Repertorium Hulthem

Van wel connen te helene

Hulthem-Nr: 
177  (f. 182ra,5-182rb,1)
Opschrift: 
Van wel connen te helene ·C·lxxvij·
Incipit: 
Helen es ene edel doecht Pijnt ·v· te helene waer ghi mocht
Explicit: 
Soe wie dat draghet reinen mont God gheeft hem goet in alre stont
Afrondingsformule: 
Nota ·xxxij· verse
Weergave inhoud: 
Zwijgen is een edele deugd, probeer die zoveel mogelijk te beoefenen. Degene die niet geheimhoudt wat hij weet, heeft een slecht karakter. Hij veroorzaakt veel leed, leugen, twist en verdriet. Iemand die zwijgt, kan men kleine en grote geheimen toevertrouwen. Lof aan de zwijgzaamheid, er bestaat niets beters! Het belet kwade tongen laster te verspreiden over deugdzame vrouwen. Wie goed zijn mond kan houden, is overal welkom, is bemind en staat bij eerbare vrouwen hoog in de gunst. Zwijgen voorkomt ook gekijf en onrust. Wie kan volhouden te zwijgen, is geliefd en wordt geprezen. Wie dit alles goed weet en toch zijn mond niet kan houden, is een dwaas. Hij zal er later veel narigheid en verdriet van hebben. God is degene met een reine mond ook altijd goed gezind.
Auteurs: 
Willem van Hildegaersberch? (2)
Willem van Hildegaersberch? (2)
Datering: onbekend
Nrs. 177 en 192 toegeschreven door Jonckbloet aan Willem van Hildegaersberch; bestreden door Serrure.
W.J.A. Jonckbloet, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. 4e dr., herz. en tot den tegenwoordigen tijd bijgewerkt door C. Honigh. Groningen (Wolters) 1888-1892. 6 dln.: dl. 4 p. 407-409 (hierin is eerder werk van W.J.A. Jonckbloet opgenomen)
C.P. Serrure (ed.), 'Kleine gedichten en prozastukken uit de dertiende en veertiende eeuw'. In: Vaderlandsch museum 2 (1858), p. 146-221 en 374-451.: p. 374-376
Tekstsoort: 
Profaan-ethische sproke (Hogenelst 1997), leerdicht.
Vorm: 
rijm: aabb
Lengte: 
32 vss.
Aanvullende informatie: 
Initiaal-H 2 regels hoog. ─ Onzuiver rijm: vss. 1/2 en 27/28.
Petit-Nommer(s): 
676
Edities: 
Brinkman/Schenkel 1999 , band 2 p. 944-945
Brinkman/Schenkel 1999 H. Brinkman & J. Schenkel (ed.), Het handschrift-Van Hulthem. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. Diplomatische editie bezorgd door -. Hilversum (Verloren) 1999. 2 banden. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 7/1-2.
Snellaert 1846B , p. 343-344
Snellaert 1846B F.A. Snellaert (ed.), 'Spreuken'. In: Belgisch museum 10 (1846), p. 342-344.
Secundaire literatuur: 
Buddingh 1842 , p. 100
Buddingh 1842 J. Buddingh, Over oude en latere drinkplegtigheden, vooral der Scandinaviërs, Germanen en Nederlanders. 's-Gravenhage (Schinkel) 1842.
Hogenelst 1991 , p. 181
Hogenelst 1991 D. Hogenelst, 'Sproken in de stad: horen, zien en zwijgen'. In: H. Pleij e.a., Op belofte van profijt. Stadsliteratuur en burgermoraal in de Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen. Amsterdam (Prometheus) 1991, p. 166-183 en 379-385. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 4.
Hogenelst 1997 , dl. 2 p. 94-95 (124)
Hogenelst 1997 D. Hogenelst, Sprekers en sproken. Inleiding op en repertorium van de Middelnederlandse sproke. Amsterdam (Prometheus) 1997. 2 dln. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 15. Diss. Leiden.
Jonckbloet 1851-1855 , dl. 3 p. 426
Jonckbloet 1851-1855 W.J.A. Jonckbloet, Geschiedenis der Middennederlandsche dichtkunst. Amsterdam (Van Kampen) 1851-1855. 3 dln.
Serrure 1855 , p. 45
Serrure 1855 C.P. Serrure (ed.), 'Kleine gedichten uit de dertiende en veertiende eeuwen'. In: Vaderlandsch museum 1 (1855), p. 41-99 en 296-401.
Serrure 1858A , p. 376
Serrure 1858A C.P. Serrure (ed.), 'Kleine gedichten en prozastukken uit de dertiende en veertiende eeuw'. In: Vaderlandsch museum 2 (1858), p. 146-221 en 374-451.
Parallellen en varianten: 
(a) vss. 1-32  Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.659-61  [1450 - 1475] , f. 53rb-54va (variant van Willem van Hildegaersberch)
Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.659-61
(olim 198)
Post quem: 1450
Ante quem: 1475
Datering: 1469
Overeenkomst met Hulthem-nr(s): 25,  102,  166,  177,  184,  189
(b) vss. 1-32  's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 128 E 6  [1475 - 1500] , f. 72vb-73vb (variant van Willem van Hildegaersberch)
's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 128 E 6
(olim AA 70)
Post quem: 1475
Ante quem: 1500
Datering: ca. 1480
Overeenkomst met Hulthem-nr(s): 25,  102,  108,  spr. 5 158,  162,  166,  177,  184,  192
Zie: 
Bisschop 1870 , p. 136-138 (a, b)
Bisschop 1870 W. Bisschop & E. Verwijs, Gedichten van Willem van Hildegaersberch. Vanwege de Mij. der Ned. letterkunde te Leiden uitgegeven door ─. 's-Gravenhage (Nijhoff) 1870. [Fotogr. herdruk Utrecht (HES) 1981].