Repertorium Hulthem

[Lippijn] Hier beghint die sotternie

Hulthem-Nr: 
170  (f. 178rb,5-180ra,32)
Opschrift: 
[Lippijn] Hier beghint die sotternie ·C·lxx·
Incipit: 
Hier beghint dwijf / Hem segt hem god hebs al deel Ic wil gaen driuen mijn riveel
Explicit: 
Ic en wiste niet dat ic was in dolen Lippijns wijf / Ey men sel ·v· leren gaen ter scolen Hier vechtensi
Afrondingsformule: 
Nota ·C·lxxxiij· verse
Weergave inhoud: 
Lippijns vrouw heeft een afspraak met haar minnaar en geeft haar oudere man opdracht om voor water en vuur te zorgen. Ze zegt zelf eten te moeten halen. Hij volgt haar en betrapt haar 'met blote knieën' in het groen. Als ze thuiskomt, zal er wat voor haar zwaaien. Lippijn klaagt bij de vriendin van zijn vrouw. Die wil van geen overspel weten: haar vriendin is een deugdzame vrouw. Lippijns ogen bedriegen hem, dat komt van de drank en de ouderdom. Het was zijn vrouw niet die hij zag, maar een door de duivel gezonden elf. Hij verzet zich eerst, maar begint ten slotte toch aan zijn ogen te twijfelen. Het beste bewijs voor zijn ongelijk is dat hij zijn vrouw rustig thuis ziet zitten. Lippijn schaamt zich over zijn beschuldiging en vraagt haar om vergiffenis. Zijn vrouw is woest: hoe dùrft hij zoiets van haar te denken. Hij verdient hiervoor een flink pak slaag. Epiloog.
Namen: 
Lippijn
Auteurs: 
Anoniem
Anoniem
Datering: onbekend
Over de auteurs van 119 teksteenheden en delen van nr. 108 en 148 is geen enkel gegeven bekend.
Tekstsoort: 
Sotternie (volgens opschrift), boerdement (volgens vs. 187).
Vorm: 
rijm: aabb
Lengte: 
185 + epiloog van 15 vss.
Aanvullende informatie: 
Initiaal-H 2 regels hoog, marginale en niet-marginale paragraaftekens op onregelmatige plaatsen. ─ [Titel] op grond van vs. 5, ter onderscheiding van de andere sotternieën in dit hs. Op de afrondingsformule volgt nog een (later toegevoegde?) epiloog van 15 vss. ─ Aantal vss. volgens afrondingsformule: 183 (epiloog niet meegeteld). Clausen en personen gemarkeerd met paragraaftekens en tussenkopjes. Onzuiver rijm: vss. 31-32, 123/124 en 127/128.
Petit-Nommer(s): 
863; 1740
Edities: 
Adema 1985 , (bewerking)
Adema 1985 H. Adema, Vijf sotternieën. [Bewerkte] Tekst en vertaling door ─. Leeuwarden (Taal & Teken) 1985. Vertaald Middelnederlands 12.
Beidler 1989 , (Engelse vertaling)
Beidler 1989 P. Beidler & T. Decker, 'Lippijn: a Middle Dutch source for the Merchant's tale?'. In: Chaucer review 23 (1989), p. 236-250.
Brinkman/Schenkel 1999 , band 2 p. 927-936
Brinkman/Schenkel 1999 H. Brinkman & J. Schenkel (ed.), Het handschrift-Van Hulthem. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. Diplomatische editie bezorgd door -. Hilversum (Verloren) 1999. 2 banden. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 7/1-2.
Decker 1992 , p. 74-80 (Engelse vertaling)
Decker 1992 Th. Decker & M. Walsh, 'Three sotterniën: farcical afterpieces from the Hulthem manuscript'. In: Dutch crossing 48 (1992), p. 73-96.
Van Dijk 1978 , p. 43-46, 122-123
Van Dijk 1978 H. van Dijk (ed.), De kluchten uit de Middelnederlandse dramatische poëzie: een bloemlezing uit de editie Leendertz met enkele inleidende artikelen. Utrecht (Inst. De Vooys) 1978.
Duinhoven 1992 , p. 126-138
Duinhoven 1992 A.M. Duinhoven, 'Die sotternie van Lippijn'. In: H. van Dijk e.a. (red.), Klein kapitaal uit het handschrift-Van Hulthem. Zeventien teksten uit Hs. Brussel, K.B. 15.589-623 uitgegeven en ingeleid door neerlandici, verbonden aan tien universiteiten in Nederland en België. Hilversum (Verloren) 1992, p. 122-138. Middeleeuwse studies en bronnen 33.
Hoffmann von Fallersleben 1830-1857 , dl. 6 p. 40-48, 217-219
Hoffmann von Fallersleben 1830-1857 H. Hoffmann von Fallersleben, Horae Belgicae. Studio atque opera Henrici Hoffmann Fallerslebensis. Vratislaviae etc. (Aderholz etc.) 1830-1857. 12 dln in 3 bdn. [Fotomech. herdruk Amsterdam (Rodopi) 1968].
Holm 1975 , p. 128-137 (Noorse vertaling)
Holm 1975 H.H. Holm & K. Langvik-Johannessen, Fra borg og torg, Mellomardelspel fra Nederlanda. Oslo (Solum Forlag) 1975.
Van Kammen 1969 , p. 83-93
Van Kammen 1969 L. van Kammen (ed.), De abele spelen naar het Hulthemse handschrift. Verzorgd door ─. 2e dr. Amsterdam (Polak en Van Gennep) 1969. Nederlandse klassieken.
Komrij 1989 , p. 80-99 (ed. + bewerking)
Komrij 1989 G. Komrij, Abele spelen. Bewerkt door ─. 's-Gravenhage (SDU) 1989.
Komrij (in bewerking) , (ed. + bewerking)
Komrij (in bewerking) G. Komrij, De abele spelen. Middeleeuws toneel. Bewerkt door ─, met een inleiding en teksteditie door H. van Dijk. Amsterdam (Prometheus) (in bewerking).
Leendertz 1907B , p. 31-37, 504-505
Leendertz 1907B P. Leendertz Jr. (ed.), Middelnederlandsche dramatische poëzie. Met inleiding, aantekeningen, bijlagen en woordenlijst uitgegeven door ─. Leiden (Sijthoff) 1907. 3 dln. in 1 bd. Bibliotheek van de Middelnederlandsche letterkunde 13-14.
Lemaire 1970 , p. 273-280 (fragm. Franse vertaling)
Lemaire 1970 C. Lemaire, Le cercle des choses. Textes traduits du moyen néerlandais choisis et presenté par ─. Bruxelles (Bibl. Royale Albert Ier) 1970.
Leopold 1940 , p. 50-51 (fragment)
Leopold 1940 L. Leopold, Nederlandsche schrijvers en schrijfsters. Proeven uit hun werken, met beknopte biographiën en portretten. 12e, herz. dr. door G.S. Overdiep en W.L. Brandsma. Groningen etc. (Wolters) 1940.
Moltzer 1875 , p. 60-74
Moltzer 1875 H.E. Moltzer (ed.), De Middelnederlandsche dramatische poëzie. Ingeleid en toegelicht door ─. Groningen (Wolters) 1875. Bibliotheek van Middelnederlandsche letterkunde.
Stellinga 1977
Stellinga 1977 G. Stellinga (ed.), Esmoreit en Lippijn. 12e dr. 's-Hertogenbosch (Malmberg) 1977.
De Vroom 1997 , p. 100-107 (Engelse vertaling)
De Vroom 1997 Th. de Vroom, Netherlandic secular plays from the Middle Ages: the Abele Spelen and farces of the Hulthem Manuscript. Translated with an introduction and notes by ─. Ottawa, Canada (Dovehouse) 1997. Carleton Renaissance Plays in Translation 29.
Secundaire literatuur: 
Ansems 1984 , (scriptie)
Ansems 1984 J. Ansems, Hoe komisch waren de sotternieën uit het Hulthemse handschrift? (Ongepubl. doctoraalscriptie s.a. [1984], te raadplegen in de Universiteitsbibliotheek Utrecht, LB NED SCR-L-339).
Chapuis 1954 , (licentiaatsverhandeling)
Chapuis 1954 M. Chapuis, Studie over de taal van vier kluchten uit het Hulthemse handschrift. Licentiaatsverhandeling Luik 1954.
Creizenach 1918-1923 , Bd. 1 p. 403-404
Creizenach 1918-1923 W. Creizenach, Geschichte des neueren Dramas. [Bearb. und mit einem vollständigen Register zum 2. und 3. Band versehen von Hämel]. 2. verm. und verb. Aufl. Halle (Niemeyer) 1918-1923. 3 Bdn. [Fotomech. Nachdr. Adalbert, New York (Blom) 1965].
Dabrówka 1987
Dabrówka 1987 A. Dabrówka, Untersuchungen über die mittelniederländischen Abele Spelen. Herkunft-Stil-Motive. Warszawa (Uniwersytet Warszawski) 1987. Diss. Warschau.
