Repertorium Hulthem

Vanden cnape van dordrecht

Hulthem-Nr: 
151  (f. 148ra,14-149ra,7)
Opschrift: 
Vanden cnape van dordrecht ene sotte boerde
Opschrift: 
·C·lj·
Incipit: 
Alle swighet ende hoort Wat te dordrecht in de poort
Explicit: 
Daer omme· ic hier de redene late God gheue ons ter zielen bate
Afrondingsformule: 
Amen ·C·lxiiij· verse
Weergave inhoud: 
Te Dordrecht woonde eens een knaap, die er royaal op los leefde. De baljuw wilde weten hoe hij aan al dat geld kwam, want hij zag hem nooit werken voor de kost. De knaap vertelde hem in het geheim, dat hij tegen betaling getrouwde vrouwen besliep. Dit geloofde de baljuw pas nadat hij met eigen ogen had gezien, hoe de jongeman met een oude, manke vrouw een goedbetaald afspraakje maakte. Dit aan tafel vertelde verhaal bracht de vrouw van de baljuw op een idee: ze bestelde hem voor haarzelf. In de nacht betrapte de baljuw het paar. De knaap wilde echter niet weggaan zonder zijn eerlijk verdiende beloning. Uit vrees voor schande en met pijn in het hart betaalde de baljuw hem, maar wat er zich achter de schermen tussen de baljuw en zijn vrouw afspeelde, daar is niets over geschreven. Daarom eindigt hier mijn verhaal. Moge God onze ziel bijstaan.
Namen: 
Dordrecht
Auteurs: 
Anoniem
Anoniem
Datering: onbekend
Over de auteurs van 119 teksteenheden en delen van nr. 108 en 148 is geen enkel gegeven bekend.
Tekstsoort: 
Boerde (volgens opschrift); komische versvertelling (Lodder 1995).
Vorm: 
rijm: aabb
Lengte: 
164 vss.
Aanvullende informatie: 
Initiaal-A 2 regels hoog, lombarden (1 regel hoog) op onregelmatige plaatsen, f. 148vb,6 is vóór de lombarde H als verbetering een M toegevoegd, gerepareerde scheur in f. 148ra/148vb, f. 148rb,40 doorgehaald, Amen met horizontale streep gerubriceerd. ─ Variant van een fabliau, een Schwankmäre en Chaucer's Cook's Tale. ─ Lombarden vss. 17, 27, 39, 54, 71, 81, 119: structurering per episode. Weesrijm: vss. 51 en 66; onzuiver rijm: vss. 45/46.
Petit-Nommer(s): 
615
Edities: 
Besamusca 1992 , p. 107-112
Besamusca 1992 B. Besamusca & E. Mantingh, 'Vanden cnape van Dordrecht'. In: H. van Dijk e.a. (red.), Klein kapitaal uit het handschrift-Van Hulthem. Zeventien teksten uit Hs. Brussel, K.B. 15.589-623 uitgegeven en ingeleid door neerlandici, verbonden aan tien universiteiten in Nederland en België. Hilversum (Verloren) 1992, p. 104-112. Middeleeuwse studies en bronnen 33.
Brewer 1996 , p. 130-131
Brewer 1996 D. Brewer, Medieval comic tales. 2e dr. Cambridge (Brewer) 1996.
Brinkman/Schenkel 1999 , band 2 p. 787-791
Brinkman/Schenkel 1999 H. Brinkman & J. Schenkel (ed.), Het handschrift-Van Hulthem. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. Diplomatische editie bezorgd door -. Hilversum (Verloren) 1999. 2 banden. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 7/1-2.
Jongen 1995 , p. 46-54 (bewerking)
Jongen 1995 L. Jongen, Van papen en hoeren, van ridders en boeren. Tien middeleeuwse moppen. Vertaald door ─. Hilversum (Verloren) 1995.
Kruyskamp 1957 , p. 46-50
Kruyskamp 1957 C. Kruyskamp, De Middelnederlandse boerden. Voor het eerst verzameld en uitgegeven door ─. 's-Gravenhage (Nijhoff) 1957.
Verwijs 1860 , p. 4-10
Verwijs 1860 E. Verwijs, Dit sijn X goede boerden. Uitgegeven en toegelicht door ─. 's-Gravenhage etc. (Nijhoff) 1860.
Secundaire literatuur: 
Van Anrooij 1991 , p. 191
Van Anrooij 1991 W. van Anrooij & A.M.J. van Buuren, ''sLevens felheid in één band: het handschrift-Van Hulthem'. In: H. Pleij e.a., Op belofte van profijt. Stadsliteratuur en burgermoraal in de Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen. Amsterdam (Prometheus) 1991, p. 184-199 en 385-391. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 4.
Besamusca 1992 , p. 104-106
Besamusca 1992 B. Besamusca & E. Mantingh, 'Vanden cnape van Dordrecht'. In: H. van Dijk e.a. (red.), Klein kapitaal uit het handschrift-Van Hulthem. Zeventien teksten uit Hs. Brussel, K.B. 15.589-623 uitgegeven en ingeleid door neerlandici, verbonden aan tien universiteiten in Nederland en België. Hilversum (Verloren) 1992, p. 104-112. Middeleeuwse studies en bronnen 33.
Ten Brink 1897 , p. 204
Ten Brink 1897 J. ten Brink, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Amsterdam (Elsevier) 1897.
