Repertorium Hulthem
Dat ons vrouwe
Hulthem-Nr:
36A
(f. 43ra,31-43vb,14)
Opschrift:
Dat ons vrouwe
gheboetscap was ·xxxvj·
Incipit:
Here dore die grote minnentlijc
Die dijnre moerder was ghedaen
Explicit:
Soe laet mi here met ·v· verenen
Ende wilt mi gheuen deweghe goet
Weergave inhoud:
Omwille van de grote liefde die Uw moeder vanuit de hemel ontving en omwille van Uw nederigheid door haar ontvangen te worden, behoed mij voor schade, schande en zonden. Bij de metten overdenk ik het verraad van Judas, bij de priem de voorgeleiding voor Pilatus, bij de terts de geseling, bij de sext de kruisdraging, bij de noen het sterven, bij de vespers de kruisafname en bij de completen de graflegging. Omwille van dit lijden, Heer, behoed mij voor zonde, schade en schande. [Dit getijdengebed is uitgebreid met overdenkingen bij de christelijke feestdagen.] Bij verrisenesse overdenk ik Uw opstanding, op assensioen Uw hemelvaart, met Pinksteren de zending van Uw Heilige Geest en op pasdaghe Uw vergeving van Magdalena's zonden. Omwille van deze wonderlijke gebeurtenissen, Heer, wil mij geven de eeuwige zaligheid. [In een parallelhs. begint deze tekst met een gebed tot de Heilige Triniteit.]
Namen:
Abraham
Adam
Gabriël (St.)
Isaak
Jacob
Joden
Jozef van Arimathea
Judas
Malchus
Maria Magdalena (St.)
Petrus (St.)
Pilatus
Auteurs:
Anoniem
Anoniem
Datering: onbekend
Over de auteurs van 119 teksteenheden en delen van nr. 108 en 148 is geen enkel gegeven bekend.
Tekstsoort:
Sproke (volgens afrondingsformule 036B); gebed (tot God) bij de getijden (Oosterman 1995A).
Lengte:
95 vss., 11 strofen van 8 1 strofe van 7 regels
Aanvullende informatie:
Initiaal-H 3 regels hoog, lombarden om de 8 regels, tussenkopjes in rood, Amen met horizontale streep gerubriceerd, f. 43va,42 in rood genoteerd. ─ Stokregels: Hoet mi vore sonde, scade ende scande (8 eerste strofen) en Ende wilt mi gheuen deweghe goet (3 laatste strofen). Tussenkopjes: namen van de koorgetijden en van christelijke feesten. ─ Tussenkopjes: namen van de koorgetijden en van christelijke feestdagen. Aantal vss. volgens afrondingsformule (zie 36B): 106. 36A en 36B tellen samen in werkelijkheid 105 vss. Strofenindeling gebaseerd op rijmschema, lombarden en tussenkopjes. Gelet op het rijmschema mankeert na vs. 62 een vers. Structuur (rijmschema, stokregels) 36A en 36B verschillend. Onzuiver rijm: vss. 4/5, 17/19, 42/44, 45/47, 64/66, 72/74 en 84/86.
Edities:
Brinkman/Schenkel 1999
, band 1 p. 296-299
Brinkman/Schenkel 1999
H. Brinkman & J. Schenkel (ed.), Het handschrift-Van Hulthem. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. Diplomatische editie bezorgd door -. Hilversum (Verloren) 1999. 2 banden. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 7/1-2.
Serrure 1858A
, p. 414-417
Serrure 1858A
C.P. Serrure (ed.), 'Kleine gedichten en prozastukken uit de dertiende en veertiende eeuw'. In: Vaderlandsch museum 2 (1858), p. 146-221 en 374-451.
Secundaire literatuur:
Meertens 1930-1934
, dl. 1 p. 149-150
Meertens 1930-1934
M. Meertens, De godsvrucht in de Nederlanden. Naar handschriften van gebedenboeken der XVe eeuw. Antwerpen etc. (Standaardboekhandel etc.) 1930-1934. 6 dln. [alleen dln. 1-3 en 6 verschenen]. Historische bibliotheek van godsdienstwetenschappen.
Schenkel 1997A
, p. 43
Schenkel 1997A
J. Schenkel, 'Het handschrift-Van Hulthem, het Comburgse handschrift en de scriptoriumhypothese'. In: Queeste 4 (1997), p. 42-59.
Parallellen en varianten:
Vss. 1-95
's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, KNAW XXXVI
[1350 - 1400]
, f. 69r-72v (langere tekst beginnend met een gebed tot de Triniteit)
's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, KNAW XXXVI
Post quem: 1350
Ante quem: 1400
Datering: 2e helft 14e eeuw
Overeenkomst met Hulthem-nr(s):
6,
7,
17,
(2x)
18,
19A,
19B,
19C,
36A,
83,
(2x)
87,
104,
166,
203
Zie:
Meijer 1839
Meijer 1839
G.J. Meijer, 'Verslag van en mededeeling uit twee getijdenboeken der veertiende eeuw'. In: Verhandelingen der Tweede Klasse van het Kon. Ned. Inst. van Wetenschappen, Letterkunde en Schoone Kunsten 6 (1839), 2e stuk p. 32-71.
Oosterman 1995A
, p. 321 (363)
Oosterman 1995A
J.B. Oosterman, De gratie van het gebed. Overlevering en functie van Middelnederlandse berijmde gebeden. Amsterdam (Prometheus) 1995. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 12. Diss. Leiden.