Dabrówka 1988
Dabrówka 1988 A. Dabrówka, 'Distributionsanalyse und Parameterstatistik als Instrumente der Philologie'. In: Leuvense bijdragen 77 (1988), p. 285-299.
Dabrówka 1989
Dabrówka 1989 A. Dabrówka, 'Die Textüberlieferung der Abele Spelen und der Sotternien'. In: Neerlandica wratislaviensia 4 (1989), p. 7-46.
Dabrówka 1991
Dabrówka 1991 A. Dabrówka, 'Die Eigennamen in den Abele Spelen und den Sotternien'. In: Neerlandica wratislaviensia 5 (1991), p. 19-46.
Decker 1987
Decker 1987 Th. Decker, 'Medieval theatre in the lowlands: secular drama'. In: Dutch crossing 32 (1987), p. 37-55.
Van Dijk 1971
Van Dijk 1971 H. van Dijk, [Recensie van] 'De abele spelen naar het Hulthemse handschrift. Verzorgd door L. van Kammen. 2e dr. Amsterdam (Polak en Van Gennep) 1969. Nederlandse klassieken'. In: De nieuwe taalgids 64 (1971), p. 65-67.
Van Dijk 1978 , p. 43-46, 122-123
Van Dijk 1978 H. van Dijk (ed.), De kluchten uit de Middelnederlandse dramatische poëzie: een bloemlezing uit de editie Leendertz met enkele inleidende artikelen. Utrecht (Inst. De Vooys) 1978.
Van Dijk 1984 , p. 105-108
Van Dijk 1984 H. van Dijk, W. van Hummelen, W. Hüsken e.a., 'A survey of Dutch drama before the Renaissance'. In: Dutch crossing 22 (1984), p. 97-131.
Van Dijk 1985A , p. 246-250
Van Dijk 1985A H. van Dijk, 'The structure of the "sotternieën" in the Hulthem manuscript'. In: H. Braet, J. Nowé, G. Tournoy (eds.), The theatre in the middle ages. Leuven (U.P.) 1985, p. 238-250. Mediaevalis Lovaniensia, Series 1, Studia XIII.
Van Dijk 1985B , p. 56-60
Van Dijk 1985B H. van Dijk, 'Als ons die astrominen lesen. Over het abel spel Vanden winter ende vanden somer'. In: A.M.J. van Buuren e.a. (red.), Tussentijds. Bundel studies aangeboden aan W.P. Gerritsen ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag. Utrecht (HES) 1985, p. 56-70 en 333-335.
Van Dijk 1994
Van Dijk 1994 H. van Dijk, 'The drama texts in the Van Hulthem manuscript'. In: E. Kooper (ed.), Medieval Dutch literature in its European context. Cambridge (University Press) 1994, p. 283-296. Cambridge studies in medieval literature 21.
Duinhoven 1977A , p. 69-77
Duinhoven 1977A A.M. Duinhoven, 'De epilogen van Die Buskenblaser, Esmoreit en Truwanten'. In: H. Heestermans (red.), Opstellen door vrienden en vakgenoten aangeboden aan dr. C.H.A. Kruyskamp [...]. 's-Gravenhage (Nijhoff) 1977, p. 63-77.
Duinhoven 1992 , p. 122-125
Duinhoven 1992 A.M. Duinhoven, 'Die sotternie van Lippijn'. In: H. van Dijk e.a. (red.), Klein kapitaal uit het handschrift-Van Hulthem. Zeventien teksten uit Hs. Brussel, K.B. 15.589-623 uitgegeven en ingeleid door neerlandici, verbonden aan tien universiteiten in Nederland en België. Hilversum (Verloren) 1992, p. 122-138. Middeleeuwse studies en bronnen 33.
Van Engeldorp Gastelaars 1984 , p. 17, 40, 44, 51, 56, 60
Van Engeldorp Gastelaars 1984 W. van Engeldorp Gastelaars, Ic sal u smiten op uwen tant: geweld tussen man en vrouw in laat-middeleeuwse kluchten. Amsterdam (UvA) 1984. Korenbloemen 1.
Hines 1993 , p. 244, 246
Hines 1993 J. Hines, The fabliau in English. Londen etc. (Longman) 1993.
Hollaar 1980A , p. 320
Hollaar 1980A J.M. Hollaar & E.W.F. van den Elzen, 'Het vroegste toneelleven in enkele Noordnederlandse plaatsen'. In: De nieuwe taalgids 73 (1980), p. 302-324.
Holm 1975 , p. 7-64
Holm 1975 H.H. Holm & K. Langvik-Johannessen, Fra borg og torg, Mellomardelspel fra Nederlanda. Oslo (Solum Forlag) 1975.
