Repertorium Hulthem

Vander feesten een proper dinc

Hulthem-Nr: 
167  (f. 165va,15-170rb,8)
Opschrift: 
Vander feesten een proper dinc ·C·lxvij·
Incipit: 
TEenre feesten wasic ghebeden Daer ic vrouwen vele vant
Explicit: 
God gheue haer lief te hare baten Ende doese ewelijc wel varen
Afrondingsformule: 
Amen ·viijc·lvij· verse
Weergave inhoud: 
Op een feest maakte ik kennis met een hoofse jonkvrouw, die bijzonder aardig voor me was. We aten en dronken samen en ze bewees mij daarbij veel hoofsheid. Na de maaltijd in het gras gezeten, ontspon zich een gesprek over de liefde. De jonkvrouw beschouwde mij als clerc deskundig op dit gebied en raadpleegde mij over negen vragen: Wat is het wezen der minne, hoe kan men minne verkrijgen, waaraan herkent men minnenden, hoe kan men minne verliezen, hoe herwint men de verloren minne, waarom is een bepaald wezen het voorwerp der minne, is de minne aan weerskanten even sterk, bij wie is de minne het gestadigst en wat verwekt het meest de minne. Nadat wij over al deze dingen uitgebreid hadden gesproken, bleek het feest inmiddels voorbij te zijn. Maar goddank hebben we afgesproken over enkele dagen het gesprek te zullen voortzetten.
Auteurs: 
Anoniem?
Anoniem?
Datering: onbekend
Toeschrijving van auteurschap onzeker of wordt betwijfeld. Dit is met name het geval voor de 49 teksteenheden die door Van Eeghem zijn toegeschreven aan Jan Dille (zie Jan Dille?).
Jan Dille?
Jan Dille?
Datering: onbekend
49 teksteenheden toegeschreven door Van Eeghem aan Jan Dille. Betwijfeld (en voor de abele spelen weerlegd) door Van Mierlo. - Nr. 68 toegeschreven door Jonckbloet aan Jan van Hollant en door Van Eeghem aan Jan Dille.
Secundaire literatuur
W. van Eeghem, Brusselse dichters. Brussel (Simon Stevin) 1958-1963. 5 dln.: dl. 3 passim, en p. 184 voor nr. 68.
J. van Mierlo, 'Is Jan Dille de dichter van onze abele spelen?'. In: Versl. & meded. van de Kon. Vl. Acad. voor taal- en letterkunde 1957, p. 65-83.
W.J.A. Jonckbloet, Geschiedenis der Middennederlandsche dichtkunst. Amsterdam (Van Kampen) 1851-1855. 3 dln.: dl. 3 p. 305
Tekstsoort: 
Minnerede (Brandis 1968), minnevragen (Green 1990 en Van der Poel 1991 en 1992), (minne-)leerdicht.
Vorm: 
rijm: abab/ababcbcb/ababcaca/ababbcbc/ababacac 4- of 8-regelige strofen
Lengte: 
856 vss., wellicht 214 strofen van 4 of 107 strofen van 8 regels
Aanvullende informatie: 
Initiaal-T 2 regels hoog, lombarden (1 regel hoog) om de 4 regels, onderaan f. 165va (in afwijkende hand en afwijkende kleur rubrum) nogmaals hetzelfde opschrift, Amen met horizontale streep gerubriceerd. ─ Aantal vss. volgens afrondingsformule: 857. Strofenindeling onzeker: per 4 vss. een lombarde. Bij vss. 197, 201 en 469 ontbreekt de lombarde. Rijmschema overwegend abab, echter ababcbcb: vss. 133-140, 156-164, 605-612, 617-624 en 673-680; ababcaca: vss. 241-248, 633-640 en 689-696; ababbcbc vss. 149-164, 301-308 en 818-825 en ababacac: vss. 781-788. gelijk rijm: vss. 113/115, 154/156 en 550/552. (verzentelling volgens hs.).
Petit-Nommer(s): 
484d/e; 744b
Edities: 
Blommaert 1836 , p. 69-93
Blommaert 1836 Ph. Blommaert (ed.), Theophilus. Gedicht der 14e eeuw gevolgd door drie andere gedichten van hetzelfde tydvak. Gent (Duvivier) 1836.
Blommaert 1858 , p. 44-55
Blommaert 1858 Ph. Blommaert, Theophilus. Gedicht der 14e eeuw gevolgd door negen andere gedichten uit de Middeleeuwen. Uitgegeven door ─. Gent (Hebbelynck) 1858.
Brinkman/Schenkel 1999 , band 2 p. 867-890
Brinkman/Schenkel 1999 H. Brinkman & J. Schenkel (ed.), Het handschrift-Van Hulthem. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. Diplomatische editie bezorgd door -. Hilversum (Verloren) 1999. 2 banden. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 7/1-2.
Meder 1988 , p. 33-47 (bewerking)
Meder 1988 Th. Meder, Hoofsheid is een ernstig spel. Middeleeuwse hoofse teksten. Amsterdam (Querido) 1988. Griffioenserie.
Van der Valk 1907-1910 , dl. 1 p. 391-396 (fragment)
Van der Valk 1907-1910 J. van der Valk, Onze letterkunde: overzicht der Nederlandsche letterkunde met bloemlezing. Rotterdam (Bredée) 1907-1910. 3 dln.
Vekeman 1981 , p. 1-47
Vekeman 1981 H. Vekeman, Vander feesten een proper dinc. Temperamentvolle vriendschap tussen hof en hemel. Tekstuitgave en interpretatie door ─. Nijmegen (Alfa) 1981. Tekst en tijd 3.
Werkgroep Groningen 1972 , p. 76-158
Werkgroep Groningen 1972 Werkgroep van Groningse neerlandici, Van der feesten een proper dinc. Uitgegeven door een ─ [o.l.v. K. de Graaf]. Groningen (Nederl. Inst. R.U.G.) 1972.
Secundaire literatuur: 
Axters 1943 , p. 66
Axters 1943 S. Axters, 'Over "quaestio disputata" en "quaestio de quodlibet" in de Middelnederlandsche literatuur'. In: Ons geestelijk erf 17 (1943), p. 31-70.
Brandis 1968 , p. 130-131 (346)
Brandis 1968 T. Brandis, Mittelhochdeutsche, mittelniederdeutsche und mittelniederländische Minnereden. München (Beck) 1968. Münchener Texte und Untersuchungen zur deutschen Literatur des Mittelalters 25.
Van Dijk 1963
Van Dijk 1963 H. van Dijk, Van der feesten een proper dinc. (Ongepubl. doctoraalscriptie, te raadplegen bij de Universiteit van Amsterdam, Documentatiecentrum Nederlandse Letterkunde, nr. 331).
Van Eeghem 1958-1963 , dl. 3 p. 184-186
Van Eeghem 1958-1963 W. van Eeghem, Brusselse dichters. Brussel (Simon Stevin) 1958-1963. 5 dln.
Van Eyck 1958-1964
Van Eyck 1958-1964 P.N. van Eyck, 'Van der feesten. Sproke der mystieke liefde'. In: P.N. van Eyck, Verzameld werk. Amsterdam (Van Oorschot) 1958-1964. 7 dln. Dl. 6, p. 407-452.
Glier 1971 , p. 274, 278
Glier 1971 I. Glier, Artes amandi. Untersuchung zu Geschichte, Überlieferung und Typologie der deutschen Minnereden. München (Beck) 1971. Münchener Texte und Untersuchungen zur deutschen Literatur des Mittelalters Bd. 34.
Green 1990
Green 1990 R.F. Green, 'Le roi qui ne ment and aristocratic courtship'. In: K. Busby & E. Kooper (eds.), Courtly literature: culture and context. Selected papers from the 5th Triennial Congress of the International Courtly Literature Society, Dalfsen, The Netherlands, 9-16 August 1986. Utrecht publications in general and comparitive literature, vol. 25. Amsterdam etc. (Benjamins) 1990, p. 211-225.
Heeroma 1969
Heeroma 1969 K. Heeroma, 'Van der feesten een proper dinc'. In: Spelend met spelgenoten. Middelnederlandse leesavonturen. 's-Gravenhage (Bakker etc.) 1969, p. 222-255. Fakulteitenreeks 12.
Hegman 1966
Hegman 1966 W.E. Hegman, 'Het conincspel in de Middelnederlandse letterkunde'. In: Handelingen van de Zuidnederlandse 20 (1966), p. 183-228.
Hogenelst 1995B , p. 206
Hogenelst 1995B D. Hogenelst & F. van Oostrom, Handgeschreven wereld. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen. Amsterdam (Prometheus) 1995.
Jonckbloet 1851-1855 , dl. 3 p. 497
Jonckbloet 1851-1855 W.J.A. Jonckbloet, Geschiedenis der Middennederlandsche dichtkunst. Amsterdam (Van Kampen) 1851-1855. 3 dln.
Jonckbloet 1888-1892 , dl. 2 p. 199-200
Jonckbloet 1888-1892 W.J.A. Jonckbloet, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. 4e dr., herz. en tot den tegenwoordigen tijd bijgewerkt door C. Honigh. Groningen (Wolters) 1888-1892. 6 dln.
Kalff 1906-1912 , dl. 1 p. 500
Kalff 1906-1912 G. Kalff, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Groningen (Wolters) 1906-1912. 7 dln.
Klein 1911
Klein 1911 A. Klein, Altfranzösischen Minnefragen. Marburg a.L. (s.n.) 1911. Marburger Beiträge zur romanischen Philologie. Heft 1. Erster Teil: Ausgabe der Texte und Geschichte der Gattung.
Knuttel 1948
Knuttel 1948 J.A.N. Knuttel, 'Van der feesten'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 65 (1948), p. 1-6.
Knuttel 1958 , p. 140-141
Knuttel 1958 J.A.N. Knuttel, Onze letteren in de Middeleeuwen. Amsterdam etc. (Wereldbibliotheek) 1958. De wereldboog 111/112.
Knuvelder 1970-1976 , dl. 1 p. 206, 241, 246, 309
Knuvelder 1970-1976 G. Knuvelder, Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde. 5e, geheel herz. dr. 's-Hertogenbosch (Malmberg) 1970-1976. 4 dln.
Lenssen 1979 , (scriptie)
Lenssen 1979 L. Lenssen, Het koningsspel in de Middelnederlandse letterkunde. (Ongepubl. doctoraalscriptie Utrecht 1979, te raadplegen in de Universiteitsbibliotheek Utrecht, LB NED SCR-L-205).
Lie 1991
Lie 1991 O.S.H. Lie, 'Het abel spel van Lanseloet van Denemerken in het handschrift-Van Hulthem: hoofse tekst of stadsliteratuur?'. In: H. Pleij e.a., Op belofte van profijt. Stadsliteratuur en burgermoraal in de Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen. Amsterdam (Prometheus) 1991, 200-216 en 391-393. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 4.
Meder 1988 , p. 140-141
Meder 1988 Th. Meder, Hoofsheid is een ernstig spel. Middeleeuwse hoofse teksten. Amsterdam (Querido) 1988. Griffioenserie.
Meijer 1978 , p. 28
Meijer 1978 R.P. Meijer, Literature of the Low Countries: a short story of Dutch literature in the Netherlands and Belgium. New ed. with corr. and additional material. The Hague etc. (Nijhoff) 1978.
Van Mierlo 1949 , dl. 1 p. 357
Van Mierlo 1949 J. van Mierlo, De letterkunde van de Middeleeuwen. 2e, herz. en verm. dr. 's-Hertogenbosch etc. (Malmberg etc.) 1949. Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Onder redactie van F. Baur, W.J.M.A. Asselbergs, J. van Mierlo e.a. Dl. 1 en 2.
Peters 1972
Peters 1972 U. Peters, 'Cours d'amour ─ Minnehof. Ein Beitrag zum Verhältnis der französischen und deutschen Minnedichtung zu den Unterhaltungsformen ihres Publikums'. In: Zeitschrift für deutsches Altertum 101 (1972), p. 117-133.
Van der Poel 1989 , p. 213-222
Van der Poel 1989 D.E. van der Poel, De Vlaamse Rose en Die Rose van Heinric. Onderzoekingen over twee Middelnederlandse bewerkingen van de Roman de la Rose. Hilversum (Verloren) 1989. Middeleeuwse studies en bronnen 13. Diss. Utrecht.
Van der Poel 1991 , p. 441-446
Van der Poel 1991 D.E. van der Poel, 'De minneraadsels uit Een niev clucht boecxken (ca. 1600) en enkele verwante teksten'. In: De nieuwe taalgids 84 (1991), p. 431-447.
Van der Poel 1992 , p. 215, 218
Van der Poel 1992 D.E. van der Poel, 'Minnevragen in de Middelnederlandse letterkunde'. In: F. Willaert e.a., Een zoet akkoord. Middeleeuwse lyriek in de Lage Landen. Amsterdam (Prometheus) 1992, p. 207-218 en 396-391. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 7.
Roessingh 1914 , p. 132-133
Roessingh 1914 A.L.A. Roessingh, De vrouw bij de Dietsche Moralisten. Groningen (Noordhoff) 1914. Diss. Groningen.
Schenkel 1997A , p. 45, 58
Schenkel 1997A J. Schenkel, 'Het handschrift-Van Hulthem, het Comburgse handschrift en de scriptoriumhypothese'. In: Queeste 4 (1997), p. 42-59.
Schnell 1985
Schnell 1985 R. Schnell, Causa amoris: Liebeskonzeption und Liebesdarstellung in den mittelalterlichen Literatur. Bern (Francke) 1985. Bibliotheca Germanica.
Serrure 1872 , p. 380
Serrure 1872 C.P. Serrure, Letterkundige geschiedenis van Vlaanderen. Eerste deel: Nederlandsche en Fransche letterkunde tijdens XII, XIII en XIVde eeuwen. Gent (De Busscher) 1872.
Snellaert 1838 , p. 32, 75
Snellaert 1838 F.A. Snellaert, Verhandeling over de Nederlandsche dichtkunst in België, sedert hare eerste opkomst tot de dood van Albert en Isabella. Brussel (Hayez) 1838.
Verkaart , (scriptie)
Verkaart P. Verkaart, Het koningsspel in de Middelnederlandse literatuur. (Ongepubl. doctoraalscriptie, te raadplegen bij de Universiteit van Amsterdam, Documentatiecentrum Nederlandse Letterkunde, nr. 1458).
Te Winkel 1887 , p. 468-469
Te Winkel 1887 J. te Winkel, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Haarlem (Bohn) 1887.
Te Winkel 1922-1927 , dl. 2 p. 92
Te Winkel 1922-1927 J. te Winkel, De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. 2e dr. Haarlem (Bohn) 1922-1927. 7 dln. [Ongew. herdr. Utrecht etc., 1973].
Parallellen en varianten: 
(a) vss. 169-212/561-648  Gent, Universiteitsbibliotheek, 1374  [1375 - 1425] , f. 131v-133r (132 vss.)
Gent, Universiteitsbibliotheek, 1374
Post quem: 1375
Ante quem: 1425
Datering: eind 14e eeuw
Overeenkomst met Hulthem-nr(s): 167
(b) vss. 378-591/801-864  Gent, Universiteitsbibliotheek, 1644  [1375 - 1425] , f. 1r-3v (278 vss.)
Gent, Universiteitsbibliotheek, 1644
Post quem: 1375
Ante quem: 1425
Datering: ca. 1400
Overeenkomst met Hulthem-nr(s): 167
(c) vss. 59-846  's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 75 H 57  [1425 - 1450] , f. 1-36 (775 vss.)
's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 75 H 57
(olim O 221, olim K 221)
Post quem: 1425
Ante quem: 1450
Datering: 1430-1450 (BNM: ongedateerd)
Verwijs 1871 , p. XXXIII
Verwijs 1871 E. Verwijs (ed.), Van vrouwen ende van minne: Middelnederlandsche gedichten uit de XIVde en XVde eeuw. Groningen (Wolters) 1871. Bibliotheek van Middelnederlandse letterkunde 4 en 5.
Overeenkomst met Hulthem-nr(s): 167
(d) vss. 151-170  olim Straatsburg, Oberlin  [1400 - 1450] , f. 1ra-rv (ca. 14 vss.)
olim Straatsburg, Oberlin
(zoekgeraakt)
Post quem: 1400
Ante quem: 1450
Datering: 1e helft 15e eeuw (BNM: ongedateerd)
Werkgroep Groningen 1972 , p. 13-14 (5)
Werkgroep Groningen 1972 Werkgroep van Groningse neerlandici, Van der feesten een proper dinc. Uitgegeven door een ─ [o.l.v. K. de Graaf]. Groningen (Nederl. Inst. R.U.G.) 1972.
Aanvullende informatie: in BNM te vinden onder: z.s., alf: Oberlin (Straatsburg) z.s.
Overeenkomst met Hulthem-nr(s): 167
Zie: 
Verwijs 1871 , p. 1-33 (c, d)
Verwijs 1871 E. Verwijs (ed.), Van vrouwen ende van minne: Middelnederlandsche gedichten uit de XIVde en XVde eeuw. Groningen (Wolters) 1871. Bibliotheek van Middelnederlandse letterkunde 4 en 5.
De Vreese 1901B , (b)
De Vreese 1901B W.L. de Vreese, 'Nieuwe Middelnederlandsche fragmenten X: Eene nog onbekende twistsprake'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 19 (1901), p. 269-274.
Werkgroep Groningen 1972 , p. 3-17 (a-d)
Werkgroep Groningen 1972 Werkgroep van Groningse neerlandici, Van der feesten een proper dinc. Uitgegeven door een ─ [o.l.v. K. de Graaf]. Groningen (Nederl. Inst. R.U.G.) 1972.