Repertorium Hulthem
Ene scone exempel van enen jonghen
Hulthem-Nr:
193
(f. 191vb,7-194rb,10)
Opschrift:
Ene scone exempel van enen jonghen
kinde ende van haren scoelmeester
Incipit:
Ene scone exempel willic ontbinden
Van enen meester die ic wel kinde
Explicit:
Dies moet wesen ons volleest
Vader sone ende heilich gheest
Afrondingsformule:
Amen ·iiijc·xlviij· verse
Weergave inhoud:
Ik zal u een mooi exempel vertellen. Een mij bekende leermeester beminde eens een leerlinge. Volgens brueder Jan die hier node om zou liegen, was ze dertien jaar, mooi en deugdzaam. Zij schrok van zijn liefdesbekentenis, wilde er niet van horen en vereerde trouw Onze-Lieve-Vrouw. Na twee jaar gaf ze haar verzet op en vluchtte met haar meester. Door de bescherming van Maria behield ze haar reinheid op de reis. Beiden beschouwden dit als een teken en traden als broer en zus in een klooster in. Op zekere dag bezocht de graaf het klooster, zag de schone non en eiste, onder bedreiging van de abdis, de non te bezitten. Deze vertrouwde op de hulp van Maria en op haar advies liet ze haar mond en neus afsnijden. De graaf schrok van haar mismaakte gezicht, hield haar voor een duivelsgezante en vluchtte. Door een wonder dat God deed omwille van Zijn moeder werd haar gezicht weer hersteld. Moge Maria ook ons op de jongste dag bijstaan. [Deze tekst bevat veel motieven uit gebruikelijke vitae.]
Namen:
Jan
Maria, moeder van Jezus
Auteurs:
Anoniem
Anoniem
Datering: onbekend
Over de auteurs van 119 teksteenheden en delen van nr. 108 en 148 is geen enkel gegeven bekend.
Tekstsoort:
Exempel (volgens opschrift en vs. 1), Maria-mirakelsproke (Hogenelst 1997), legende.
Aanvullende informatie:
Initiaal-E 2 regels hoog, marginale paragraaftekens op onregelmatige plaatsen. ─ Paragraaftekens vóór vss. 36, 79, 111, 157, 167, 180, 189, 212, 219, 240, 274, 293, 301, 308, 320, 333, 349, 364, 402 en 427: structurering per episode en bij perspectiefwijziging. Weesrijm: vss. 189 en 302; onzuiver rijm: vss. 41/42, 52/53, 75/76, 95/96, 135/136, 185/186, 187/188, 192/193, 210/211, 323/324, 383/384, 419/420 en 421/422; gelijk rijm: 137/138 en 379/380; vierrijm: vss. 284/285/286/287. Herhaling van rijmwoordcombinatie: vss. 93/94 en 105/106.
Petit-Nommer(s):
663; 1605
Edities:
Brinkman/Schenkel 1999
, band 2 p. 990-1002
Brinkman/Schenkel 1999
H. Brinkman & J. Schenkel (ed.), Het handschrift-Van Hulthem. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. Diplomatische editie bezorgd door -. Hilversum (Verloren) 1999. 2 banden. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 7/1-2.
Willems 1837B
, p. 326-339
Willems 1837B
J.F. Willems, 'Berichten wegens oude Nederduitsche dichters'. In: Belgisch museum 1 (1837), p. 326-380.
Secundaire literatuur:
Hogenelst 1997
, dl. 2 p. 100-101 (134)
Hogenelst 1997
D. Hogenelst, Sprekers en sproken. Inleiding op en repertorium van de Middelnederlandse sproke. Amsterdam (Prometheus) 1997. 2 dln. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 15. Diss. Leiden.
Laga 1956
, (licentiaatsverhandeling)
Laga 1956
G. Laga, Maria in de Middelnederlandse letterkunde. Onderzoek van de voorstellingswijze in de diverse literaire genres en van het parallellisme in de plastische kunsten. Licentiaatsverhandeling Leuven 1956.
Van Mierlo 1949
, dl. 1 p. 379-381
Van Mierlo 1949
J. van Mierlo, De letterkunde van de Middeleeuwen. 2e, herz. en verm. dr. 's-Hertogenbosch etc. (Malmberg etc.) 1949. Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Onder redactie van F. Baur, W.J.M.A. Asselbergs, J. van Mierlo e.a. Dl. 1 en 2.
Nolet
, (scriptie)
Nolet
A. Nolet, Een scone exempel van enen jonghe kinde ende van haren scoelmeester. (Ongepubl. doctoraalscriptie, te raadplegen bij de Universiteit van Amsterdam, Documentatiecentrum Nederlandse Letterkunde, nr. 965).
Snellaert 1869
, p. LXXI-LXXII
Snellaert 1869
F.A. Snellaert (ed.), Nederlandsche gedichten uit de veertiende eeuw van Jan van Boendale, Hein van Aken en anderen naar het Oxfordsch handschrift. Brussel (s.n.) 1869.
Sonnemans 1990
, p. 255-256
Sonnemans 1990
G.H.P. Sonnemans, 'De openingsstruktuur van Middelnederlandse teksten'. In: Spiegel der letteren 32 (1990), p. 231-259.
Verdam 1901
Verdam 1901
J. Verdam, 'Mi liever'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 19 (1901), p. 134-137.
Te Winkel 1887
, p. 464
Te Winkel 1887
J. te Winkel, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Haarlem (Bohn) 1887.
Te Winkel 1922-1927
, dl. 2 p. 88
Te Winkel 1922-1927
J. te Winkel, De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. 2e dr. Haarlem (Bohn) 1922-1927. 7 dln. [Ongew. herdr. Utrecht etc., 1973].
Parallellen en varianten:
─