Hummelen 1977
Hummelen 1977 W.M.H. Hummelen, 'Tekst en toneelinrichting in de abele spelen'. In: De nieuwe taalgids 70 (1977), p. 229-242.
Hunningher 1964 , p. 247
Hunningher 1964 B. Hunningher, 'The Netherlandish "abele spelen"'. In: Maske und Kothurn. Internationale Beiträge zur Theaterwissenschaft (Speciaal nummer: Festgabe Heinz Kindermann [...]) 10 (1964), p. 244-253.
Hüsken 1987 , p. 13-30
Hüsken 1987 W.N.M. Hüsken, Noyt meerder vreucht: compositie en structuur van het komische toneel in de Nederlanden voor de Renaissance. Deventer (Sub Rosa) 1987. Deventer studiën 3. Diss. Nijmegen.
Iwema 1984
Iwema 1984 K. Iwema, 'Waer sidi ─ over een middelnederlandse toneelconventie'. In: De nieuwe taalgids 77 (1984), p. 48-61.
Janssen Marijnen 1913
Janssen Marijnen 1913 H. Janssen Marijnen, 'Omtrent de opvoering onzer oudste tooneelstukken'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 32 (1913), p. 92-100.
Jonckbloet 1851-1855 , dl. 3 p. 561-562
Jonckbloet 1851-1855 W.J.A. Jonckbloet, Geschiedenis der Middennederlandsche dichtkunst. Amsterdam (Van Kampen) 1851-1855. 3 dln.
Jonckbloet 1886 , p. 106-107
Jonckbloet 1886 W.J.A. Jonckbloet, Beknopte geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Uitgeg. door G. Penon. 3e dr. Groningen (Wolters) 1886.
Kalff 1906-1912 , dl. 2 p. 37-38, 42-45
Kalff 1906-1912 G. Kalff, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Groningen (Wolters) 1906-1912. 7 dln.
Knuvelder 1970-1976 , dl. 1 p. 304
Knuvelder 1970-1976 G. Knuvelder, Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde. 5e, geheel herz. dr. 's-Hertogenbosch (Malmberg) 1970-1976. 4 dln.
Koenders 1911
Koenders 1911 A. Koenders, 'Het wereldlijk tooneel in de XIVe eeuw'. In: De katholiek 140 (1911), p. 112-127.
Leendertz 1909 , p. 60
Leendertz 1909 P. Leendertz Jr., 'Over middeleeuwsche tooneelvertooningen'. In: De gids 73-II (1909), p. 41-71.
Lodder 1995 , p. 57, 58, 59
Lodder 1995 F.J. Lodder, 'Een genre der boerden?' In: Queeste 2 (1995), p. 54-71.
Lodder 1997 , (passim)
Lodder 1997 F.J. Lodder, Lachen om list en lust. Studies over de Middelnederlandse komische versvertellingen. Leiden (Ridderhof) 1997. Diss. Leiden.
Markvoort , (scriptie)
Markvoort T. Markvoort & C. Mars, De man ... en hoe zat het nu met de vrouw in de Middeleeuwen. Over de rol van de vrouw in de toneelteksten van het Hulthemse handschrift. (Ongepubl. doctoraalscriptie, te raadplegen bij de Universiteit van Amsterdam, Documentatiecentrum Nederlandse Letterkunde, nr. 2311).
Van Meurs 1988 , p. 149-151, 154, 156
Van Meurs 1988 Fr. van Meurs, 'De abele spelen en de navolgende sotternieën als thematisch tweeluik'. In: Literatuur 5 (1988), p. 149-156.
Van Mierlo 1928 , p. 239-241
Van Mierlo 1928 J. van Mierlo, Geschiedenis van de Oud- en Middelnederlandsche letterkunde. Antwerpen etc. (Standaardboekhandel) 1928.
Van Moerkerken 1904 , p. 89
Van Moerkerken 1904 P.H. van Moerkerken, De satire in de Nederlandsche kunst der Middeleeuwen. Amsterdam (Van Looy) 1904. Diss. Utrecht.
Moltzer 1862 , p. 73-138
Moltzer 1862 H.E. Moltzer, Geschiedenis van het wereldlijk tooneel in Nederland gedurende de Middeleeuwen. Leiden (Van der Hoek) 1862. Diss. Leiden.
Muller 1927
Muller 1927 J.W. Muller, 'De taal en de herkomst der zoogenaamde abele spelen en sotterniën'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 46 (1927), p. 292-301.
Picque 1864 , p. 185
Picque 1864 C. Picque, 'Du drame flamand au moyen âge à propos de Shakespeare'. In: Revue trimestrielle 11 (1864-III), p. 172-186.
