Repertorium Hulthem
Van onsen here ·lxiij·
Hulthem-Nr:
63
(f. 59vb,11-60rb,17)
Opschrift:
Van onsen here ·lxiij·
Incipit:
O suete mensche draghet mijn
doeghen in dijn herte met
Explicit:
ghene vte moeten leuen die ghe //
rechter minnen pleghen Amen
Weergave inhoud:
Dierbare mens, draag Mijn lijden in je hart samen met Mijn lieve moeder Maria en St. Jan. Telkens als je dit overdenkt, zal Ik je schoonwassen met het water dat op Goede Vrijdag uit Mijn zijde vloeide. Als je wordt bekoord door de duivel zal Ik je omringen met de liefde, waarvan Ik de oorsprong ben. Als je je noden (honger, dorst, droefheid, eenzaamheid) aan Mij opdraagt als een offerande, het goede voorbeeld geeft en Mij bemint, zal Ik met je zijn en voor je bidden tot Mijn Vader. Die Mij bemint, die zal Ik beminnen. [Hierop volgt een spel met woorden over minne in de stijl van Hadewijch. Hierbij is proza gemengd met berijmde tekst; wellicht eerst berijmd en later in proza omgezet, zie Serrure 1858A, p. 218, noot 2.]
Namen:
Johannes de Evangelist (St.)
Maria, moeder van Jezus
Auteurs:
Anoniem
Anoniem
Datering: onbekend
Over de auteurs van 119 teksteenheden en delen van nr. 108 en 148 is geen enkel gegeven bekend.
Tekstsoort:
Monoloog van Christus tot de gelovige.
Aanvullende informatie:
Initiaal-O 2 regels hoog, marginaal paragraafteken vóór de initiaal, paragraafteken in de tekst op f. 60ra,39. ─ Wellicht ontstaan in de kring van Jan Ruusbroec (Serrure 1858A, p. 151). ─ Van 60ra,24-60ra,39 invoeging van 16 rijmende vss. (aabb) als proza genoteerd, besloten met paragraafteken en Amen.
Edities:
Brinkman/Schenkel 1999
, band 1 p. 372-374
Brinkman/Schenkel 1999
H. Brinkman & J. Schenkel (ed.), Het handschrift-Van Hulthem. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. Diplomatische editie bezorgd door -. Hilversum (Verloren) 1999. 2 banden. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden 7/1-2.
Serrure 1858A
, p. 217-218
Serrure 1858A
C.P. Serrure (ed.), 'Kleine gedichten en prozastukken uit de dertiende en veertiende eeuw'. In: Vaderlandsch museum 2 (1858), p. 146-221 en 374-451.
Secundaire literatuur:
Willaert 1984
Willaert 1984
F. Willaert, De poetica van Hadewijch in de strofische gedichten. Utrecht (HES) 1984. Diss. Utrecht.
Willaert 1993
Willaert 1993
F. Willaert, 'De prozaist als dichter. Berijmd proza en verzen in de werken van Ruusbroek'. In: Th. Mertens e.a., Boeken voor de eeuwigheid. Middelnederlands geestelijk proza. Amsterdam (Prometheus) 1993, p. 141-155 en 408-413. Nederlandse cultuur en literatuur in de Middeleeuwen 8.
Parallellen en varianten:
─