschrift. Brussel (s.n.) 1869.: p. XXXIV-XLVIII en LVIII-LV
M. de Vries (ed.), Der leken spieghel, leerdicht van den jare 1330, door Jan Boendale, gezegd Jan de Clerc, schepenklerk te Antwerpen. Leiden (Du Mortier) 1844-1848. 4 dln. Werken uitgegeven door de Vereeniging ter Bevordering der Oude Nederlandsche Letterkunde.: dl. 1 p. CIII-CXXII
J.F. Willems & J.H. Bormans, De Brabantsche yeesten of rymkronyk van Braband door Jan de Klerk, van Antwerpen. Uitgegeven door ─. Brussel (Hayez) 1839-1869. 3 dln. in 2 bdn. Publications de la Commission Royale d'Histoire de l'Académie Royale de Belgique.: dl. 1 p. X-XXI
Jan van Boendale?
Jan van Boendale?
Datering: onbekend
Als mogelijk auteur van nr. 189/spreuk 24 van nr. 148 werd door o.a. Van Anrooij Jan van Boendale genoemd.
Secundaire literatuur
W. van Anrooij, 'Hoemen ene stat regeren sal. Een vroege stadstekst uit de Zuidelijke Nederlanden'. In: Spiegel der letteren 34 (1992), p. 139-157.: p. 148