Repertorium Hulthem

Een ghebet van onser vrouwen

Hulthem-Nr: 
173  (f. 181ra,22-181rb,1)
Opschrift: 
Een ghebet van onser vrouwen ·C·lxxiij·
Incipit: 
Aue maria ghebenedide vrouwe Ic bidde ·v· op gherechte trouwe
Explicit: 
Dies moet wesen mijn volleest Vader sone ende heilich gheest
Afrondingsformule: 
Amen ·xiiij· verse
Weergave inhoud: 
Gegroet, Maria, gebenedijde vrouwe. Ik bid tot u in volledig vertrouwen en omwille van het gezegende Kind dat u ter wereld bracht. Wend mijn gedachten van zonden af en leer mij de weg naar de hemel. Maria, omwille van de dood van uw Zoon, help mij het brood der engelen te verkrijgen, vóór ik van dit aardrijk zal scheiden. Lieve vrouwe, wees dan mijn geleide.
Namen: 
Maria, moeder van Jezus
Auteurs: 
Anoniem
Anoniem
Datering: onbekend
Over de auteurs van 119 teksteenheden en delen van nr. 108 en 148 is geen enkel gegeven bekend.
Tekstsoort: 
Gebed (tot Maria).
Vorm: 
rijm: aabb
Lengte: 
14 vss.
Aanvullende informatie: 
Initiaal-A 2 regels hoog. ─ Vierrijm: vss. 7/8/9/10.
Petit-Nommer(s): 
1678b
Edities: 
Brinkman/Schenkel 1999 , band 2 p. 940
Brinkman/Schenkel 1999 H. Brinkman & J. Schenkel (ed.), Het handschrift-Van Hulthem. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. Diplomatische editie bezorgd door -. Hilversum (Verloren) 1999. 2 banden. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 7/1-2.
De Pauw 1893-1914 , dl. 1 p. 87
De Pauw 1893-1914 N. de Pauw (ed.), Middelnederlandsche gedichten en fragmenten. Gent (Siffer) 1893-1914. 2 dln.
Secundaire literatuur: 
Burghoorn 1984 , (scriptie)
Burghoorn 1984 J. Burghoorn, Maria in Hulthem. Een onderzoek naar de achtergronden van drie Maria-gedichten uit het handschrift van Hulthem, ingeleid, geannoteerd en van een toelichting voorzien. (Ongepubl. doctoraalscriptie Ermelo 1984, te raadplegen in de Universiteitsbibliotheek Utrecht, LB NED SCR-L-357).
Laga 1956 , (licentiaatsverhandeling)
Laga 1956 G. Laga, Maria in de Middelnederlandse letterkunde. Onderzoek van de voorstellingswijze in de diverse literaire genres en van het parallellisme in de plastische kunsten. Licentiaatsverhandeling Leuven 1956.
Oosterman 1995A , p. 364 n. 79
Oosterman 1995A J.B. Oosterman, De gratie van het gebed. Overlevering en functie van Middelnederlandse berijmde gebeden. Amsterdam (Prometheus) 1995. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 12. Diss. Leiden.
Te Winkel 1922-1927 , dl. 2 p. 59
Te Winkel 1922-1927 J. te Winkel, De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. 2e dr. Haarlem (Bohn) 1922-1927. 7 dln. [Ongew. herdr. Utrecht etc., 1973].
Parallellen en varianten: 
Vss. 1-14  Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, IV 736  [1500 - 1525] , f. 45r-v [f. 85r-v]
Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, IV 736
Post quem: 1500
Ante quem: 1525
Datering: ca. 1510
Overeenkomst met Hulthem-nr(s): 173
Zie: 
Oosterman 1995A , p. 232 (20)
Oosterman 1995A J.B. Oosterman, De gratie van het gebed. Overlevering en functie van Middelnederlandse berijmde gebeden. Amsterdam (Prometheus) 1995. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 12. Diss. Leiden.