Van Assche 1987
Van Assche 1987
H. van Assche, 'De abele spelen en een Miracle de Nostre Dame par personnages: een leeservaring'. In: E. Cockx-Indestege e.a. (red.), Miscellanea neerlandica. Opstellen voor dr. Jan Deschamps. Leuven (Peeters) 1987. 3 dln., dl. 2, p. 221-236.
Beckers 1993
, p. 62-63
Beckers 1993
J.J.M. Beckers, Een tekst voor alle tijden. Een onderzoek naar de receptiesituatie van de oudste overgeleverde versies van Lanceloet van Denemerken. S.l., s.n., s.a. [1993]. Diss. Amsterdam (UvA) 1993.
Van Beeck 1938
Van Beeck 1938
P. van Beeck, 'Naar aanleiding van een nieuwe Esmoreit-editie'. In: Onze taaltuin 8 (1938), p. 28-30.
Böhm 1975
, (scriptie)
Böhm 1975
A.H. Böhm, De waarderingsgeschiedenis van de abele spelen. (Ongepubl. doctoraalscriptie Leiden 1975, te raadplegen bij de Vakgroep Nederlands R.U. Leiden, GA 754).
Borcherdt 1969
, p. 130-131
Borcherdt 1969
H.H. Borcherdt, Das europäische Theater im Mittelalter und in der Renaissance. 2e Ausg. Reinbek bei Hamburg (Rowohlt) 1969. Rohwohlts deutsche Enzyklopädie.
Ten Brink 1897
, p. 219
Ten Brink 1897
J. ten Brink, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Amsterdam (Elsevier) 1897.
Bruch 1947
Bruch 1947
H. Bruch, 'Esmoreit'. In: Levende talen 141 (1947), p. 128-132.
Van Brugge 1938
Van Brugge 1938
M. van Brugge, 'Het openluchtspel. Nieuwe toekomstmogelijkheden. Het abel spel Esmoreit in 's-Gravensteen'. In: Nieuw Vlaanderen 4-17 (1938), p. 17.
Buitenrust Hettema 1901
Buitenrust Hettema 1901
F. Buitenrust Hettema, 'Het abel spel de Esmoreit'. In: Taal en letteren 11 (1901), p. 209-227.
Van Buuren 1982
Van Buuren 1982
A.M.J. Van Buuren, [Recensie van] 'Esmoreit. Uitgegeven door A.M. Duinhoven. B.V. W.J. Thieme & Cie, Zutphen z.j. [1979]. Klassiek letterkundig pantheon 165'. In: De nieuwe taalgids 75 (1982-3), p. 257-262.
Creizenach 1918-1923
, Bd. 1 p. 369
Creizenach 1918-1923
W. Creizenach, Geschichte des neueren Dramas. [Bearb. und mit einem vollständigen Register zum 2. und 3. Band versehen von Hämel]. 2. verm. und verb. Aufl. Halle (Niemeyer) 1918-1923. 3 Bdn. [Fotomech. Nachdr. Adalbert, New York (Blom) 1965].
Crick 1938
Crick 1938
J. Crick, 'Esmoreit en de taak der regie'. In: De tooneelschool 1938, IV-V, p. 11-14.
Dabrówka 1987
Dabrówka 1987
A. Dabrówka, Untersuchungen über die mittelniederländischen Abele Spelen. Herkunft-Stil-Motive. Warszawa (Uniwersytet Warszawski) 1987. Diss. Warschau.
Dabrówka 1988
Dabrówka 1988
A. Dabrówka, 'Distributionsanalyse und Parameterstatistik als Instrumente der Philologie'. In: Leuvense bijdragen 77 (1988), p. 285-299.
Dabrówka 1989
Dabrówka 1989
A. Dabrówka, 'Die Textüberlieferung der Abele Spelen und der Sotternien'. In: Neerlandica wratislaviensia 4 (1989), p. 7-46.
Dabrówka 1991
Dabrówka 1991
A. Dabrówka, 'Die Eigennamen in den Abele Spelen und den Sotternien'. In: Neerlandica wratislaviensia 5 (1991), p. 19-46.
Daisne 1947
Daisne 1947
J. Daisne, 'Zielkunst der Primitieven'. In: In het teken van Esmoreit. Een geïllustreerde bundel toneelopstellen. Antwerpen (Ontwikkeling) 1947, p. 12-15.
Van Dale 1871
Van Dale 1871
J.H. van Dale, 'Bladvulling (Spel van Den hertoghe van Bruyswyc vs. 732-735)'. In: De taal- en letterbode 2 (1871), p. 155.
Van Dam 1937
, p. 13-14
Van Dam 1937
J. van Dam, 'Die niederländische Dichtung des Mittelalters im Spiegel der deutschen'. In: Rheinische Vierteljahrsblätter 7 (1937), p. 1-18.
Decker 1987
Decker 1987
Th. Decker, 'Medieval theatre in the lowlands: secular drama'. In: Dutch crossing 32 (1987), p. 37-55.
Van Dijk
, (scriptie)
Van Dijk
R. van Dijk, Een onderzoek naar de betekenis van vs. 83 van het abel spel van Esmoreit en de gevolgen van de betekenis voor het spel. (Ongepubl. doctoraalscriptie, te raadplegen bij de Universiteit van Amsterdam, Documentatiecentrum Nederlandse Letterkunde, nr. 1605).
Van Dijk 1971
Van Dijk 1971
H. van Dijk, [Recensie van] 'De abele spelen naar het Hulthemse handschrift. Verzorgd door L. van Kammen. 2e dr. Amsterdam (Polak en Van Gennep) 1969. Nederlandse klassieken'. In: De nieuwe taalgids 64 (1971), p. 65-67.
Van Dijk 1984
, p. 105-109
Van Dijk 1984
H. van Dijk, W. van Hummelen, W. Hüsken e.a., 'A survey of Dutch drama before the Renaissance'. In: Dutch crossing 22 (1984), p. 97-131.
Van Dijk 1985A
, p. 246-250
Van Dijk 1985A
H. van Dijk, 'The structure of the "sotternieën" in the Hulthem manuscript'. In: H. Braet, J. Nowé, G. Tournoy (eds.), The theatre in the middle ages. Leuven (U.P.) 1985, p. 238-250. Mediaevalis Lovaniensia, Series 1, Studia XIII.
Van Dijk 1985B
, p. 56-60
Van Dijk 1985B
H. van Dijk, 'Als ons die astrominen lesen. Over het abel spel Vanden winter ende vanden somer'. In: A.M.J. van Buuren e.a. (red.), Tussentijds. Bundel studies aangeboden aan W.P. Gerritsen ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag. Utrecht (HES) 1985, p. 56-70 en 333-335.
Van Dijk 1993A
Van Dijk 1993A
H. van Dijk, 'Middelnederlands toneel'. In: M.A. Schenkeveld-Van der Dussen (hoofdred.), Nederlandse literatuur, een geschiedenis. Groningen (Martinus Nijhoff) 1993, p. 62-67.
Van Dijk 1994
Van Dijk 1994
H. van Dijk, 'The drama texts in the Van Hulthem manuscript'. In: E. Kooper (ed.), Medieval Dutch literature in its European context. Cambridge (University Press) 1994, p. 283-296. Cambridge studies in medieval literature 21.
Duinhoven 1975
Duinhoven 1975
A.M. Duinhoven, 'Pleidooi voor reconstructie van Esmoreit'. In: Spiegel der letteren 17 (1975), p. 241-267.
Duinhoven 1977A
Duinhoven 1977A
A.M. Duinhoven, 'De epilogen van Die Buskenblaser, Esmoreit en Truwanten'. In: H. Heestermans (red.), Opstellen door vrienden en vakgenoten aangeboden aan dr. C.H.A. Kruyskamp [...]. 's-Gravenhage (Nijhoff) 1977, p. 63-77.
Duinhoven 1977B
, p. 203-208, 211, 224-225
Duinhoven 1977B
A.M. Duinhoven, 'Tekstreconstructie een abel spel'. In: Spiegel der letteren 19 (1977), p. 193-244.
Duinhoven 1977C
Duinhoven 1977C
A.M. Duinhoven, 'Corruptie is overal [over Esmoreit vss. 830 en 879]'. In: De nieuwe taalgids 70 (1977), p. 97-120.
Duinhoven 1979A
Duinhoven 1979A
A.M. Duinhoven, 'De bron van Esmoreit'. In: De nieuwe taalgids 72 (1979), p. 124-144.
Duinhoven 1981
Duinhoven 1981
A.M. Duinhoven, 'Van Mozes tot Esmoreit'. In: Spektator (Speciaal nummer: 13 letterkundige squibs) 10 (1981), p. 566-576.
Duinhoven 1986
, p. 49-50, 61-62, 64-67, 77-79, 125
Duinhoven 1986
A.M. Duinhoven, Lees, maar raak! Middelnederlandse tekstinterpretatie. Muiderberg (Coutinho) 1986.
Van Eeghem 1958-1963
, dl. 3 p. 35, 186-190
Van Eeghem 1958-1963
W. van Eeghem, Brusselse dichters. Brussel (Simon Stevin) 1958-1963. 5 dln.
Endepols 1903
, p. 35-36, 39, 60, 88, 89, 99
Endepols 1903
H.J.E. Endepols, Het decoratief en de opvoering van het Middelnederlandsche drama volgens de Middelnederlandsche tooneelstukken. Amsterdam (Van Langenhuysen) 1903. Diss. Leiden.
Van Engeldorp Gastelaars 1984
, p. 60-61
Van Engeldorp Gastelaars 1984
W. van Engeldorp Gastelaars, Ic sal u smiten op uwen tant: geweld tussen man en vrouw in laat-middeleeuwse kluchten. Amsterdam (UvA) 1984. Korenbloemen 1.
Van Es 1955
, p. 162-177
Van Es 1955
G.A. van Es, 'Het negeren van tijd en afstand in de abele spelen'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 73 (1955), p. 161-192.
Fries 1900
, p. 557-565
Fries 1900
K. Fries, 'Quellenstudien zu Shakespeares Wintermärschen'. In: Neue Jahrbücher für Pädagogik 3 (1900). Neue Jahrbücher für das klassische Altertum, Geschichte und deutsche Literatur und Pädagogik 6.
Gallée 1873
, p. 43-50
Gallée 1873
J.H. Gallée, Bijdrage tot de geschiedenis der dramatische vertooningen in de Nederlanden gedurende de Middeleeuwen. Haarlem (Kruseman) 1873. Diss. Leiden.
Gielen 1932
, dl. 1 p. 62-74 en 89-96
Gielen 1932
J.J. Gielen, Belangrijke letterkundige werken. Leidraad bij de studie der Nederlandse literatuur. Purmerend (Muusses) 1932. 3 dln. Deel I, p. 62-74 en 89-96.
Godelaine 1942
Godelaine 1942
C. Godelaine, Esmoreit. Un "abel spel" du XIVe siècle par ─. Scènes choisie d'Esmoreit. Texte original. Transcription en néerlandais contemporain. Traduction française. Bruxelles (Office de Publicité) 1942. Collection Nationale 21.
Hamelius 1921
, p. 95
Hamelius 1921
P. Hamelius, Introduction à la littérature française et flamande de Belgique. Bruxelles (Lebege) 1921.
Van Hasselt 1839
, p. 206-212
Van Hasselt 1839
A. van Hasselt, 'Theophilus, Flaamsch dichtstuk en Esmoreit, Flaamsch tooneelspel van de XIVde eeuw. (Naar het Fransch van Mr. André van Hasselt)'. In: De gids 3 (1839), p. 152-168 en 202-215.
Van Hasselt 1844
Van Hasselt 1844
A. van Hasselt, 'Études philologiques et historiques belges (Théophilus, poème et le jeu d'Esmorée)'. In: Revue belge pour l'encouragement de la littérature en Belgique 10 (1844), p. 105.
Van Helten 1902
Van Helten 1902
W.L. van Helten, 'Het slot van den Esmoreit'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 21 (1902), p. 121-122.
Heughebaert 1970
Heughebaert 1970
Hugo Heughebaert, 'Marinus de Jong over zijn opera Esmoreit; interview door Hugo Heughebaert'. In: Vlaamsch muziektijdschrift 22 (1970), p. 249-251.
Hofdijk 1873-1875
, dl. 4 p. 297-307
Hofdijk 1873-1875
W.J. Hofdijk, Ons voorgeslacht, in zijn dagelyksch leven geschilderd. 2e dr. Leiden (Van den Heuvel etc.). 1873-1875. 6 dln.
Hollaar 1980A
, p. 320-321
Hollaar 1980A
J.M. Hollaar & E.W.F. van den Elzen, 'Het vroegste toneelleven in enkele Noordnederlandse plaatsen'. In: De nieuwe taalgids 73 (1980), p. 302-324.
Hummelen 1977
Hummelen 1977
W.M.H. Hummelen, 'Tekst en toneelinrichting in de abele spelen'. In: De nieuwe taalgids 70 (1977), p. 229-242.
Hunningher 1955
Hunningher 1955
B. Hunningher, The origin of the theatre. An essay by ─. Amsterdam (Querido) 1955.
Hunningher 1964
, p. 245-248
Hunningher 1964
B. Hunningher, 'The Netherlandish "abele spelen"'. In: Maske und Kothurn. Internationale Beiträge zur Theaterwissenschaft (Speciaal nummer: Festgabe Heinz Kindermann [...]) 10 (1964), p. 244-253.
Iwema 1984
Iwema 1984
K. Iwema, 'Waer sidi ─ over een middelnederlandse toneelconventie'. In: De nieuwe taalgids 77 (1984), p. 48-61.
Janssens 1942-1943
Janssens 1942-1943
E. Janssens S.J., 'Esmoreit, het eerste van onze abele spelen'. In: Streven 10 (1942-1943), p. 190-194.
Janssens 1948
Janssens 1948
E. Janssens S.J., 'Gloriant [vergl. met Esmoreit]'. In: Miscellanea J. Gessler. 's-Gravenhage (Nijhoff) 1948. 2 dln. Dl. 1, p. 626-632.
Janssen Marijnen 1913
Janssen Marijnen 1913
H. Janssen Marijnen, 'Omtrent de opvoering onzer oudste tooneelstukken'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 32 (1913), p. 92-100.
Jonckbloet 1851-1855
, dl. 3 p. 530-541
Jonckbloet 1851-1855
W.J.A. Jonckbloet, Geschiedenis der Middennederlandsche dichtkunst. Amsterdam (Van Kampen) 1851-1855. 3 dln.
Jonckbloet 1886
, p. 106
Jonckbloet 1886
W.J.A. Jonckbloet, Beknopte geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Uitgeg. door G. Penon. 3e dr. Groningen (Wolters) 1886.
Jonckbloet 1888-1892
, dl. 2 p. 373-377
Jonckbloet 1888-1892
W.J.A. Jonckbloet, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. 4e dr., herz. en tot den tegenwoordigen tijd bijgewerkt door C. Honigh. Groningen (Wolters) 1888-1892. 6 dln.
Kalff 1906-1912
, dl. 2 p. 22-24, 27-36, 45-56
Kalff 1906-1912
G. Kalff, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Groningen (Wolters) 1906-1912. 7 dln.
Kannemeyer 1989
Kannemeyer 1989
J.C. Kannemeyer, 'Lanseloet van Denemerken en die aanvang van die epiese teater in die middeleeue'. In: Die bevestigende vlam. Opstellen en lesings oor die Nederlandse letterkunde. Kaapstad etc. (Human & Rousseau) 1989, p. 24-32.
De Keyser 1938A
De Keyser 1938A
P. de Keyser, 'Gedichten voor de opvoering van Esmoreit, voorgedragen ter inleiding van den Esmoreit en ter verantwoording van de "Gezellen van 's-Gravensteen"'. In: De tooneelschool 2 (1938) Esmoreitnummer.
De Keyser 1938B
De Keyser 1938B
P. de Keyser, 'Esmoreit als speeldrama'. In: De tooneelschool 2 (1938) Esmoreitnummer.
Kindermann 1980
, p. 193-195
Kindermann 1980
H. Kindermann, Das Theaterpublikum des Mittelalters. Salzburg (Müller) 1980.
Knippenberg 1939
Knippenberg 1939
H.H. Knippenberg, 'Abelheyt en abele spelen'. In: Tijdschrift voor taal- en letterkunde 27 (1939), p. 459.
Knuvelder 1970-1976
, dl. 1 p. 294-297 en 300-302
Knuvelder 1970-1976
G. Knuvelder, Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde. 5e, geheel herz. dr. 's-Hertogenbosch (Malmberg) 1970-1976. 4 dln.
Koenders 1911
, p. 116-127
Koenders 1911
A. Koenders, 'Het wereldlijk tooneel in de XIVe eeuw'. In: De katholiek 140 (1911), p. 112-127.
Kollewijn 1901
Kollewijn 1901
R.A. Kollewijn, 'De narede van de Esmoreit'. In: Taal en letteren 11 (1901), p. 471-472.
Kramer 1993
Kramer 1993
F. Kramer, 'De "abele spelen". Een perverse uitdaging voor een chic herengezelschap'. In: Madoc 7 (1993), p. 13-19.
Van der Kun 1938
, p. 56-58, 162-163, 220-221. 273
Van der Kun 1938
J.I.M. van der Kun S.J., Handelingsaspecten in het drama. Nijmegen (Berkhout) 1938. Diss. Nijmegen.
Langvik-Johannessen 1972
Langvik-Johannessen 1972
K. Langvik-Johannessen, 'Mythologie en mythos in het hoofse drama Esmoreit'. In: Versl. & meded. van de Kon. Acad. voor Ned. taal- en letterkunde 1972, p. 332-340.
Langvik-Johannessen 1977
, p. 105-110
Langvik-Johannessen 1977
K. Langvik-Johannessen, 'Das höfische Drama in den Niederlanden'. In: Maske und Kothurn. Internationale Beiträge zur Theaterwissenschaft 23 (1977), p. 100-113.
Leendertz 1909
, p. 49, 69
Leendertz 1909
P. Leendertz Jr., 'Over middeleeuwsche tooneelvertooningen'. In: De gids 73-II (1909), p. 41-71.
Van Loey 1951
Van Loey 1951
A. van Loey, 'Esmoreitiana'. In: Versl. & meded. van de Kon. Vl. Acad. voor taal- en letterkunde 1951, p. 75-86.
Lulofs 1984
, p. 8-11
Lulofs 1984
F. Lulofs, Ik lees, ik lees wat jij niet leest of boosaardig is ook aardig. Afscheidscollege op 19 december 1984. Groningen (Wolters-Noordhoff) 1984.
Madou 1980
Madou 1980
M. Madou, 'De bant van Esmoreit: kostuumhistorische aantekeningen'. In: Arca Lovaniensis (Speciaal nummer: Huldealbum Jan Crab, conservator 1960/2-1981) 9A (1980), p. 65-73.
De Maeyer 1932
De Maeyer 1932
Al. de Maeyer, 'Bedrijf-indeeling in de abele spelen'. In: Tooneelgids 18 (1932), p. 209-210.
De Maeyer 1938
De Maeyer 1938
Al. de Maeyer, 'Middeleeuwse dramatiek. Esmoreit te Gent'. In: Nieuw Vlaanderen 4 (1938), nr. 17.
De Maeyer 1942
, p. 27-35, 104-105
De Maeyer 1942
Al. de Maeyer, Middeleeuwsch romantisch tooneel of van drie abele spelen. Leuven (Davidsfonds) 1942. Keurreeks van het Davidsfonds 27.
De Maeyer 1963
De Maeyer 1963
Al. de Maeyer, 'Over de abele spelen en Esmoreit'. In: Toortsen (1963) A, p. 36-39.
Mak 1955
Mak 1955
J.J. Mak, [Recensie van] 'Een abel spel van Esmoreit, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Jef Notermans (Klassieken uit de Nederlandse Letterkunde 6) N.V. Uitg. mij. W.E.J. Tjeenk Willink, Zwolle 1955'. In: Levende talen 1955, p. 614-615.
Mandos 1933-1934
Mandos 1933-1934
H. Mandos, 'Over het auteurschap der abele spelen'. In: Onze taaltuin 2 (1933-1934), p. 365-374.
Manger 1931
, p. 651-658
Manger 1931
J.B. Manger Jr., 'Onze abele spelen'. In: Groot Nederland 29-I (1931), p. 540-555 en 647-661.
Markvoort
, (scriptie)
Markvoort
T. Markvoort & C. Mars, De man ... en hoe zat het nu met de vrouw in de Middeleeuwen. Over de rol van de vrouw in de toneelteksten van het Hulthemse handschrift. (Ongepubl. doctoraalscriptie, te raadplegen bij de Universiteit van Amsterdam, Documentatiecentrum Nederlandse Letterkunde, nr. 2311).
Meder 1996
Meder 1996
T. Meder, 'Esmoreit: de dramatisering van een onttoverd sprookje'. In: Queeste 3 (1996), p. 18-24.
Meijer 1978
, p. 41-42
Meijer 1978
R.P. Meijer, Literature of the Low Countries: a short story of Dutch literature in the Netherlands and Belgium. New ed. with corr. and additional material. The Hague etc. (Nijhoff) 1978.
Van Meurs 1988
, p. 149-151
Van Meurs 1988
Fr. van Meurs, 'De abele spelen en de navolgende sotternieën als thematisch tweeluik'. In: Literatuur 5 (1988), p. 149-156.
Van Mierlo 1928
, p. 234-239
Van Mierlo 1928
J. van Mierlo, Geschiedenis van de Oud- en Middelnederlandsche letterkunde. Antwerpen etc. (Standaardboekhandel) 1928.
Van Mierlo 1938B
Van Mierlo 1938B
J. van Mierlo, 'Over het ontstaan van het wereldlijk tooneel'. In: De tooneelschool 2 (1938) Esmoreitnummer.
Van Mierlo 1941B
, p. 307-308
Van Mierlo 1941B
J. van Mierlo, 'Een geestelijk lied uit de XIIIe eeuw'. In: Versl. & meded. van de Kon. Vl. Acad. voor taal- en letterkunde 1941, p. 303-319.
Van Mierlo 1948
, p. 46-56
Van Mierlo 1948
J. van Mierlo, Sprokkelingen op het gebied der Middelnederlandse poëzie. Turnhout (Van Mierlo-Proost) 1948. Uitg. der Kon. Vl. Acad. voor taal- en letterkunde, reeks 3 no. 26.
Van Mierlo 1949
, dl. 2 p. 40-42
Van Mierlo 1949
J. van Mierlo, De letterkunde van de Middeleeuwen. 2e, herz. en verm. dr. 's-Hertogenbosch etc. (Malmberg etc.) 1949. Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Onder redactie van F. Baur, W.J.M.A. Asselbergs, J. van Mierlo e.a. Dl. 1 en 2.
Van Mierlo 1950
, p. 237-240
Van Mierlo 1950
J. van Mierlo, 'Middelnederlandse kroniek'. In: Dietsche warande en Belfort 1950, p. 234-241.
Van Mierlo 1957B
Van Mierlo 1957B
J. van Mierlo, 'Is Jan Dille de dichter van onze abele spelen?'. In: Versl. & meded. van de Kon. Vl. Acad. voor taal- en letterkunde 1957, p. 65-83.
Van Moerkerken 1901
Van Moerkerken 1901
P.H. van Moerkerken, 'Iets over de vertooning van Esmoreit'. In: Noord en zuid 24 (1901), p. 508-511.
Van Moerkerken 1907
Van Moerkerken 1907
P.M. van Moerkerken, 'Over hedendaagsche opvoeringen van middeleeuwsche drama's'. In: Twintigste eeuw 13 (1907), p. 222-229.
Moller 1928
, p. 50
Moller 1928
H.W.E. Moller, Beknopte geschiedenis van de Nederlandse letterkunde. 3 dr. Tilburg (Boekhuis) 1928.
Moltzer 1862
, p. 73-138 (passim)
Moltzer 1862
H.E. Moltzer, Geschiedenis van het wereldlijk tooneel in Nederland gedurende de Middeleeuwen. Leiden (Van der Hoek) 1862. Diss. Leiden.
Muller 1927
Muller 1927
J.W. Muller, 'De taal en de herkomst der zoogenaamde abele spelen en sotterniën'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 46 (1927), p. 292-301.
Notermans 1955-1956
Notermans 1955-1956
J. Notermans, 'Marginalia bij de abele spelen'. In: Levende talen 182 (1955), p. 250-254; 183 (1956), p. 153-156 en 308-310.
Notermans 1973
Notermans 1973
J. Notermans, 'Mohammedaanse elementen in twee abele spelen: Esmoreit en Gloriant'. In: Belgisch tijdschrift voor filologie en geschiedenis 51 (1973), p. 624-642.
Olivier 1948
Olivier 1948
L.J.J. Olivier, 'Pleidooi voor Damiët'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 65 (1948), p. 174-180.
Pearce 1974
, (licentiaatsverhandeling)
Pearce 1974
J. Pearce, Kritische bibliografie van de abele spelen 1838-1960. Licentiaatsverhandeling Leuven 1974.
Peeters 1977
Peeters 1977
L. Peeters, 'Esmoreit tconincx sone van Cecielien: Siciliaanse historie als abel spel'. In: Spiegel der letteren 19 (1977), p. 245-279.
Peeters 1978
Peeters 1978
L. Peeters, 'Esmoreit in het geding'. In: Spiegel der letteren 20 (1978), p. 266-272.
Peteri 1940
Peteri 1940
B.H. Peteri, 'Esmoreit vs. 83'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 59 (1940), p. 86-92.
Peteri 1946
Peteri 1946
B.H. Peteri, 'Over Esmoreit'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 64 (1946), p. 3-28.
Picque 1864
Picque 1864
C. Picque, 'Du drame flamand au moyen âge à propos de Shakespeare'. In: Revue trimestrielle 11 (1864-III), p. 172-186.
Pleij 1980-1981
, p. 299-310
Pleij 1980-1981
H. Pleij, 'Over de betekenis van Middelnederlandse teksten. Boekbespreking van Esmoreit, uitgeg. door A.M. Duinhoven'. In: Spektator 10 (1980-1981), p. 299-339.
Pleij 1988
, p. 93
Pleij 1988
H. Pleij, De sneeuwpoppen van 1511: Literatuur en stadscultuur tussen Middeleeuwen en moderne tijd. Amsterdam etc. (Meulenhoff) 1988.
Pollman
, (scriptie)
Pollman
M.M.W. Pollman, Gebeden in het Middelnederlandse literaire werk in het bijzonder in de abele spelen. (Ongepubl. doctoraalscriptie, te raadplegen bij de Universiteit van Amsterdam, Documentatiecentrum Nederlandse Letterkunde, nr. 190).
Priebsch 1922
Priebsch 1922
R. Priebsch, 'Ein Beitrag zu den Quellen des Esmoreits'. In: Neophilologus 7 (1922), p. 57-62.
Prinsen 1928
, p. 151-152
Prinsen 1928
J. Prinsen J.Lzn., Handboek tot de Nederlandsche letterkundige geschiedenis. 3e herz. dr. 's-Gravenhage (Nijhoff) 1928.
Ramondt 1941
, p. 164-166
Ramondt 1941
M. Ramondt, 'Entstehungsboden und Entstehungszeit des mittelniederländischen weltlichen Dramas'. In: Zeitschrift für deutsche Philologie 66 (1941), p. 163-190.
Ramondt 1942A
Ramondt 1942A
M. Ramondt, 'Meester Platus [verklaring van Esmoreit vs. 83]'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 61 (1942), p. 235-238.
Van der Riet 1936
, p. 20-37
Van der Riet 1936
F.G. van der Riet, Le théâtre profane sérieux en langue flamande au moyen âge. La Haye (Martinus Nijhoff) 1936. Diss. Parijs.
Van Rompaey 1994
, (licentiaatsverhandeling)
Van Rompaey 1994
L. van Rompaey, De abele spelen en de liefdesideologie van Bernardus van Clairvaux. Licentiaatsverhandeling Leuven 1994.
Saalborn 1928-1929
, dl. 1 p. 39-44
Saalborn 1928-1929
A. Saalborn, Drama. Zwolle (Tjeenk Willink) s.a. [1928-29]. 2 dln. Mozaïekreeks nr. 12-13.
Schenkel 1997A
, p. 45
Schenkel 1997A
J. Schenkel, 'Het handschrift-Van Hulthem, het Comburgse handschrift en de scriptoriumhypothese'. In: Queeste 4 (1997), p. 42-59.
Schlauch 1927
, p. 3-11
Schlauch 1927
M. Schlauch, Chaucer's Constance and accused queens. New York (University Press) 1927.
Schmidt 1954
, (licentiaatsverhandeling)
Schmidt 1954
R. Schmidt, Studie over de taal van Esmoreit. Licentiaatsverhandeling Luik 1954.
Serrure 1872
, p. 393-399
Serrure 1872
C.P. Serrure, Letterkundige geschiedenis van Vlaanderen. Eerste deel: Nederlandsche en Fransche letterkunde tijdens XII, XIII en XIVde eeuwen. Gent (De Busscher) 1872.
Simons 1921-1932
, dl. 1 p. 335-336
Simons 1921-1932
L. Simons, Het drama en het tooneel in hun ontwikkeling. Amsterdam (Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur) 1921-1932. 5 dln. in 4 bdn. Nederlandsche Bibliotheek.
Sivirsky 1978
Sivirsky 1978
A.L.I. Sivirsky, 'De stamboom van Esmoreit'. In: Spiegel der letteren 20 (1978), p. 257-265.
Snellaert 1848
, p. 63-67
Snellaert 1848
F.A. Snellaert, Histoire de la littérature flamande. Bruxelles (Jamar) s.a. [1848].
Snellaert 1866
, p. 62-66
Snellaert 1866
F.A. Snellaert, Schets eener geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. 4e verm. & verb. uitg. Gent (Hoste) 1866.
Van Stapele 1987
Van Stapele 1987
P. van Stapele, 'Rijmen en reizen in de abele spelen'. In: Tijdschrift voor theaterwetenschap 19 (1987), p. 18-47.
Stecher 1887
, p. 149
Stecher 1887
J. Stecher, Histoire de la littérature Néerlandaise en Belgique. Bruxelles (Lebègue) s.a. [1887].
Steketee 1966
Steketee 1966
C.J.H. Steketee, 'Geen compositiefouten in Esmoreit'. In: De nieuwe taalgids 59 (1966), p. 349-354.
Stellinga 1954
Stellinga 1954
G. Stellinga, De abele spelen. Zinsvormen en zinsfuncties. Groningen etc. (Wolters) 1954.
Strietman 1991
, p. 227-237
Strietman 1991
E. Strietman, 'The Low Countries'. In: E. Simon (ed.), The theatre of medieval Europe. New research in early drama. Cambridge (University Press) 1991, p. 225-252.
Stuiveling 1967A
, p. 7-24
Stuiveling 1967A
G. Stuiveling, 'De structuur van de abele spelen'. In: Vakwerk. Twaalf studies in literatuur. Zwolle (Tjeenk Willink) 1967, p. 7-43.
Tetzlaff 1972
, p. 116-126
Tetzlaff 1972
O.W. Tetzlaff, 'Neulateinische Dramen der Niederlande in ihrer Einwirkung auf die deutsche Literatur des sechzehnten Jahrhunderts'. In: Amsterdamer Beiträge 1 (1972), p. 111-192.
Tinbergen 1947
, p. 61-62
Tinbergen 1947
D.C. Tinbergen, De Nederlandse literatuur in de Middeleeuwen. Figuren en werken. 's-Gravenhage (Servire) 1947.
Traver 1951
Traver 1951
H. Traver, 'Religious implications in the abele spelen of the Hulthem Manuscript'. The Germanic review 26 (1951), p. 34-49.
Verdeyen 1927
Verdeyen 1927
R. Verdeyen, 'Beschouwingen over de abele spelen'. In: Versl. & meded. van de Kon. Vl. Acad. voor taal- en letterkunde 1927, p. 525-545.
Verdeyen 1938
Verdeyen 1938
R. Verdeyen, 'Wat zijn abele spelen?'. In: De toneelschool 2 (1938) Esmoreitnummer.
Verdeyen 1943
Verdeyen 1943
R. Verdeyen, 'Esmoreit, vs. 80-89'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 62 (1943), p. 241-246.
Vergote 1984
, (licentiaatsverhandeling)
Vergote 1984
J. Vergote, De structuur van de abele spelen. Licentiaatsverhandeling Gent 1984.
De Voght 1941
, p. 100-101
De Voght 1941
J. de Voght, Maria in de Middelnederlandsche poëzie. Tongerloo (St. Norbertus Boekhandel) 1941.
De Vooys 1946
De Vooys 1946
C.G.N. de Vooys, 'Tekstverbetering in de Esmoreit'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 64 (1946), p. 29-30.
De Vreese 1932
De Vreese 1932
W.L. de Vreese, 'Mnl. solre'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 51 (1932), p. 23-28.
Walch 1924
, p. 190
Walch 1924
J.L. Walch, Studiën over litteratuur en tooneel. Maestricht (Boosten-Stols) 1924, p. 190-192.
Walch 1928
, p. 32-33
Walch 1928
J.L. Walch, Schets van de geschiedenis der Nederlandsche letteren. Zwolle (Tjeenk Willink) 1928.
Walch 1931-1932
, p. 656-658, 665-666, 669
Walch 1931-1932
J.L. Walch, 'Les "abele spelen"'. In: Revue des Cours et Conférences 33-I (1931-1932), p. 654-669.
Walch 1947
, p. 66-71
Walch 1947
J.L. Walch, Nieuw handboek tot de Nederlandse letterkundige geschiedenis. 2e herz. dr. 's-Gravenhage (Nijhoff) 1947.
Weevers 1960
, p. 46-55
Weevers 1960
Th. Weevers, Poetry of the Netherlands in its European context 1170-1930. London (Athlone) 1960.
Wijbrands 1878
, p. 127
Wijbrands 1878
A.W. Wijbrands, 'De vertoonplaats onzer oude spelen'. In: Het tooneel 1 (1878), p. 126-129.
Wijngaards 1962
Wijngaards 1962
N.C.H. Wijngaards, 'Structuurvergelijking bij de abele spelen'. In: Levende talen 43 (1962), p. 322-327.
Wijngaards 1965A
Wijngaards 1965A
N.C.H. Wijngaards, 'Het oorsprongsveld der abele spelen'. [Met naschrift door N. de Paepe]. In: Leuvense bijdragen 54 (1965), p. 72-80.
Wijngaards 1965B
, p. 11-12 en 20
Wijngaards 1965B
N.C.H. Wijngaards, Open en gesloten vormen in het middeleeuws drama. Groningen (Wolters) 1965, p. 11-12 en 20. Voordrachten gehouden voor de Gelderse leergangen te Arnhem 11.
Wijngaards 1968
Wijngaards 1968
N.C.H. Wijngaards, 'De oorsprong der abele spelen en sotternieën'. In: Handelingen van de Zuidnederlandse 22 (1968), p. 411-424.
Willaert 1991
Willaert 1991
F. Willaert, [Recensie van] 'A. Dabrówka, Untersuchungen über die mittelniederländischen abele Spelen. Herkunft-Stil-Motive. Diss. Warschau 1987'. In: Spiegel der letteren 33 (1991), p. 307-312.
Willems 1938
Willems 1938
L. Willems, 'Enkele beschouwingen omtrent Esmoreit'. In: De tooneelschool 2 (1938) Esmoreitnummer.
Te Winkel 1875
Te Winkel 1875
J. te Winkel, 'Het slot van den Esmoreit'. In: De taal- en letterbode 6 (1875), p. 74-79.
Te Winkel 1887
, p. 516-518
Te Winkel 1887
J. te Winkel, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Haarlem (Bohn) 1887.
Te Winkel 1922-1927
, dl. 2 p. 137-139
Te Winkel 1922-1927
J. te Winkel, De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. 2e dr. Haarlem (Bohn) 1922-1927. 7 dln. [Ongew. herdr. Utrecht etc., 1973].
Wolthuis 1929
, p. 55-57, 148-154
Wolthuis 1929
G.W. Wolthuis, Het drama in de Middeleeuwen. Amsterdam (Meulenhoff) 1929. Bibliotheek van Nederlandsche schrijvers.
Worp 1904-1908
, dl. 1 p. 83-86, 92-93, 104, 357
Worp 1904-1908
J.A. Worp, Geschiedenis van het drama en het tooneel in Nederland. Groningen (Wolters) 1904-1908. 2 dln.
Zieleman 1980
Zieleman 1980
G.C. Zieleman, [Recensie van] 'Esmoreit, uitgegeven door A.M. Duinhoven'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 96 (1980), p. 142-148.