Pleij 1980-1981 , p. 329
Pleij 1980-1981 H. Pleij, 'Over de betekenis van Middelnederlandse teksten. Boekbespreking van Esmoreit, uitgeg. door A.M. Duinhoven'. In: Spektator 10 (1980-1981), p. 299-339.
Pleij 1988 , p. 94
Pleij 1988 H. Pleij, De sneeuwpoppen van 1511: Literatuur en stadscultuur tussen Middeleeuwen en moderne tijd. Amsterdam etc. (Meulenhoff) 1988.
Pleij 1991B , p. 72
Pleij 1991B H. Pleij, Sprekend over de Middeleeuwen. Utrecht etc. (Teleac etc.) 1991.
Prinsen 1928 , p. 153-154
Prinsen 1928 J. Prinsen J.Lzn., Handboek tot de Nederlandsche letterkundige geschiedenis. 3e herz. dr. 's-Gravenhage (Nijhoff) 1928.
Schenkel 1997A , p. 45
Schenkel 1997A J. Schenkel, 'Het handschrift-Van Hulthem, het Comburgse handschrift en de scriptoriumhypothese'. In: Queeste 4 (1997), p. 42-59.
Schenkel 1997B
Schenkel 1997B J. Schenkel, 'De achterdeur van Lippijn is een voordeur: tekst en toneelinrichting van een klucht'. In: Spiegel der letteren 39 (1997), p. 285-290.
Serrure 1872 , p. 400
Serrure 1872 C.P. Serrure, Letterkundige geschiedenis van Vlaanderen. Eerste deel: Nederlandsche en Fransche letterkunde tijdens XII, XIII en XIVde eeuwen. Gent (De Busscher) 1872.
Simons 1921-1932 , dl. 1 p. 341
Simons 1921-1932 L. Simons, Het drama en het tooneel in hun ontwikkeling. Amsterdam (Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur) 1921-1932. 5 dln. in 4 bdn. Nederlandsche Bibliotheek.
Van Stapele 1988
Van Stapele 1988 P. van Stapele, 'Rijmen en ruimtegebrek in de sotternieën'. In: Tijdschrift voor theaterwetenschap 23 (1988), p. 69-89.
Strietman 1991 , p. 227-237
Strietman 1991 E. Strietman, 'The Low Countries'. In: E. Simon (ed.), The theatre of medieval Europe. New research in early drama. Cambridge (University Press) 1991, p. 225-252.
Traver 1951 , p. 46-48
Traver 1951 H. Traver, 'Religious implications in the abele spelen of the Hulthem Manuscript'. The Germanic review 26 (1951), p. 34-49.
Van Vloten 1878-1881 , dl. 1 p. 15-18
Van Vloten 1878-1881 J. van Vloten (ed.), Het Nederlandsche kluchtspel van de 14e tot de 18e eeuw. 2e verm. dr. Haarlem (De Graaff) 1878-1881. 3 dln. in 1 bd.
Veraart 1971 , (scriptie)
Veraart 1971 T. Veraart, Lippijn, een onderzoek naar de bronnen en de funktie van een sotternie. (Ongepubl. doctoraalscriptie Leiden 1971, te raadplegen bij de Vakgroep Nederlands R.U. Leiden, GA 1037).
Walch 1924 , p. 190
Walch 1924 J.L. Walch, Studiën over litteratuur en tooneel. Maestricht (Boosten-Stols) 1924, p. 190-192.
Wijngaards 1968
Wijngaards 1968 N.C.H. Wijngaards, 'De oorsprong der abele spelen en sotternieën'. In: Handelingen van de Zuidnederlandse 22 (1968), p. 411-424.
Willaert 1991
Willaert 1991 F. Willaert, [Recensie van] 'A. Dabrówka, Untersuchungen über die mittelniederländischen abele Spelen. Herkunft-Stil-Motive. Diss. Warschau 1987'. In: Spiegel der letteren 33 (1991), p. 307-312.
Te Winkel 1887 , p. 524
Te Winkel 1887 J. te Winkel, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Haarlem (Bohn) 1887.
Te Winkel 1922-1927 , dl. 2 p. 145
Te Winkel 1922-1927 J. te Winkel, De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. 2e dr. Haarlem (Bohn) 1922-1927. 7 dln. [Ongew. herdr. Utrecht etc., 1973].
Worp 1904-1908 , dl. 1 p. 96
Worp 1904-1908 J.A. Worp, Geschiedenis van het drama en het tooneel in Nederland. Groningen (Wolters) 1904-1908. 2 dln.
Parallellen en varianten: