Repertorium Hulthem

Van ·iij· ghesellen die den

Hulthem-Nr: 
152  (f. 149ra,8-150rb,16)
Opschrift: 
Van ·iij· ghesellen die den bake stalen
Opschrift: 
·C·lij·
Incipit: 
Ghi goede liede hoort na mie Selke boerde en hoerdi nie
Explicit: 
Dies en doet · hets sijn scade God huede ons van allen quaden
Afrondingsformule: 
Amen ·ijc·xxiiij· verse
Weergave inhoud: 
Zo'n goede boerde heb ik nog nooit verteld. Luister: van drie rovers had er een zijn leven gebeterd en was boer geworden. Op een dag kwamen zijn twee maten bij hem bedelen. Zijn vrouw gaf ze eten, waarbij ze begerig naar de zij spek aan de zoldering keken. De boer vermoedde dat ze die wilden stelen en verstopte hem in zijn bed. Toen de dieven het spek 's nachts niet vonden, wekten ze de vrouw die half in slaap de schuilplaats verried. Door een list ontfutselde de boer ze de buit. De dieven waren ook sluw en stalen het spek opnieuw, maar de boer was ze te slim af. Hij joeg ze zo'n schrik aan, dat ze in paniek vluchtten, zonder spek. Toen de rovers voor de derde keer terugkwamen, hakte de boer ze allebei een arm af. Toen waren ze verloren en sloegen voorgoed op de vlucht. Zo zie je maar, dat je je leven moet beteren voor het te laat is. God beware ons voor al het gespuis.
Auteurs: 
Jan van Hollant?
Jan van Hollant?
Datering: onbekend
Nrs. 20 en 152 toegeschreven door Jonckbloet aan Jan van Hollant; toeschrijving niet weerlegd. Nr. 68 toegeschreven door Jonckbloet aan Jan van Hollant en door Van Eeghem aan Jan Dille.
Secundaire literatuur
W. van Eeghem, Brusselse dichters. Brussel (Simon Stevin) 1958-1963. 5 dln.: dl. 3 p. 184
W.J.A. Jonckbloet, Geschiedenis der Middennederlandsche dichtkunst. Amsterdam (Van Kampen) 1851-1855. 3 dln.: dl. 3 p. 305
Tekstsoort: 
Boerde (volgens vs. 2), bispel (volgens vs. 218); komische versvertelling (Lodder 1995).
Vorm: 
rijm: aabb
Lengte: 
224 vss.
Aanvullende informatie: 
Initiaal-G 2 regels hoog, lombarden (1 regel hoog) op onregelmatige plaatsen, Amen met horizontale streep gerubriceerd. ─ Lombarden vss. 19, 39, 49, 59, 87, 106, 118, 132, 152, 158, 164, 180, 190, 206: structurering per episode? Herhaling van rijmwoordcombinatie: vss. 19/20 en 29/30, 49/50 en 62/63, 135/136 en 149/150. Gelijk rijm: vss. 155/156.
Petit-Nommer(s): 
671
Edities: 
Brewer 1996 , p. 139-142 (Engelse vertaling)
Brewer 1996 D. Brewer, Medieval comic tales. 2e dr. Cambridge (Brewer) 1996.
Brinkman/Schenkel 1999 , band 2 p. 791-797
Brinkman/Schenkel 1999 H. Brinkman & J. Schenkel (ed.), Het handschrift-Van Hulthem. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. Diplomatische editie bezorgd door -. Hilversum (Verloren) 1999. 2 banden. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 7/1-2.
Jongen 1995 , p. 32-37 (bewerking)
Jongen 1995 L. Jongen, Van papen en hoeren, van ridders en boeren. Tien middeleeuwse moppen. Vertaald door ─. Hilversum (Verloren) 1995.
Kruyskamp 1957 , p. 51-57
Kruyskamp 1957 C. Kruyskamp, De Middelnederlandse boerden. Voor het eerst verzameld en uitgegeven door ─. 's-Gravenhage (Nijhoff) 1957.
Leopold 1940 , p. 37-39 (fragment)
Leopold 1940 L. Leopold, Nederlandsche schrijvers en schrijfsters. Proeven uit hun werken, met beknopte biographiën en portretten. 12e, herz. dr. door G.S. Overdiep en W.L. Brandsma. Groningen etc. (Wolters) 1940.
Verwijs 1965 , dl. 3 p. 209-214
Verwijs 1965 Verwijs' Bloemlezing uit de Middelnederlandse dichtkunst, herzien door C.C. de Bruin. 2e dr. Zutphen (Thieme) 1965. 3 dln.
Willems 1846A , p. 69-76
Willems 1846A J.F. Willems (ed.), 'Sproken'. In: Belgisch museum 10 (1846), p. 51-98.
Secundaire literatuur: 
Bruineman , (scriptie)
Bruineman M.J.A. Bruineman, Van iij ghesellen die den bake stalen. (Ongepubl. doctoraalscriptie, te raadplegen bij de Universiteit van Amsterdam, Documentatiecentrum Nederlandse Letterkunde, nr. 896).
Enklaar 1940
Enklaar 1940 D.Th. Enklaar, 'Uilenspiegel's achtergrond'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 60 (1940), p. 81-118.
Enklaar 1975 , p. 98
Enklaar 1975 D.Th. Enklaar, Varende Luyden. Studiën over de middeleeuwse groepen van onmaatschappelijken in de Nederlanden. 3e dr. Arnhem (Gysbers & Van Loon) 1975.
Hines 1993 , p. 239-240
Hines 1993 J. Hines, The fabliau in English. Londen etc. (Longman) 1993.
Hogenelst 1991 , p. 174, 176
Hogenelst 1991 D. Hogenelst, 'Sproken in de stad: horen, zien en zwijgen'. In: H. Pleij e.a., Op belofte van profijt. Stadsliteratuur en burgermoraal in de Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen. Amsterdam (Prometheus) 1991, p. 166-183 en 379-385. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 4.
Hogenelst 1997 , dl. 2 p. 88-89 (114)
Hogenelst 1997 D. Hogenelst, Sprekers en sproken. Inleiding op en repertorium van de Middelnederlandse sproke. Amsterdam (Prometheus) 1997. 2 dln. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 15. Diss. Leiden.
Jonckbloet 1851-1855 , dl. 3 p. 305
Jonckbloet 1851-1855 W.J.A. Jonckbloet, Geschiedenis der Middennederlandsche dichtkunst. Amsterdam (Van Kampen) 1851-1855. 3 dln.
Kruyskamp 1957 , p. 123
Kruyskamp 1957 C. Kruyskamp, De Middelnederlandse boerden. Voor het eerst verzameld en uitgegeven door ─. 's-Gravenhage (Nijhoff) 1957.
Lodder 1981 , (scriptie)
Lodder 1981 F.J. Lodder, Dits van den boerden. (Ongepubl. MO-scriptie Ridderkerk 1981, te raadplegen in de Universiteitsbibliotheek Utrecht, LB NED SCR-L-307).
Lodder 1982
Lodder 1982 F.J. Lodder, 'De moraal van de boerden'. In: De nieuwe taalgids 75 (1982), p. 39-49.
Lodder 1991 , p. 218
Lodder 1991 F.J. Lodder, 'Corrupte baljuws en overspelige echtgenotes. Over het beoogde publiek van drie boerden'. In: H. Pleij e.a., Op belofte van profijt. Stadsliteratuur en burgermoraal in de Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen. Amsterdam (Prometheus) 1991, p. 217-227 en 393-398. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 4.
Lodder 1995 , p. 56-60, 69
Lodder 1995 F.J. Lodder, 'Een genre der boerden?' In: Queeste 2 (1995), p. 54-71.
Lodder 1997 , (passim)
Lodder 1997 F.J. Lodder, Lachen om list en lust. Studies over de Middelnederlandse komische versvertellingen. Leiden (Ridderhof) 1997. Diss. Leiden.
Van Moerkerken 1899
Van Moerkerken 1899 P.H. van Moerkerken, 'Netteboef'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 18 (1899), p. 33-35.
Noomen 1983-... , dl. 2 p. 29-75, 357-367
Noomen 1983-... W. Noomen & N. van den Boogaard, Nouveau recueil complet des fabliaux. Publié par ─. Assen etc. (Van Gorcum) 1983-... . 10 dln.
Noomen 1993 , p. 1029
Noomen 1993 W. Noomen, 'Une réplique néerlandaise d'un fabliau français: le pescheor de Pont seur Saine et Dits van den vesscher van Parijs'. In: J.-C. Aubailly, E. Baumgartner, F. Dubost e.a. (éds.), Et c'est la fin pour quoy sommes ensemble. Hommage à Jean Dufournet. Littérature, histoire et langue du moyen âge. Parijs (Champion) 1993. 3 dln. Dl. 3, p. 1029-1044. Nouvelle bibliothèque du Moyen Age 25.
Peeters 1958
Peeters 1958 L. Peeters, 'Everaertbroeders en nettendragen'. In: Leuvense bijdragen 47 (1958), p. 86-105.
Serrure 1872 , p. 374-379
Serrure 1872 C.P. Serrure, Letterkundige geschiedenis van Vlaanderen. Eerste deel: Nederlandsche en Fransche letterkunde tijdens XII, XIII en XIVde eeuwen. Gent (De Busscher) 1872.
Verdam 1893A
Verdam 1893A J. Verdam, 'Van dinghen die selden ghescien'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 12 (1893), p. 175.
De Vries 1926
De Vries 1926 J. de Vries, 'De boerde van iii. ghesellen, die den bake stalen'. In: Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde 45 (1926), p. 212-262.
De Vries 1928 , p. 44-46
De Vries 1928 J. de Vries, 'Over de stof der sproken en der boerden'. In: De nieuwe taalgids 75 (1982), p. 39-46.
Te Winkel 1887 , p. 457
Te Winkel 1887 J. te Winkel, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Haarlem (Bohn) 1887.
Te Winkel 1922-1927 , dl. 2 p. 81
Te Winkel 1922-1927 J. te Winkel, De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. 2e dr. Haarlem (Bohn) 1922-1927. 7 dln. [Ongew. herdr. Utrecht etc., 1973].
Parallellen en varianten: