Burghoorn 1984
, (scriptie)
Burghoorn 1984
J. Burghoorn, Maria in Hulthem. Een onderzoek naar de achtergronden van drie Maria-gedichten uit het handschrift van Hulthem, ingeleid, geannoteerd en van een toelichting voorzien. (Ongepubl. doctoraalscriptie Ermelo 1984, te raadplegen in de Universiteitsbibliotheek Utrecht, LB NED SCR-L-357).
Friedrich 1934
, p. 41
Friedrich 1934
W. Friedrich, Der lateinische Hintergrund zu Maerlants "Disputacie". Leipzig (Verlag der Werkgemeinschaft) 1934. Diss. Leipzig.
Hogenelst 1997
, dl. 2 p. 45-46 (46)
Hogenelst 1997
D. Hogenelst, Sprekers en sproken. Inleiding op en repertorium van de Middelnederlandse sproke. Amsterdam (Prometheus) 1997. 2 dln. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 15. Diss. Leiden.
Kalff 1906-1912
, dl. 1 p. 489
Kalff 1906-1912
G. Kalff, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Groningen (Wolters) 1906-1912. 7 dln.
Knuttel 1946
, p. 86-87
Knuttel 1946
J.A.N. Knuttel, 'Van den levene ons heren'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 64 (1946), p. 81-96.
Laga 1956
, (licentiaatsverhandeling)
Laga 1956
G. Laga, Maria in de Middelnederlandse letterkunde. Onderzoek van de voorstellingswijze in de diverse literaire genres en van het parallellisme in de plastische kunsten. Licentiaatsverhandeling Leuven 1956.
Van Mierlo 1941B
Van Mierlo 1941B
J. van Mierlo, 'Een geestelijk lied uit de XIIIe eeuw'. In: Versl. & meded. van de Kon. Vl. Acad. voor taal- en letterkunde 1941, p. 303-319.
Van Mierlo 1946
, p. 111 n. 10
Van Mierlo 1946
J. van Mierlo, Jacob van Maerlant. Zijn leven ─ zijn werken ─ zijn beteekenis. Turnhout (Van Mierlo-Proost) 1946. Uitg. der Kon. Vl. Acad. voor taal- en letterkunde, reeks 3 nr. 25.
Van Mierlo 1949
, dl. 1 p. 231-232, 362
Van Mierlo 1949
J. van Mierlo, De letterkunde van de Middeleeuwen. 2e, herz. en verm. dr. 's-Hertogenbosch etc. (Malmberg etc.) 1949. Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Onder redactie van F. Baur, W.J.M.A. Asselbergs, J. van Mierlo e.a. Dl. 1 en 2.
Oosterman 1995A
, p. 121
Oosterman 1995A
J.B. Oosterman, De gratie van het gebed. Overlevering en functie van Middelnederlandse berijmde gebeden. Amsterdam (Prometheus) 1995. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 12. Diss. Leiden.
Van Oostrom 1996
, p. 419, 499
Van Oostrom 1996
F. van Oostrom, Maerlants wereld. Amsterdam (Prometheus) 1996.
De Pauw 1888A
De Pauw 1888A
N. de Pauw, 'Note sur le vrai nom du docteur solennel Henri de Gand'. In: Compte rendu des séances de la Commission Royale d'Histoire, ou recueil de ses bulletins, 4e reeks nr. 15 (1888), p. 135-145.
De Pauw 1889
De Pauw 1889
N. de Pauw, 'Dernières découvertes concernant le Docteur solennel Henri le Gand, fils de Jean le Tailleur (Formator ou De Sceppere)'. In: Compte rendu des séances de la Commission Royale d'Histoire, ou recueil de ses bulletins, 4e reeks nr. 16 (1889), p. 27-138.
Sonnemans 1990
, p. 249 n. 72
Sonnemans 1990
G.H.P. Sonnemans, 'De openingsstruktuur van Middelnederlandse teksten'. In: Spiegel der letteren 32 (1990), p. 231-259.
Sonnemans 1995
, dl. 1 p. 163
Sonnemans 1995
G. Sonnemans, Functionele aspecten van Middelnederlandse versprologen. S.l. (s.n.) 1995. 2 dln. Diss. Nijmegen.
De Voght 1941
, p. 48-49
De Voght 1941
J. de Voght, Maria in de Middelnederlandsche poëzie. Tongerloo (St. Norbertus Boekhandel) 1941.
Wachinger 1973
Wachinger 1973
B. Wachinger, Sängerkrieg; Untersuchungen zur Spruchdichtung des 13. Jahrhunderts. München (Beck) 1973. Münchener Texte und Untersuchungen 42.
Wauters 1889
Wauters 1889
A. Wauters, 'Sur la signification du mot latin Formator, à propos de Henri le Gand'. In: Compte rendu des séances de la Commission Royale d'Histoire, ou recueil de ses bulletins, 4e reeks nr. 16 (1889), p. 12-15.
Te Winkel 1887
, p. 431
Te Winkel 1887
J. te Winkel, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Haarlem (Bohn) 1887.
Te Winkel 1922-1927
, dl. 2 p. 58
Te Winkel 1922-1927
J. te Winkel, De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. 2e dr. Haarlem (Bohn) 1922-1927. 7 dln. [Ongew. herdr. Utrecht etc., 1973].