Repertorium Hulthem

Vanden esel ·liij·

Hulthem-Nr: 
53  (f. 55ra,10-55rb,18)
Opschrift: 
Vanden esel ·liij·
Incipit: 
Een esel hadde aen ghetoghen Eens herts huut des was hi bout
Explicit: 
Dats dat elc hem seluen kint Wanen hi comt ende wie hi es
Afrondingsformule: 
nota ·xliiij· verse
Weergave inhoud: 
Er was eens een ezel die de huid van een hert had aangetrokken en zich verwaand verbeeldde geen ezel meer te zijn. Hij keek zelfs neer op een muildier. Totdat de jagers kwamen, blazend op hun jachthoorn! Een hert zou geleerd hebben onmiddellijk te vluchten, maar de ezel bleef staan. De jachthonden vielen hem aan alsof hij een hert was en verscheurden zijn nieuwe en zijn oude huid. Dit dier was nog veel zotter dan een ezel. De ezel die ik bedoel is degene die zichzelf niet kent. Die elk jaar een stel kleren van zijn heer krijgt, zich daardoor heel wat verbeeldt en van hogere geboorte wenst te zijn. De basis van alle wijsheid is dat iedereen zich bewust is waar hij vandaan komt en wie hij is.
Auteurs: 
Anoniem
Anoniem
Datering: onbekend
Over de auteurs van 119 teksteenheden en delen van nr. 108 en 148 is geen enkel gegeven bekend.
Tekstsoort: 
Fabel (Schippers 1995), profaan-ethisch sproke (Hogenelst 1997).
Vorm: 
rijm: abab
Lengte: 
44 vss.
Aanvullende informatie: 
Initiaal-E 2 regels hoog. ─ Variant van vss. 41 en 43 komt ook voor onder nr. 148 als deel van spreuk 160 (f. 142ra,29-30). ─ Onzuiver rijm: vss. 5/7, 14/16, 18/20 en 41/43.
Petit-Nommer(s): 
472b2
Edities: 
Brinkman/Schenkel 1999 , band 1 p. 349-351
Brinkman/Schenkel 1999 H. Brinkman & J. Schenkel (ed.), Het handschrift-Van Hulthem. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. Diplomatische editie bezorgd door -. Hilversum (Verloren) 1999. 2 banden. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 7/1-2.
Serrure 1855 , p. 69-70
Serrure 1855 C.P. Serrure (ed.), 'Kleine gedichten uit de dertiende en veertiende eeuwen'. In: Vaderlandsch museum 1 (1855), p. 41-99 en 296-401.
Secundaire literatuur: 
Hogenelst 1994 , p. 269
Hogenelst 1994 D. Hogenelst, 'Zoekplaatje: "Comburg" versus "Hulthem"'. In: J. Reynaert e.a., Wat is wijsheid? Lekenethiek in de Middelnederlandse letterkunde. Amsterdam (Prometheus) 1995, p. 259-273 en 429-433. Nederlandse cultuur en literatuur in de Middeleeuwen 9.
Hogenelst 1997 , dl. 2 p. 51-52 (54)
Hogenelst 1997 D. Hogenelst, Sprekers en sproken. Inleiding op en repertorium van de Middelnederlandse sproke. Amsterdam (Prometheus) 1997. 2 dln. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 15. Diss. Leiden.
Pleij 1991C , p. 42-43
Pleij 1991C H. Pleij, 'Inleiding: op belofte van profijt'. In: H. Pleij e.a., Op belofte van profijt. Stadsliteratuur en burgermoraal in de Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen. Amsterdam (Prometheus) 1991, p. 8-51 en 347-353. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 4.
Schippers 1995 , p. 238 (98)
Schippers 1995 J.A. Schippers, Middelnederlandse fabels. Studie van het genre, beschrijving van collecties, catalogus van afzonderlijke fabels. S.l. (s.n.) s.a. [1995]. Diss. Nijmegen.
Serrure 1855 , p. 44
Serrure 1855 C.P. Serrure (ed.), 'Kleine gedichten uit de dertiende en veertiende eeuwen'. In: Vaderlandsch museum 1 (1855), p. 41-99 en 296-401.
Parallellen en varianten: 
Vss. 1-44  Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, II 144  [1400 - 1700] , f. 79v
Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, II 144
Post quem: 1400
Ante quem: 1700
Datering: 15e eeuw, deels 16e/17e eeuw
Overeenkomst met Hulthem-nr(s): 47C,  53,  70,  78,  113,  115,  127
Zie: 
Priebsch 1906-1907 , p. 461-462
Priebsch 1906-1907 R. Priebsch, 'Aus deutschen Handschriften der königlichen Bibliothek zu Brüssel'. In: Zeitschrift für deutsche Philologie 38 (1906), p. 301-333 en p. 436-467; 39 (1907), p. 156-179.