Repertorium Hulthem

Van onser vrouwen ene

Hulthem-Nr: 
38  (f. 44ra,17-44vb,32)
Opschrift: 
Van onser vrouwen ene goede bedinghe ·xxxviij·
Incipit: 
Ave vrouwe vol ghenaden Nv moetti ons staen in staden
Explicit: 
Daer elc gode ghebenedie Hier toe helpe ons sente marie
Afrondingsformule: 
Amen Item desen sproke hout---C·ende·xlvj· verse
Weergave inhoud: 
Ave Maria, omwille van het lijden van uw Zoon ontferm u over ons, berouwvolle zondaars en verjaag de duivel die op ons loert. Omwille van uw onbevlekte ontvangenis, help ons de Heer in ons hart te ontvangen zodat de duivel ons niet overwint. Wees onze gids tot de hemelse zaligheid, want wij zijn even dwaas, roekeloos en zwak als Adam en Eva. Help ons Gods geboden te onderhouden en even deugdzaam te worden als u. Mogen wij worden gedoopt met het water en bloed uit Jezus' zijde, opdat wij Zijn genade mogen ontvangen. Uit uw schoot geboren droeg Hij al het leed veroorzaakt door Adams val. Heilige Drievuldigheid, wij bidden U, dat U ons door Uw genade opneemt in de hemelse vreugde in gezelschap van de heiligen. Daartoe helpe ons de heilige Maria. [Elke strofe legt een woord van het Ave Maria gratia plena uit, terwijl de Latijnse woorden betekenisdragend zijn opgenomen in de Middelnederlandse tekst.]
Namen: 
Adam Eva Jezus Maria, moeder van Jezus
Auteurs: 
Anoniem
Anoniem
Datering: onbekend
Over de auteurs van 119 teksteenheden en delen van nr. 108 en 148 is geen enkel gegeven bekend.
Tekstsoort: 
Bedinghe (volgens opschrift), sproke (volgens afrondingsformule); gebed (tot Maria), glossengebed over het Ave Maria (Oosterman 1995A).
Vorm: 
rijm: aaaabbbbcccc
Lengte: 
143 vss., 11 strofen van 12 en 1 strofe van 11 regels
Aanvullende informatie: 
Initiaal-A 3 regels hoog, lombarden (1 regel hoog) om de 12 regels, Amen met horizontale streep gerubriceerd. ─ Aantal vss. volgens afrondingsformule: 146. Strofenindeling gebaseerd op lombarden. Elke strofe begint met een woord uit het Ave Maria. Gelet op het rijmschema mankeert tussen vss. 80 en 84 een vers. Gezien de verzentelling zouden er nog twee verzen ontbreken. Onzuiver rijm: vss. 81/82; gelijk rijm: vss. 33/35 en 109/111.
Petit-Nommer(s): 
1678d
Edities: 
Brinkman/Schenkel 1999 , band 1 p. 300-304
Brinkman/Schenkel 1999 H. Brinkman & J. Schenkel (ed.), Het handschrift-Van Hulthem. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. Diplomatische editie bezorgd door -. Hilversum (Verloren) 1999. 2 banden. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 7/1-2.
De Pauw 1893-1914 , dl. 1 p. 71-76
De Pauw 1893-1914 N. de Pauw (ed.), Middelnederlandsche gedichten en fragmenten. Gent (Siffer) 1893-1914. 2 dln.
Secundaire literatuur: 
Burghoorn 1984 , (scriptie)
Burghoorn 1984 J. Burghoorn, Maria in Hulthem. Een onderzoek naar de achtergronden van drie Maria-gedichten uit het handschrift van Hulthem, ingeleid, geannoteerd en van een toelichting voorzien. (Ongepubl. doctoraalscriptie Ermelo 1984, te raadplegen in de Universiteitsbibliotheek Utrecht, LB NED SCR-L-357).
Laga 1956 , (licentiaatsverhandeling)
Laga 1956 G. Laga, Maria in de Middelnederlandse letterkunde. Onderzoek van de voorstellingswijze in de diverse literaire genres en van het parallellisme in de plastische kunsten. Licentiaatsverhandeling Leuven 1956.
Oosterman 1995A , p. 138-139, 235 (31), 387 n. 91
Oosterman 1995A J.B. Oosterman, De gratie van het gebed. Overlevering en functie van Middelnederlandse berijmde gebeden. Amsterdam (Prometheus) 1995. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 12. Diss. Leiden.
De Voght 1941 , p. 54
De Voght 1941 J. de Voght, Maria in de Middelnederlandsche poëzie. Tongerloo (St. Norbertus Boekhandel) 1941.
Te Winkel 1922-1927 , dl. 2 p. 59
Te Winkel 1922-1927 J. te Winkel, De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. 2e dr. Haarlem (Bohn) 1922-1927. 7 dln. [Ongew. herdr. Utrecht etc., 1973].
Parallellen en varianten: