Repertorium Hulthem

[Dit sijn notabelen]

Hulthem-Nr: 
47D  (f. 51rb,32-51rb,42)
Opschrift: 
[Dit sijn notabelen]
Incipit: 
Gherechtich lans here ende goet Rechtere mechtich ende vroet
Explicit: 
Deze Achte comen te goeder baten Den lande·ende oec den omme saten
Afrondingsformule: 
·x· verse
Weergave inhoud: 
Een goede en rechtvaardig landheer, wijze en machtige rechters, priesters die vrede stichten, vrouwen die eenvoudig en hoofs spreken, schepenen die het recht niet verkeerd toepassen, ouderen die de jongeren leren, jongeren die de ouderen begrijpen, een gemeenschap zonder slechte raad. Deze acht zijn een zegen voor het land en ook voor de buurstaten. [Aanvulling en/of tegenstelling van 47C.]
Auteurs: 
Anoniem
Anoniem
Datering: onbekend
Over de auteurs van 119 teksteenheden en delen van nr. 108 en 148 is geen enkel gegeven bekend.
Tekstsoort: 
Notabel (volgens opschrift boven 47A); (deel van) spreukenverzameling.
Vorm: 
rijm: aabb
Lengte: 
10 vss.
Aanvullende informatie: 
Initiaal-G 1 regel hoog, na vs. 2 verwijsteken + sempel, in vs. 4 verwijsteken, opschrift / tussenkopje ontbreekt. ─ Opschrift ontbreekt, [titel] genoteerd boven 47A. ─ Deze 10 vss. volgen op de afrondingsformule van de voorafgaande teksten (zie 47A).
Petit-Nommer(s): 
583h
Edities: 
Brinkman/Schenkel 1999 , band 1 p. 333
Brinkman/Schenkel 1999 H. Brinkman & J. Schenkel (ed.), Het handschrift-Van Hulthem. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. Diplomatische editie bezorgd door -. Hilversum (Verloren) 1999. 2 banden. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 7/1-2.
Willems 1842A , p. 213
Willems 1842A J.F. Willems (ed.), 'Oude rijmspreuken en priamelen'. In: Belgisch museum 6 (1842), p. 184-213.
Secundaire literatuur: 
Bogaert 1953 , (licentiaatsverhandeling)
Bogaert 1953 R. Bogaert, Bijdrage tot een onderzoek naar oorsprong, taal en stijl van de Middelnederlandse rijmspreuken. Licentiaatsverhandeling Gent 1953.
Brinkman 1994
Brinkman 1994 H. Brinkman, 'Alder wysheit fondament. Profane ethiek in enige verzamelingen Middelnederlandse rijmspreuken'. In: J. Reynaert e.a., Wat is wijsheid? Lekenethiek in de Middelnederlandse letterkunde. Amsterdam (Prometheus) 1995, p. 230-245 en 423-425. Nederlandse cultuur en literatuur in de Middeleeuwen 9.
Brinkman 1995 , p. 159-161
Brinkman 1995 H. Brinkman (ed.), Het handschrift-Jan Phillipsz. Hs. Berlijn, Staatsbibliothek Preuszischer Kulturbesitz, Germ. Qu. 557. Hilversum (Verloren) 1995. Middeleeuwse verzamelhandschriften uit de Nederlanden 2.
Buridant 1984
Buridant 1984 Cl. Buridant, 'Les proverbes et la prédication au moyen âge. De l'utilisation des proverbes vulgaires dans les sermons'. In: F. Suard & Cl. Buridant, Richesse du proverbe. Études réunies par ─. Lille (Univ. de Lille III) 1984. 2 dln. Deel 1: Le proverbe au moyen âge, p. 23-54.
Parallellen en varianten: 
Vss. 1-10  Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, II 144  [1400 - 1700] , f. 1r (variant)
Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, II 144
Post quem: 1400
Ante quem: 1700
Datering: 15e eeuw, deels 16e/17e eeuw
Overeenkomst met Hulthem-nr(s): 47C,  53,  70,  78,  113,  115,  127
Zie: 
Priebsch 1906-1907 , p. 303-304
Priebsch 1906-1907 R. Priebsch, 'Aus deutschen Handschriften der königlichen Bibliothek zu Brüssel'. In: Zeitschrift für deutsche Philologie 38 (1906), p. 301-333 en p. 436-467; 39 (1907), p. 156-179.