Van Engeldorp Gastelaars 1984 , p. 53
Van Engeldorp Gastelaars 1984 W. van Engeldorp Gastelaars, Ic sal u smiten op uwen tant: geweld tussen man en vrouw in laat-middeleeuwse kluchten. Amsterdam (UvA) 1984. Korenbloemen 1.
Fischer 1983 , nr. 67b
Fischer 1983 H. Fischer, Studien zur deutschen Märendichtung. 2., durchg. und erw. Aufl. besorgt von J. Janota. Tübingen (Niemeyer) 1983.
Hines 1993 , p. 241-242
Hines 1993 J. Hines, The fabliau in English. Londen etc. (Longman) 1993.
Hogenelst 1991 , p. 168, 173
Hogenelst 1991 D. Hogenelst, 'Sproken in de stad: horen, zien en zwijgen'. In: H. Pleij e.a., Op belofte van profijt. Stadsliteratuur en burgermoraal in de Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen. Amsterdam (Prometheus) 1991, p. 166-183 en 379-385. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 4.
Hogenelst 1997 , dl. 2 p. 87-88 (113)
Hogenelst 1997 D. Hogenelst, Sprekers en sproken. Inleiding op en repertorium van de Middelnederlandse sproke. Amsterdam (Prometheus) 1997. 2 dln. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 15. Diss. Leiden.
Kruyskamp 1957 , p. 123
Kruyskamp 1957 C. Kruyskamp, De Middelnederlandse boerden. Voor het eerst verzameld en uitgegeven door ─. 's-Gravenhage (Nijhoff) 1957.
Leendertz 1901
Leendertz 1901 P. Leendertz Jr., 'X Goede Boerden'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 20 (1901), p. 19.
Leendertz 1906
Leendertz 1906 P. Leendertz Jr., 'Van den cnape van Dordrecht'. In: Taal en letteren 16 (1906), p. 524.
Lodder 1981 , (scriptie)
Lodder 1981 F.J. Lodder, Dits van den boerden. (Ongepubl. MO-scriptie Ridderkerk 1981, te raadplegen in de Universiteitsbibliotheek Utrecht, LB NED SCR-L-307).
Lodder 1982
Lodder 1982 F.J. Lodder, 'De moraal van de boerden'. In: De nieuwe taalgids 75 (1982), p. 39-49.
Lodder 1991
Lodder 1991 F.J. Lodder, 'Corrupte baljuws en overspelige echtgenotes. Over het beoogde publiek van drie boerden'. In: H. Pleij e.a., Op belofte van profijt. Stadsliteratuur en burgermoraal in de Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen. Amsterdam (Prometheus) 1991, p. 217-227 en 393-398. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 4.
Lodder 1994 , p. 256
Lodder 1994 F.J. Lodder, '"Ik vind het gewoon lekker". Komische versvertellingen over seksuele moraal'. In: J. Reynaert e.a., Wat is wijsheid? Lekenethiek in de Middelnederlandse letterkunde. Amsterdam (Prometheus) 1995, p. 246-258 en 425-429. Nederlandse cultuur en literatuur in de Middeleeuwen 9.
Lodder 1995 , p. 57, 59, 69
Lodder 1995 F.J. Lodder, 'Een genre der boerden?' In: Queeste 2 (1995), p. 54-71.
Lodder 1997 , (passim)
Lodder 1997 F.J. Lodder, Lachen om list en lust. Studies over de Middelnederlandse komische versvertellingen. Leiden (Ridderhof) 1997. Diss. Leiden.
Van Moerkerken 1904 , p. 58-59
Van Moerkerken 1904 P.H. van Moerkerken, De satire in de Nederlandsche kunst der Middeleeuwen. Amsterdam (Van Looy) 1904. Diss. Utrecht.
Nauta 1911
Nauta 1911 G.A. Nauta, 'Die cnape van Dordrecht'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 30 (1911), p. 56.
Noomen 1983-... , dl. 6 p. 51-75, 323-326
Noomen 1983-... W. Noomen & N. van den Boogaard, Nouveau recueil complet des fabliaux. Publié par ─. Assen etc. (Van Gorcum) 1983-... . 10 dln.
Noomen 1993 , p. 1029, 1033 n. 17
Noomen 1993 W. Noomen, 'Une réplique néerlandaise d'un fabliau français: le pescheor de Pont seur Saine et Dits van den vesscher van Parijs'. In: J.-C. Aubailly, E. Baumgartner, F. Dubost e.a. (éds.), Et c'est la fin pour quoy sommes ensemble. Hommage à Jean Dufournet. Littérature, histoire et langue du moyen âge. Parijs (Champion) 1993. 3 dln. Dl. 3, p. 1029-1044. Nouvelle bibliothèque du Moyen Age 25.
Prinsen 1906
Prinsen 1906 J. Prinsen J.Lzn, 'Van den cnape van Dordrecht ene sotte boerde'. In: Taal en letteren 16 (1906), p. 251-257.
Te Winkel 1887 , p. 460
Te Winkel 1887 J. te Winkel, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Haarlem (Bohn) 1887.
Te Winkel 1922-1927 , dl. 2 p. 84
Te Winkel 1922-1927 J. te Winkel, De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. 2e dr. Haarlem (Bohn) 1922-1927. 7 dln. [Ongew. herdr. Utrecht etc., 1973].
Parallellen en varianten: